De schelmenstreken van twee charmante oplichters

Siberia. Regie: Robert Jan Westdijk. Met: Hugo Metsers, Roeland Fernhout, Vlatka Simac, Johnny Lion, Nicole Eggert, Alessia Sorvillo, Jessica Stockmann, Syan Blake, Nefeli Anthopoulou, Eddy Terstall. In: 25 theaters.

Eigenlijk had ik gehoopt dat ik door Siberia een nieuwe blik op Amsterdam zou krijgen. Het verhaal van de tweede film van Robert Jan Westdijk, 'de regisseur van Zusje', was al zo vaak en zo breed uitgemeten in de media, dat de schelmengeschiedenis van de twee charmante oplichters Hugo 'Fuckboy' (Hugo Metsers) en Goof (Roeland Fernhout) weinig verrassingen meer kende. Maar hóe zij zich tussen al die via set-foto's bekend geworden rugzaktoeristes op yellow bikes en op het Centraal Station zouden begeven op zoek naar nieuwe veroveringen, dat werd uit al die voorpubliciteit niet duidelijk en maakte daarom nieuwsgierig. Zou hun Amsterdam eruit zien als een Anton Pieck-dorpje of als een ontheemde Großssstadt? Leren straatschuimers ons immers niet de geheimen van hun stad kennen, de steegjes en de sluipwegen?

Dat Siberia geen 'Zusje 2' zou worden, was inmiddels ook wel duidelijk en dat stelde gerust. De film over een opdringerige broer die met behulp van een videocamera inbreekt in het leven van zijn zuster, was wat betreft vorm en in mindere mate verhaal onweerstaanbaar. Ik heb daarom bewondering voor de manier waarop Westdijk een tweede film heeft gemaakt die een onmiskenbaar eigen handschrift heeft, een breed en jong publiek aan zal spreken en tegelijkertijd niet uitnodigt om te zeer met zijn voorganger te worden vergeleken.

Wie nog nooit een film van Wong Kar-wai heeft gezien, zal zeker overdonderd zijn door de swingende cameravoering van Bert Pot. Siberia heeft kleur- én zwart-wit tinten, die soms ook nog met een gevoel of een gemoedstoestand corresponderen. Siberia sjeest up-tempo of slentert sloom. Siberia is schots en scheef, op z'n kop en ondersteboven en onze helden hangen en rennen en hun levensgevoel heeft ook nog een prima soundtrack van Junkie XL, die stampt en dreunt en elke handeling voortjaagt. Siberia is brutaal en vormbewust. Maar Amsterdam, Amsterdam zie je nooit, want die grachten en dat Damrak zijn voorbij geraasd voor je er erg in hebt.

Was de hele film maar over de omzwervingen van Hugo en Goof gegaan, over de reizigsters die ze versieren, de paspoorten en portemonnees die ze jatten, de kast met hun schat en hun eeuwig vooruitgeschoven plannen met het geld. Mijn teleurstelling begint op het moment dat het verhaaltje begint. Met dat 'er waren eens twee boefjes' is namelijk helemaal niets mis, maar wel met dat 'en toen werd er eentje verliefd en viel hun hele diefje-met-verlos-hiërarchie in duigen.' Ondanks de nog steeds luchtige en speelse vorm maakt de film dan plotseling de indruk uit wandtegelwijsheden te zijn opgebouwd. Want zelfs al duurt eerlijk niet echt het langst in Siberia, oneerlijkheid toch ook niet. En zelfs al lijkt er een verschil te zijn tussen lust en liefde, het een zonder het ander blijkt toch een wat belabberd gevoel te geven. En wat krijgt die vlotte kijk op de stad dan een moraliserend tintje.

Het is dan dat niet zozeer de vergelijking met Zusje zich opdringt, maar met de films van Eddy Terstall. Niet alleen heeft hij de leukste bijrol in Siberia (als 'ronselaar' voor een louche jeugdhotel) ook houdt zijn aanwezigheid de belofte in dat je wel films kunt maken die en over de liefde gaan en ook inhoudelijk de beuk erin zetten (zelfs als het probleem met vriendschap en liefde schematisch is uitgewerkt zoals in zijn Hufters en Hofdames). Bovendien had ik na afloop van Terstalls films het gevoel dat ik Amsterdam weer eens had gezien, weer eens op de Westertoren en junks met pakken vla gelet. Siberia noodt nooit op die manier tot wandelen in de middagzon, maar alleen tot landerig dansen in de nacht.