Kabelnet moet het algemeen belang dienen

Het leek zo aardig: niet alleen verpatste de gemeente Amsterdam haar kabelnet in 1995 voor bijna 700 miljoen gulden, maar het gemeentebestuur vond ook nog een ongekend populistisch argument om de critici van deze verkwanseling van een openbare nutsvoorziening de mond te snoeren. Het klonk onwaarschijnlijk, maar de nieuwe commerciële eigenaar, A2000, had zich verbonden om een standaardpakket van tientallen zenders, waarvan de inhoud door een gemeentelijke commissie werd bepaald, zonder noemenswaardige prijsverhoging te blijven doorgeven, nog wel tien jaar lang.

Drie jaar later weten we waartoe een en ander geleid heeft: het programmatisch gezien achterlijkste kabelaanbod van Nederland. Alom in den lande gewaardeerde, en van Nederlandse ondertitels of commentaar voorziene stations als Eurosport of Discovery zijn in Amsterdam niet te zien, want die vragen geld en dat kan er door de Amsterdamse prijsstop niet af. Commerciële programma-aanbieders moeten in Amsterdam juist betalen, en daartoe zijn steeds minder zenders bereid: MTV, CNN, MBC, TV Noordzee in oprichting en andere. De gevraagde sommen voor doorgifte in Amsterdam staan immers in geen verhouding met de advertentie-opbrengsten die zo'n doorgifte kan genereren. Die zenders verdwijnen dus, of verschijnen niet op de Amsterdamse kabel.

A2000 is een commerciële onderneming, die het kabelnet voor zo'n recordprijs heeft overgenomen om er winst mee te maken. Of je dat nu een sympathiek streven vindt of niet - het recht kun je ze moeilijk ontzeggen. Want dat recht heeft de gemeente Amsterdam ze zelf gegeven. En ook de middelen: want een gemeentelijke commissie, Algemene Programma Raad geheten, bepaalt dan zogenaamd wel wat in het standaardpakket komt, maar staat geheel buiten de financiële gestie daarvan. Het is A2000 die de eindjes aan elkaar mag knopen.

En A2000 gebruikt dit recht voor het tot stand brengen van een kleine culturele revolutie op televisiegebied - de inhoud van de advertenties die het bedrijf dezer dagen in dagbladen plaatst laat over dat streven weinig onduidelijkheid bestaan. De tijd van bijna gratis kijken naar veel en hoogwaardige televisiezenders is, althans wat de commerciële sector betreft, voorbij. Er zal voortaan serieus betaald moeten worden, en wel door de kijkers, in de vorm van een verhoging van de kosten van het standaardpakket of - liever nog - in de vorm van beperking van het standaardpakket tot een paar publieke televisiestations en de onderbrenging van andere in betaalpakketten.

Het alternatief daarvoor is de huidige situatie: omdat het gemeentebestuur elke tariefsverhoging verbiedt - die zou het populistisch drogbeeld van tien jaar gratis televisie immers teniet doen - verschraalt het Amsterdamse programma-aanbod.

En uitwijken is nauwelijks mogelijk: het standaardpakket moge dan van inferieure en nog verder afnemende kwaliteit zijn, het is nog altijd groot, rijk en goedkoop genoeg om abonnees af te houden van het nemen van een aanvullend abonnement op een pluspakket. Andere transmissietechnieken zijn voor de gemiddelde stadsbewoner weinig praktisch (schotel) of staan nog in de kinderschoenen (telefoonlijnen, digitale etheruitzending etc.)

A2000 heeft voor zijn houding krachtige argumenten: de tijd van gratis televisiekijken is, internationaal gezien, inderdaad voorbij. De gemeente Amsterdam en ook de Amsterdamse kabelkijker leven nog een beetje in de jaren tachtig. In die jaren was het Amsterdamse kabelnet een van de eerste van Europa en ieder bedrijf dat dacht in Europa commerciële tv te gaan bedrijven, wilde daar graag op. Daar kwam nog bij dat Nederland geen fatsoenlijke politiek kende voor de toelating van Nederlandse commerciële televisie. Buitenlandse ondernemingen die deze toch begonnen, hadden grote sommen over voor het inbreken van hun zenders in de Nederlandse markt via de kabelnetten.

Maar deze wittebroodsweken van de Europese televisie zijn voorbij. Volgens een onderzoek van Screen Digest zijn in de lidstaten van de Europese Unie veertig miljoen huishoudens met een kabelaansluiting, en nog eens 25 miljoen met een schotel. Toegang tot de Amsterdamse markt is onder die omstandigheden niet van groter belang voor de exploitant van een commercieel station, dan tot die van Barcelona of Lyon, en eigenlijk ook niet veel belangrijker dan Gouda of Waddinxveen - elke kijker is er één en waar die woont maakt niet veel uit.

Bovendien is inmiddels duidelijk dat commerciële televisiestations in Europa om te overleven behalve advertentie- ook abonnee-inkomsten nodig hebben. De situatie op de Amsterdamse kabel lijkt op die in de Oost-Europese economieën van vroeger: de overheid decreteert lage prijzen, en bij gebrek aan financiële stimulus verdwijnen de producten van de markt. Het Amsterdams gemeentebestuur moet de populistische wurgbepalingen uit 1995 dus zo snel mogelijk herroepen. Het is alleszins mogelijk om op korte termijn te komen tot de instelling van een klein standaardpakket van binnen- en buitenlandse publieke zenders dat aan de kijker tegen een schappelijke prijs kan worden geleverd en een soort basisrecht op hoogwaardige televisie veiligstelt.

Verder moet de gemeente Amsterdam aan de commercie, oftewel A2000, alle andere beslissingen laten die betrekking hebben op commerciële zenders, zoals toelatingsbeleid, tariefstelling, instelling van betaalpakketten. Natuurlijk zal dit alles onder de Amsterdamse kabelabonnees veel verontwaardiging wekken. De verontwaardiging wordt bovendien gevoed door het gegeven dat in veel andere Nederlandse gemeenten de gevolgen van de marktwerking op het kabelaanbod veel gematigder zijn. Daar is het kabelnet niet in zijn geheel verpatst, maar is een mengvorm is gevonden tussen het behoud van de openbare nutsvoorziening en het aantrekken van extern, commercieel kapitaal. En zelfs al is het kabelnet gewoon verkocht, dan nog leggen Nederlandse ondernemingen als de Casema meer begrip aan de dag voor Nederlandse gevoeligheden dan A2000, dat zijn ideeën vooral aan de Amerikaanse televisiecultuur lijkt te ontlenen.

Achteraf gezien, had Amsterdam in 1995 beter ook nog naar dit soort factoren kunnen kijken, in plaats van alleen uit te zijn op de hoogst mogelijke prijs. Een kabelnet is, net als een spoorweg of een waterleiding, behalve een object waaruit je geld kunt sleuren immers ook nog een instituut van maatschappelijk belang. Maar dat is praten achteraf: die 700 miljoen heeft de gemeente al uitgegeven, aan het stadsontwikkelingsproject IJburg.