Dijkstal houdt het liever lichtvoetig

Hij drukt nog geen stempel op het debat, maar maakt ook geen fouten. Met humor en gemak maakte Hans Dijkstal gisteren zijn debuut als fractieleider van de VVD. Hij mijdt details en vertelt joviaal over de tevredenheid van zijn partij met het regeerakkoord. Zijn eisen: daadkracht en tempo. En een goede boekhouding.

DEN HAAG, 26 AUG. De entree hapert licht. Bij zijn eerste bijdrage aan het debat over de regeringsverklaring kan de nieuwbakken fractieleider van de VVD, Hans Dijkstal, het knopje van de interruptiemicrofoon niet vinden. Geen probleem: met een kwinkslag redt hij zich er uit.

Met een zeker gemak maakte Dijkstal gisteren zijn debuut als fractieleider van de VVD. Net als zijn voorganger Frits Bolkestein leest hij geen uitgetikte tekst voor maar spreekt hij aan de hand van punten. Anders dan Bolkestein doet hij het iets frivoler. Zo wenst hij het kabinet veel daadkracht toe, maar hoopt hij tegelijk “dat ze er zelf ook nog een beetje plezier aan zullen beleven”. Typisch Dijkstal: serieus als het moet, lichtvoetig als het kan.

Zijn stijl lijkt enigszins op die van de vroegere VVD-leider Hans Wiegel. Dijkstal houdt een betoog op hoofdlijnen en schuwt details zoveel als mogelijk. Met enkele grote penseelstreken zet hij de opvattingen van de VVD neer. Ogenschijnlijk losjes, maar zonder de hoofdzaken voor de VVD, zoals een solide begrotingsbeleid, los te laten.

Het contrast met collega-fractieleider Melkert is groot. Waar de PvdA'er kiest voor een zwaar aangezet verhaal en iedere vrije ruimte in het regeerakkoord annexeert, onderstreept Dijkstal vooral de tevredenheid van de VVD met de gemaakte afspraken en aarzelt hij niet om het compromis-karakter van sommige afspraken te accentueren. Als hij dan toch een dringende wens heeft, is het dat het kabinet tempo maakt. Maar ook die aansporing verpakt hij in een vriendelijke toonzetting.

Als Dijkstal al een stempel wil zetten op het tweede kabinet-Kok is het met een pleidooi om na het “werk, werk,werk” van Kok-I het accent te leggen op “opleiden, opleiden, opleiden” om kansarme groepen op de arbeidsmarkt, als minderheden, aan werk te helpen. Het zijn vooralsnog kleine punten die zijn sociaal-liberale voorkeur - en zijn verschil met voorganger Bolkestein - accentueren.

Maar Dijkstal veronachtzaamt de kernthema's van de VVD niet. Lastenverlichting moet doorgaan, bezuinigingen moeten “hard” zijn en extra geld voor nieuw beleid komt pas aan de orde als de boekhouding helemaal op orde is.

Dijkstal is niet minder een hardliner als het gaat om Defensie. Hij etaleert breeduit dat de VVD moeite heeft met de overeengekomen bezuinigingen en verrast de coalitiepartners met zijn redenering dat de VVD zich nog voorbehoudt om daarmee in te stemmen. Eerst moet voor de VVD vaststaan welke defensietaken Nederland in internationaal verband moet vervullen.

Zeker, ook voor Dijkstal is een afspraak een afspraak, antwoordt hij collega-fractieleider De Graaf (D66). Maar met een vriendelijk gezicht wijkt hij vervolgens geen millimeter van zijn opvattingen. De ogenschijnlijke nonchalance van Dijkstal verhult soms zijn stellige standpunten, zo zullen zijn collega's nog vaker merken.

Als hij aanvalt is het met een fluwelen aanpak, als hij verdedigt hanteert hij de teflon-aanpak: hij laat alle kritiek langs zich heen gaan, glimlacht vriendelijk en negeert vervolgens grotendeels de redenering van de opponent. En als negeren niet werkt, is er altijd nog de humor, zijn grootste wapen.

Met zijn kwinkslagen is Dijkstal soms de lieveling van het parlement. Zoals het moment dat Jaap de Hoop Scheffer en Leen van Dijke ongeveer over elkaar heenbuitelen om bij de interruptie-microfoon te komen. “Kunt u dat voor mij nog even overdoen?”, vraagt hij droogjes. De coalitie geniet, de oppositie is zijn moment kwijt en zo is de interruptie al bij voorbaat onschadelijk gemaakt.

Dijkstal maakt geen opvallend debuut, maar hij maakt ook geen fouten. Het is alweer geruime tijd geleden en ook vergeten, maar zijn voorganger Frits Bolkestein had een veel moeilijker start. Diens eerste grote debat ging hem in 1990 niet goed af. Ik ben een l'homme de l'escalier, zei Bolkestein toen over zichzelf. Een man die nog onderaan de trap stond, dus. Met minder ambities dan zijn voorganger heeft Dijkstal die bescheidenheid niet nodig. Ik ben een man zonder trap, zo zou hij gemakkelijk kunnen zeggen.

    • Kees van der Malen