Dustin Hoffman

In een serie profielen van gezichtsbepalende filmsterren deze week Dustin Hoffman, de anti-held met een voorliefde voor verwrongen personages die hoofdrollen speelt in de video Mad City en de deze week heruitgebrachte Clinton-satire Wag the Dog.

Wag the Dog van Barry Levinson en met rollen van Dustin Hoffman als Hollywood-producent en Robert de Niro als presidentiële spin-doctor die via de media een oorlog in Albanië ensceneren om de aandacht af te leiden van de seksuele escapades van de president van de Verenigde Staten wordt deze week heruitgebracht in 12 bioscopen.

Een monstre sacré van de Amerikaanse cinema. Zo werd Dustin Hoffman omschreven toen hij twee jaar geleden op het Filmfestival van Venetië werd onderscheiden met een Gouden Leeuw voor zijn carrière. De Italianen doelden op zijn status als een van de grote Hollywood-sterren van de afgelopen dertig jaar, maar stiekem verwezen ze ook naar Hoffmans voorliefde voor personages die op een sympathieke manier afwijkend of verwrongen zijn - van de geobsedeerde komiek uit Lenny (1974) en de geniale autist uit Rain Man (1988) tot de filmproducer die te gronde gaat aan ijdelheid in Wag the Dog. Zoals een van zijn regisseurs ooit anoniem over hem zei: “Give him a limp or a tick or some sort of mental incapacity and he's away.”

Vanaf zijn eerste, terecht vergeten film, Madigan's Millions (1967) heeft Hoffman zich gespecialiseerd in anti-helden. Hij werd beroemd als de slome student die door Mrs. Robinson wordt verleid in The Graduate (1967), maakte van de hosselende Ratso Rizzo in Midnight Cowboy (1969) een aandoenlijke straathond, en schitterde daarna onder meer als blanke indiaan, gevangene zonder ambitie, gescheiden vader en tweederangs acteur in vrouwenkleren. Met zijn schuifelende loopje, zijn klagerige stem en zijn zorgelijk samengetrokken mond is hij in de wieg gelegd voor 'little lives'; de paar succesvolle doorzetters die hij gestalte gaf (Straw Dogs, All the President's Men, Outbreak) waren helden tegen wil en dank.

Dustin Hoffman (8 augustus 1937) werd geboren in Los Angeles, de 'Mad City' waar hij nog steeds woont; maar hij speelde enkele van zijn succesrijkste films in een New-Yorkse omgeving. Voor Midnight Cowboy, Lenny en Tootsie (1982) kreeg hij een Oscarnominatie, voor Kramer vs Kramer (1979) een van zijn twee Academy Awards (de andere was voor Rain Man). En dan was er in 1976 nog de zenuwslopende thriller Marathon Man, waarin Hoffman als hardlopende New-Yorkse student zelfs Sir Laurence Olivier van het doek speelde.

Hoffmans hang naar perfectie dreef menig filmmaker tot wanhoop - 'this worrisome American pest' werd hij door een Engelse producer genoemd - maar heeft hem omgeven met een aura van veelzijdigheid. Misschien is er maar één personage dat hij niet kan spelen: zichzelf. Ontevreden met zijn uiterlijk, zijn imago (als eeuwige loser) en zijn lengte (1 meter 68), klaagde Hoffman twee jaar geleden tegen de Guardian dat hij altijd gedoemd zal zijn om met hart en ziel in andermans huid te kruipen: “Brando kan gewoon Brando zijn; maar zoiets is voor mij niet mogelijk, dat zou doodsaai worden.” Gelukkig maar, denkt de fan van Little Big Man, Papillon, Death of a Salesman, American Buffalo of een van de andere tien briljante Hoffman-films. Er zijn handicaps die alleen maar voordelen bieden.