Vriendschap met bondgenoten gaf de doorslag

DEN HAAG, 25 AUG. De Nederlandse regering heeft, voor zover zij een bijdrage kon leveren, na een half jaar bedenktijd het pad helpen effenen naar wat het State Department in Washington een maand geleden “een creatief alternatief” noemde in de Lockerbie-zaak. Door - op voorwaarden - akkoord te gaan met Den Haag als 'neutrale plaats' voor een eventueel proces tegen de twee Libische verdachten, zou Nederland eventueel een juridisch novum helpen organiseren en daarmee zijn twee grootste Angelsaksische vrienden ter wille zijn.

Minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) noemde de vriendschap met Amerikanen en Britten gisteren als factor die heeft meegeteld voor het regeringsbesluit. Die mededeling zal de regering-Gaddafi in Tripoli intussen ook hebben bereikt, wat de papieren van Den Haag als 'neutrale plaats' voor een proces mogelijk niet heeft verbeterd.

Overigens is in de brief die de regering de Tweede Kamer heeft gestuurd over haar besluit aan alles gedacht. De vraag is beantwoord waar de twee Libische verdachten na een veroordeling hun straf zouden moeten uitzitten, namelijk in het Verenigd Koninkrijk. De procedure via de Veiligheidsraad, de regeling van de tijdelijke exclusieve jurisdictie van Schotse rechters met Schots recht op een Nederlandse locatie (die naar status in dit opzicht enigszins vergeleken kan worden met Internationale Organisaties in Nederland). Zelfs de vraag wie moet betalen in het eventuele geval dat het komt tot een berechting als nu is voorgesteld, is al beantwoord. Namelijk Groot-Brittannië.

Een andere vraag wordt - uiteraard - in de brief aan de Kamer niet besproken. Dat is de vraag hoe groot wel de kans is dat de afgesproken Amerikaans-Britse resolutie aangaande dat creatieve alternatief in Den Haag het zal halen in de Veiligheidsraad. Of, als dat gebeurt, Libië werkelijk bereid zou zijn daaraan mee te werken. Die vragen zijn interessant, want het zou kunnen zijn dat er in Washington, Londen en Den Haag alvast rekening mee is gehouden dat Libië er niets voor zal voelen om aan de voorgestelde procedure mee te werken.

In dat geval zou Nederland zonder de voorgestelde prestatie te hoeven 'leveren' een compliment hebben verworven van de Angelsaksische vrienden. Terwijl die zich op hun beurt sterk kunnen maken voor de aanscherping, en betere naleving, van de al geregeld ontdoken internationale sancties tegen Libië. Zogezien zit Nederland met zijn geste eigenlijk 'altijd goed'. Namelijk als een klein land dat ook in dit geval leeft naar zijn mooie, internationaal erkende juridische traditie. Of als een klein land en trouwe bondgenoot waar de politieke rekenkunst behoorlijk ontwikkeld is.