Escalatiegevaar neemt toe; Angola bombardeert Congolese rebellen

KIGALI, 26 AUG. Een openlijke en grootschalige militaire interventie door Rwanda en Oeganda in de Congolese oorlog is dichterbij gekomen nu het Angolese leger de door rebellen belaagde president Kabila met steeds zwaarder geschut te hulp komt. De Angolezen bombarderen inmiddels de door opstandelingen bezette stad Kisangani in het oosten. Aan de rand van de hoofdstad Kinshasa bestookten Kabila's bondgenoten vanmorgen 'infiltranten'.

De oorlog heeft door de zware bombardementen van Angolese MiG's op Kisangani weer een nieuwe dimensie gekregen. De Angolezen belagen de rebellen sinds gisteren voor het eerst ook in het oosten, zij het vooralsnog alleen vanuit de lucht. Luchtmaarschalk Perence Shiri, de Zimbabweaan die optreedt als bevelhebber van Kabila's hulptroepen uit Zuidelijk Afrika, heeft vanmorgen via de Congolese staatsradio gezegd dat van een geallieerd offensief naar het oosten geen sprake is. De optie voor de Rwandezen en Oegandezen om langs hun grenzen een bufferzone op te zetten, als alternatief voor verwijdering van Kabila uit Kinshasa, kan echter door aanhoudende bombardementen op hun oostelijke stellingen vervliegen. De Oegandese en Rwandese legers worden door de Angolese luchtaanvallen welhaast uitgedaagd om massaal in actie te komen.

“Ik geloof dat het dreigement van Rwanda en Oeganda om in te grijpen geen bluf is”, zegt een hoge Westerse diplomaat in de Rwandese hoofdstad Kigali. “Naarmate de Angolezen de Congolese rebellen verder terugdrijven, wordt de kans groter dat de Rwandese en Oegandese strijdkrachten interveniëren.” Volgens de diplomaat bestaat er geen twijfel over de steun die de Rwandezen al verlenen aan de rebellen. Volgens deze bron betreft de opstand “al lang niet meer een louter militaire actie van Congolese Tutsi's aangevoerd door Rwandese commandanten. De rebellie is uitgegroeid tot een brede en wijdverspreide Congolese opstand tegen Kabila, met Rwandese betrokkenheid.”

Bronnen binnen het Rwandese regime erkennen onaangenaam verrast te zijn door de massale Angolese assistentie voor Kabila's belegerde regime. “Het kwam voor ons als een grote schok toen de Angolezen in het weekeinde ingrepen”, aldus een bron. “Er waren contacten met de Angolezen vóór het begin van de opstand, begin deze maand, en we dachten dat ze zouden meewerken. Als het Angolese leger niet tussenbeide was gekomen, hadden de rebellen al in Kinshasa gestaan.”

De hamvraag is intussen wanneer de limiet voor Rwanda en Oeganda is bereikt, hoe lang ze kunnen accepteren dat de rebellen worden teruggedreven. Aanvankelijk gingen waarnemers er van uit dat de veiligheidsbelangen van beide landen zouden zijn gegarandeerd met de verovering van Oost-Congo, vanwaar opstandelingen tegen de Rwandese en Oegandese regimes opereren. Met Rwandese hulp begonnen de Congolese rebellen echter een luchtbrug naar het westen, openden daar een nieuw front en marcheerden richting Kinshasa. “Kabila aan de macht in Kinshasa betekent een bedreiging van onze veiligheid”, zegt een adviseur van de Rwandese regering. “Zijn oorlogsleuzen richten zich tegen de Tutsi's. Evenals Mobutu gebruikt Kabila genocide als een politiek wapen.”

Het is de vraag welke conclusie Rwandezen en Oegandezen hieraan verbinden. De hoge Westerse diplomaat: “Ik denk dat de rebellen hun pogingen Kinshasa in te nemen niet zullen opgeven.”

Vooruitgeschoven rebelleneenheden, die beklemd zijn geraakt tussen Zimbabweanen in Kinshasa en Angolezen die oprukken vanuit het westen, hebben vanmorgen artilleriegevechten geleverd met Kabila's geallieerden in een buitenwijk van de hoofdstad. Volgens de woordvoerder van president Kabila betreft het “schoonmaakacties” tegen in de stad geïnfiltreerde rebellen.