Japan discrimineert verloren zonen

Tien jaar geleden keerden zo'n 200.000 Japanners die in het begin van de eeuw naar Brazilië waren geëmigreerd terug naar hun moederland. Ze zijn nooit echt geaccepteerd.

HAMAMATSU, 26 AUG. Er is iets vreemds aan de Braziliaanse sfeer in Restaurante ParaTi in de Japanse stad Hamamatsu. Alsof er een toneelstuk wordt opgevoerd. ParaTi ('Voor Jou') is gevuld met Braziliaanse arbeiders, moe van een dag werken in de fabrieken van Yamaha of Suzuki. Hier vinden ze de vlaggen van hun favoriete Braziliaanse voetbalclubs aan de muur, zijn het eten en de soaps op de satelliet-televisie onvervalst Braziliaans en is de enige taal die klinkt het zangerige Portugees. Maar bevreemdend is dat de gezichten van deze Brazilianen niet zijn te onderscheiden van de gezichten van Japanners buiten op straat. En ook achternamen als Kikuchi en Kataoka zijn zo Japans als maar mogelijk is.

De Brazilianen in ParaTi behoren tot de ruim tweehonderdduizend Brazilianen in Japan die afstammen van Japanse emigranten die begin deze eeuw de oversteek naar Zuid-Amerika hebben gemaakt. Toen de Japanse economie tien jaar geleden bloeide en er een tekort aan arbeidskrachten ontstond besloot de regering visa te verlenen aan buitenlanders die konden aantonen van Japanse voorouders af te stammen. Sinds 1990 zijn er zodoende veel Zuid-Amerikanen teruggekeerd naar Japan, van wie Brazilianen de grootste groep uitmaken. Maar dat wil niet zeggen dat de Japanse bevolking deze verloren zonen, die overigens nog steeds de Braziliaanse nationaliteit bezitten, nu met open armen heeft binnengehaald. Discriminatie heeft geleid tot de allereerste rechtszaak in Japan wegens racisme.

Aanklaagster is de 34-jarige journaliste Ana Bortz, die werkt voor een van de lokaal geproduceerde kranten voor Brazilianen in Japan. In juni liep ze in haar woonplaats Hamamatsu winkelend een juwelierszaak binnen. “De eigenaar glimlachte en vroeg waar ik vandaan kwam. Ik antwoordde 'Brazilië' waarop zijn gezicht betrok en hij zijn hoofd schudde”, zegt Ana. De eigenaar zei geen buitenlanders te wensen en wilde dat ze de zaak verliet. Hij zou later tegen de politie zeggen: “Ik dacht eerst dat ze uit Frankrijk kwam.”

Ana zegt nu geïrriteerd: “Als ik 'Frankrijk' had gezegd was er zeker niets aan de hand geweest.” Japanners zijn zogezegd ook in hun racisme racistisch: blond haar en blauwe ogen geven weinig problemen, maar hoe donkerder de huid of hoe armer het land van afkomst des te groter wordt het wantrouwen. Ana ziet er mediterraan uit - ze woont in Japan omdat haar man van Japans-Braziliaanse afkomst is - en had zeker voor Française kunnen doorgaan.

Ana accepteerde de behandeling niet, waarop de juwelier de politie belde en Ana enkele vrienden. “De agenten zeiden niets te kunnen doen omdat ze geen wet tegen racisme kenden”, aldus Ana. Zij eiste excuses van de eigenaar maar die ontvluchtte halverwege de discussie zijn winkel.

Pagina 4: Japan kent geen wet tegen racisme

Diens moeder zei vervolgens schriftelijk excuses te willen maken als Ana daarna zou vertrekken. Ana geloofde niet dat die excuses gemeend waren: “Daarop zei de oudere vrouw dat ze inderdaad geen spijt had, ze wilde alleen maar dat ik weg zou gaan.” De heibel in de winkel kwam na drie uur zonder een bevredigend resultaat ten einde. Nadat haar advocaat later nogmaals schriftelijk vergeefs om excuses had gevraagd besloot Ana begin deze maand om een rechtszaak aan te spannen.

“Het is bij mijn weten de eerste rechtszaak in Japan tegen racisme”, zegt Ana's advocaat, Hideyo Ogawa. “Japan kent geen wetgeving die racisme verbiedt. Deze rechtszaak is alleen mogelijk omdat Japan twee jaar geleden het internationale verdrag tegen discriminatie heeft getekend. Dankzij dat verdrag moet deze zaak zeker te winnen zijn.” Ogawa zegt te hopen dat de publiciteit over deze zaak het bewustzijn van de Japanners over discriminatie zal verbeteren.

