De opportunistische heren Van den Bergh

Tentoonstelling: Tussen Spanje en Oranje; Huis Bergh, Gelderland en de Tachtigjarige Oorlog. Kasteel Huis Bergh (Hof van Bergh 8, 's-Heerenberg). T/m 27 sept. Dag. 13-17u, in aug. op werkdagen vanaf 11 uur. Voor kinderen is een educatief programma opgesteld. Inl.: (0314) 661 281.

Halverwege Kleef en Doetinchem ligt, in 's-Heerenberg aan de Duitse grens, kasteel Huis Bergh. Het is vooral bekend als een van de grootste in oorsprong middeleeuwse burchten in Nederland. Bovendien herbergt het de kunstcollectie van de textielmagnaat Van Heek, met laatmiddeleeuwse Italiaanse, Duitse en Nederlandse schilderkunst van onverwacht hoge kwaliteit. Deze zomer is de vaste collectie gesloten en besteedt Huis Bergh aandacht aan zijn eigen geschiedenis. In het kader van de herdenking van de Vrede van Münster illustreert een expositie de rol die de oorspronkelijke bewoners van het kasteel, de heren Van den Bergh, tijdens de Tachtigjarige Oorlog hebben gespeeld.

Deze tentoonstelling is vooral zo interessant omdat zij het nog altijd courante beeld van de opstand als een eensgezinde strijd van rechtschapen rebellen tegen de Spaanse onderdrukker ter discussie stelt en doeltreffend nuanceert. Lang niet alle edelen waren immers gecharmeerd van Willem van Oranje's verzet tegen het rechtmatig gezag van de Spaanse koning Filips II, laat staan van Oranje's omarming van het calvinisme.

Op het eerste gezicht lijkt ook in de expositie de nadruk te liggen op principiële tegenstellingen. Portretten, medaillons, documenten en andere voorwerpen die betrekking hebben op de hoofdrolspelers van het conflict zijn uitgestald in vitrines en opgehangen aan wanden, die telkens zijn geschilderd in de kleur van een van de partijen: rood voor Spanje, oranje voor de opstandelingen. Bij nadere beschouwing blijken leden van de familie Van den Bergh echter nu eens in het ene, dan weer in het andere kamp op te duiken.

De tentoonstelling opent met een aan Anthonis Mor toegeschreven portret uit 1558, dat vrijwel zeker de dan twintigjarige graaf Willem IV van den Bergh voorstelt. Het schilderij bevindt zich tegenwoordig in de National Gallery in Washington en is tijdelijk terug op het voorvaderlijk slot. Graaf Willem, een aanzienlijk Gelders edelman, was in 1556 getrouwd met Maria van Nassau, de zuster van Willem van Oranje. Het verbaast niet dat hij partij koos voor zijn zwager, onder meer door een veldtocht van opstandelingen aan te voeren.

Daarna begint het zwalken van de Van den Berghs, op zoek naar eigen voordeel. In 1578 opende graaf Willem in het geheim onderhandelingen met Filips II, en vanaf 1581 speelde hij een dubbelrol toen hij, intussen benoemd tot stadhouder van Staats Gelderland, probeerde om dat gebied onder Spaans bewind terug te brengen. Volgende verwijzingen naar Willem en zijn nazaten zijn te vinden op de rode wanden van de tentoonstelling. Portretten van Willems oudste zoons Herman en Frederik op hun doodsbed laten over hun nieuwe sympathieën weinig te raden over: beiden zijn ze omhangen met de tekenen van de keizerlijke orde van het Gulden Vlies, verleend vanwege hun verdiensten als Spaanse legeraanvoerders. Een derde zoon, Hendrik, bracht het zelfs tot opperbevelhebber van de Spaanse troepen in de Nederlanden.

In hun militaire functies leverden de Van den Berghs soms direct slag met hun eigen neven, de prinsen Maurits en Frederik Hendrik van Oranje. Desondanks blijken tussen de twee families warme contacten te zijn blijven bestaan: volgens kroniekschrijvers uit die tijd lasten de Van den Berghs gevechtspauzes in om 'goede chiere' te maken bij hun neven. En ook in politiek opzicht verloren de partijen elkaar niet uit het oog. Nadat Hendrik van den Bergh was beschuldigd van verraad bij de capitulatie van Den Bosch zocht hij toenadering tot Frederik Hendrik en in 1632 koos hij openlijk voor Oranje.

Op de tentoonstelling worden voorwerpen van behoorlijke artistieke kwaliteit, zoals een zeventiende-eeuwse portretsculptuur van prins Maurits en een Vanitas-stilleven met portret van Hendrik van den Bergh door Christiaan Lux (circa 1640), afgewisseld met aardige werken van vooral documentair belang, zoals Pieter Snayers' Beleg van de vesting Gulik (circa 1625-50), en kopieën en foto's van originele schilderijen die slechts als illustratie dienen. Zo is, met vrij eenvoudige middelen, de ingewikkelde geschiedenis van vermeend idealisme dat maar al te vaak opportunisme blijkt, op aanschouwelijke wijze in beeld gebracht.