De dreigende teloorgang van de coupe de pédale

Bij het WK op de baan in Bordeaux verschijnen deze week drie Nederlandse wielrenners aan de start. Terwijl de Franse wielerliefhebbers massaal belangstelling tonen, verkeert de Nederlandse baansport in een crisis.

WOERDEN, 26 AUG. “De piste is de bakermat van de wielersport”, zegt Eric Geserick met een weemoedige stem. De bondscoach van de Nederlandse baanrenners herinnert zijn gehoor aan de vooroorlogse jaren, toen de wegwedstrijden wegens gevaar voor het publiek werden afgelast of ingekort. “Toen was de baansport veel populairder. Nu is het andersom. En straks zijn de rollen hopelijk weer omgedraaid. Want de koersen worden steeds gevaarlijker voor de renners zelf. Daar kunnen wij weer van profiteren.”

Geserick spreekt van “een golfbeweging” in de historie van het Nederlandse cyclisme. Voorlopig kunnen de baanrenners het hoofd nauwelijks boven water houden. Nederland telt naar schatting zeshonderd pistiers, van wie een enkeling de baan met de weg combineert. Leontien van Moorsel heeft op beide onderdelen succes. Zij is op de baan én op de weg kanshebster voor een WK-medaille. Haar meeste mannelijke collega's beschouwen de rondjes op de wielerbaan als ideale voorbereiding voor het wegseizoen. Deze week prefereren zij de winderige routes in de Ronde van Nederland boven de overdekte piste in Bordeaux.

Volgens Henk van Beusekom, coördinator voor weg- en baanrenners bij de KNWU, is het een wijdverbreid misverstand dat elke wegrenner automatisch een goede baanrenner is. “Het tegendeel is waar. De baan vereist meer coördinatieve eigenschappen. Alles draait om de coupe de pédale: voor een vloeiende trapbeweging moeten de enkels meebewegen. Er zijn op de baan veel meer parameters die bepalend zijn voor succes. Een foutje en je ligt eruit. Daarom zijn baanrenners veel nerveuzer voor een race. Op de weg is het veel eten en stampen maar.”

Van Beusekom is de persoonlijke begeleider van de succesvolle wegrenner Leon van Bon, die in 1992 als baanrenner deelnam aan de Olympische Spelen in Barcelona. Van Bon behaalde toen een zilveren medaille op het onderdeel puntenkoers. Ruim een jaar later tekende hij een profcontract bij de ploeg van Jan Raas. Hij kon bij WordPerfect veel geld verdienen; als baanrenner was hij aangewezen op de buitenlandse Zesdaagsen. Het gebrek aan financiële zekerheid is voor veel jonge coureurs een goede reden om de baan alleen als oefenstrook te gebruiken.

Van Bon leerde de fijne kneepjes van het wielervak op de betonnen, onoverdekte wielerbaan in Apeldoorn. De andere Nederlandse pistes liggen in Alkmaar en Sloten. “Drie baantjes op een bevolking van vijftien miljoen. In de stad Gent liggen alleen al drie banen”, verzucht Van Beusekom, die herinneringen ophaalt aan de vergane wielerglorie in Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Hilversum en Wageningen. Betonrot, woningbouw en gebrek aan belangstelling hebben deze pistes om zeep geholpen. Daar staat tegenover de modernisering van de wielerbaan in Sloten: een houten, overdekte piste die een paar miljoen duurder is uitgevallen dan de bedoeling was.

Van Beusekom noemt Frankrijk als voorbeeld van een geslaagde wedergeboorte van de baansport. “Daar hebben ze misschien wel vierhonderd pistes. Toen de baansport in de jaren zeventig in het gedrang kwam, hadden ze daar voldoende accommodaties. De Fransen hadden een basis om terug te knokken. In Nederland ontbreekt dat stukje wielercultuur. Er zijn geen Zesdaagsen meer. En er zijn ook geen helden meer. De tijden van Henk Nijdam en Frans Mahn liggen ver achter ons. We moeten alles van onderen opbouwen.”

Het beleidsplan van de KNWU heeft twee doelstellingen: kwantiteit (veel beoefenaars) en kwaliteit (veel medailles). Om successen op de langere termijn (2004) te kunnen garanderen, moet de huidige lichting junioren kennismaken met de piste. Bondscoach Geserick denkt hierbij aan clinics voor scholieren, die op de baan ongestoord kunnen fietsen. Hij keert weer terug naar zijn stokpaardje: het onveilige verkeer. Zijn sombere prognoses voor de wegsport worden overigens gedeeld door Hein Verbruggen. De Nederlandse voorzitter van de internationale wielerunie vreest dat de grote klassiekers en de grote etappekoersen in de toekomst op gesloten parcoursen worden verreden.

Geserick pleit verder voor een versmelting van baan- en wegcoureurs in de nationale wielerploegen. Hij noemt Chris Boardman, houder van het werelduurrecord, als lichtend voorbeeld. De Engelsman mag bij de Franse formatie GAN in beide disciplines uitblinken. “Rabobank maakt in de wintermaanden goede sier met de veldrijders Richard Groenendaal en Adri van der Poel”, constateert Geserick. “Zo'n sponsor zou in de wintermaanden evenveel publiciteit kunnen krijgen met een paar talentvolle baanrenners.”

Hoewel de heroïsche beelden van een warme bergetappe of een winderige waaierklassieker bij de meeste wielerliefhebbers meer indruk maken, leent de baansport zich uitstekend voor televisie. De geavanceerde fietsen, de aerodynamische pakken en de grote snelheden zorgen voor telegenieke plaatjes. Geserick kan daarom niet begrijpen dat de NOS meer aandacht besteedt aan veldrijden en mountainbiken. “Dat geploeter in de modder is toch niet om aan te zien?”

Hij noemt de visuele media van het grootste belang voor een herwaardering van de baansport. “Alles draait om televisie, heel simpel. Op die manier stroomt er geld binnen. En de jeugd kan via de tv kennismaken met een relatief onbekende tak van sport.” Geserick is benieuwd naar de hoeveelheid Nederlandse zendtijd tijdens het WK. “Ik begrijp dat het bij jullie niet erg leeft”, zegt hij vanuit zijn hotelkamer in Bordeaux. “Hier staan de kranten vol met fietsen. En het Vélodrome is elke dag stijf uitverkocht. Hoezo marginale sport?”