Verdachte affaire Agusta overleden

BRUSSEL, 25 AUG. Voormalig directeur Raffaelo Teti van de Italiaanse helikopterfabriek Agusta is afgelopen weekeinde in Rome overleden aan een hartaanval. Teti was een van de verdachten in het Agusta-Dassaultproces, dat volgende week in Brussel begint. Hij moest zich verdedigen tegen de beschuldiging van corruptie.

Tijdens het Agusta-Dassault-proces, dat waarschijnlijk enkele maanden gaat duren, moet blijken of er voldoende bewijzen zijn om Vlaamse en Waalse socialisten te veroordelen wegens het aannemen van smeergeld. Zij zouden dit hebben ontvangen in ruil voor militaire orders van de Belgische regering bij Agusta en bij de Franse vliegtuigbouwer Dassault. Nu Teti is overleden, zullen nog twaalf verdachten terechtstaan, onder wie voormalig secretaris-generaal van de NAVO Willy Claes en Dassault-directeur Serge Dassault.

Teti (72) was directeur van Agusta in 1988 toen de Belgische regering bij het bedrijf 46 legerhelikopters bestelde. De fabrikant maakte bijna 3 miljoen gulden smeergeld over aan de Vlaamse Socialistische Partij, aldus een bekentenis van voormalig SP-penningmeester Etienne Mangé, die volgende week ook voor de rechter moet verschijnen. Mangé zegt echter dat de partijtop, onder wie Willy Claes, niet van de gift op de hoogte was.

Enkele getuigen zeggen dat Teti begin 1989 heeft gesproken met Claes, die destijds als minister van Economische Zaken verantwoordelijk was voor compensatieorders. Claes heeft die ontmoeting steeds ontkend en Teti zei zich deze niet te herinneren. Teti verhuisde in 1989 naar Brazilië. Hij werd in mei 1996 door Brazilië uitgeleverd aan België en zat korte tijd gevangen in Luik. Zijn gezondheid was toen al zwak. Justitie liet de Italiaan vrij, op voorwaarde dat hij zich beschikbaar hield. Volgens zijn advocaat is Teti gisteren in Italië begraven.

Belgische media maken vandaag bekend dat twee verdachten van de Parti Socialiste in het Agusta-Dassault-proces hebben gezegd dat hun in juni geld is aangeboden door een verzekeringsmaatschappij die nauwe banden heeft met de PS. Indien zij tijdens het proces geen aanvallen op de PS zouden doen, zouden de proceskosten voor hen betaald worden. Het bod, dat werd afgeslagen, zou zijn gedaan namens de PS'er en vice-premier Elio di Rupo. Die ontkent echter dat hij een dergelijk bod heeft gedaan.