Aan dit bewustzijn is inderdaad nog veel te verbeteren. “Een Japanse vriendin belde na het incident en zei dat ze het zo erg vond wat me was overkomen”, zegt Ana. “Ik vroeg haar wat ze van discriminatie vond, maar het antwoord bleef uit. Later belde ze weer en bood haar excuses aan omdat ze als 36-jarige helemaal geen mening had over discriminatie.” Zodoende zien Japanners er geen been in om alle buitenlanders in één hoek te zetten als er een probleem is met een buitenlander. Buiten Tokio zijn deze zomer twee zwembaden gesignaleerd waar na problemen met buitenlanders zonder dralen een bordje 'Verboden voor Buitenlanders' is neergezet.

“Ik zeg tegen Brazilianen die op hun werk worden gediscrimineerd dat ze dit moeten accepteren”, zegt de Japans-Braziliaanse Julia Sezaki. “Ze komen hier uiteindelijk om te werken en als ze protesteren zijn ze zo hun baan kwijt.” Sezaki is een zeer beminnelijke vrouw van middelbare leeftijd en werkt voor het Internationaal Uitwisselingscentrum van de stad Hamamatsu, waar ze advies geeft aan met name Brazilianen met problemen. In 1987 was ze de derde Braziliaan in deze stad die nu met ruim tienduizend leden de grootste Braziliaanse gemeenschap in Japan herbergt. Het negatieve advies over het indienen van een protest is mede gebaseerd op haar eigen ervaring. “Japanners besluiten altijd alles onderling”, zegt Sezaki. Ook al is zij de langst zittende medewerker van het centrum, ze heeft niet de status van 'vast personeel' en staat buiten elk overleg en alle besluiten. “Het 'vaste personeel' bestaat uit ambtenaren van het gemeentehuis die roulerend enkele jaren op dit centrum werken. Ze regelen alles onderling, zonder de buitenlandse werknemers, zoals ikzelf, ergens bij te betrekken.”

Nadat Sezaki zich ervan heeft overtuigd dat deze regels niet in Japan zelf zullen worden gepubliceerd, gaat ze verder: “Twee ambtenaren spraken laatst denigrerend over Ana en haar rechtszaak. 'Wat doet dat mens zielig', zeiden ze. Ik barstte uit: 'Hoezo zielig? Ze zet zich in voor alle slachtoffers van discriminatie!' Ze reageerden geschokt en werden stil, maar sindsdien doet al het personeel hier vreemd tegen me. Alsof ze me buiten de gesprekken laten.” Volgens Sezaki gaat de schrik bij het stadsbestuur inmiddels verder. Het Braziliaanse consulaat in de nabijgelegen stad Nagoya heeft de zaak per brief bij het stadsbestuur aangekaart. “Ik heb gehoord dat ambtenaren inmiddels onderling zeggen: Die brief moeten we snel beantwoorden want anders gaat vervolgens de Braziliaanse ambassade zich er mee bemoeien en dan breekt de hel los.”

Het is eigenlijk vreemd dat de Japanse regering als criterium voor een visum gekozen heeft voor 'Japanse afstamming' want ook iemand als de katholieke priester Evaristo Higa, van honderd procent Japanse voorouders en met een toch uitermate eerzaam beroep, wordt wegens zijn Braziliaanse nationaliteit niet geaccepteerd. “Bij het zoeken naar een appartement werd ik bijvoorbeeld als buitenlander geweigerd”, zegt Higa, die gebrekkig Japans spreekt en dus direct als buitenlander herkenbaar is. Op verzoek van de katholieke kerk zal hij vijf jaar in Hamamatsu doorbrengen, maar hij kijkt uit naar zijn terugkeer naar Brazilië. Het probleem van discriminatie heeft volgens Higa diepe wortels in Japan: “Er bestaat ook tussen Japanners onderling geen enkele vorm van solidariteit”, zo luidt het strenge oordeel over deze samenleving.

In de tussentijd hebben in Restaurante ParaTi de Japans-Braziliaanse arbeiders gedurende hun jaren in Japan het respect voor hun Japanse collega's verloren. “Ik doe het zware werk waar de Japanners zelf geen zin meer in hebben of niet sterk genoeg voor zijn”, zegt een van hen, “soms zien Japanners er groot uit maar spierkracht hebben ze niet.” En de fabrieken varen er wel bij: buitenlanders verdienen minder dan hun Japanse collega's. De 26-jarige Julio Kataoka, arbeider bij Suzuki, reageert geheel filosofisch op de problemen: “Bij racisme is er eigenlijk geen slachtoffer. Als een ander mij discrimineert dan zal ik op mijn beurt hem niet respecteren. Misschien dat door Ana's rechtszaak de houding van de Japanners iets verandert. Maar wat er niet verandert is het kapitalisme. De winnaars in deze race om het geld zullen altijd zichzelf het beste vinden.”