Schaar

Multatuli gaf een aardige definitie van de humor in Idee 158. Humor was volgens hem niets anders dan de beschrijving van de natuur, die in haar domheid en haar algemeenheid altijd humoristisch was. Om het uit te leggen gebruikte hij de gelijkenis van de schaar in de koperpletterij.

De schaar snijdt de koperen platen, moeiteloos met grote kracht. Als er geen koperen plaat beschikbaar is, maakt de schaar knipbewegingen in de lucht die niets snijden. En als er iets anders beschikbaar is...

Naast je staat een bevallig meisje van achttien jaar, je houdt haar middel omspannen en dan pak je haar op en breng je haar omhoog. Knip. Het meisje is al doorgeknipt. “Ge houdt in elke hand een helft.“ Het is de schaar om het even of hij koperplaten, lucht of het meisje knipt. Dat is de humor van de natuur, en wie het goed natekent is volgens Multatuli een humorist.

Nu onze schaterlachende ministersploeg de lach en de humor tot een brandende politieke kwestie heeft gemaakt, ligt het voor de hand om op zoek te gaan naar de essentie van de humor, om op die manier de essentie van onze regering te achterhalen. Het lukt natuurlijk niet. Als de essentie van een luciferdoosje al niet bestaat, dan zeker niet die van de humor. We kunnen omtrekkende bewegingen maken en hier en daar iets aanwijzen.

Zondag liet de laatste televisiezomergast Alex van Warmerdam een fragment zien uit de film Le fantôme de la liberté van Luis Buñuel. Een man gaat naar een hoge verdieping van een torengebouw in Parijs en schiet vandaar willekeurige mensen dood die beneden op straat lopen. Ze vallen plotseling levenloos op de grond en hebben geen idee waar het onheil vandaan kwam.

“Waarom heb je dit fragment laten zien?“ vroeg de presentatrice Hanneke Groenteman. “Omdat het een beetje humoristisch is. En omdat iedereen wel een wensdroom heeft om zoiets te doen. Een soort voyeurisme, maar dan met gevolgen.“ “Als God“, zei Groenteman. Dat had ik ook gezegd, want het ligt voor de hand. God als een sluipschutter die van een hoge toren willekeurige mensen doodschiet. We doen niet aan definities en essenties, maar dit komt dicht bij een definitie van de essentie van de humorist. Iemand die in het echt deed wat in dat filmfragment werd verbeeld was de Texas sniper, de Texaanse sluipschutter. Bij de paar noodzakelijke spulletjes die hij op zijn toren mee naar boven had genomen vond de politie een deodorantstift. Ook een humorist, die Texaanse sluipschutter. Hij had er geen been in gezien om tientallen mensen neer te schieten, maar hij wilde niet uit zijn oksel geuren.

Dat iedereen die wensdroom heeft om als God van een hoge toren te schieten is niet waar, want ik heb hem niet. Ik heb weer wat anders. Als ik in de trein zit stel ik me wel eens voor dat de trein aan beide zijden een zaag van honderden meters met zich mee voert die alles in het landschap waar de trein doorheen rijdt ongeveer op halshoogte afsnijdt. Dat lijkt een beetje op die schaar van Multatuli, maar op een wat modernere manier. Die schaar was natuurlijk de schaar van de schikgodinnen, die er een individueel mensenlot mee doorknippen. Mijn zaag is technisch grootschaliger, alles gaat er tegelijk aan in één grote zwaai.

Ik houd me voor dat mijn fantasie niet alleen voortkomt uit een lust tot vernietiging, maar ook een geometrisch spel is. Vlak bij mijn raam raast de zaag bliksemsnel en aan de horizon zaagt hij heel langzaam, terwijl het toch dezelfde zaag is. We moeten onze ministers niet te hard vallen om hun gelach. Het zijn ook maar mensen zoals u en ik. Voor iedereen is het moeilijk om op een verantwoorde manier met de humor om te gaan, dat blijkt nu maar weer.

Zomergast Van Warmerdam liet ook een stukje zien van de korte film Un Chien Andalou, die Buñuel samen met Salvador Dali maakte. Ik kneep mijn ogen al een beetje dicht, omdat ik de beroemde beginscène niet wilde zien, waarin een oog met een scheermes wordt doorgesneden. Opmerkelijk dat na zeventig jaar en na alle horrorfilms die er later zijn gekomen, zo'n simpel beeld dat deze keer niet eens vertoond werd nog zo angstaanjagend kan zijn voor iemand die in zijn fantasie bereid is om hele landschappen met levende have en al om te zagen. Over de nog steeds schokkende film Un Chien Andalou schreef een criticus in 1929 dat ieder beeld vervuld was van humor en poëzie. Die criticus wist dat humor en poëzie niet een zaak van onschuldig dansende elfjes is.

De lachers die zich op ieder moment van de dag met een brede grijns op het gezicht kunnen laten fotograferen, lijken weinig besef te hebben van de agressiviteit en het sadisme van de humor. Ze zijn als onschuldige kinderen die nog niet weten wat ze aan kunnen richten.

Op oude foto's zie je de mensen altijd ernstig kijken en ze zien er daardoor volwassener uit dan de eeuwige kinderen van nu. De technische verklaring die daarvan gegeven wordt, zegt dat de belichtingstijd toen zo lang was dat de gefotografeerden het niet vol zouden kunnen houden om al die tijd een lach op hun gezicht te hebben. O nee? De moderne luitjes zouden er geen moeite mee hebben. Het komt niet door de belichtingstijd, denk ik. Op een gegeven moment zijn ze gaan lachen als de fotograaf kwam. “Lach eens naar het vogeltje“, zei hij in het begin nog, maar later hoefde dat niet meer, toen ging het vanzelf. Het komt tegenwoordig trouwens ook vaak voor dat de gefotografeerden juist heel boos en dreigend kijken. Misschien wordt dat de mode van Paars III. Het maakt niet veel uit naar mijn gevoel. Wie zich altijd bekeken waant zet zich een persoonlijkheid op die lacht of pruilt, eerst alleen voor de camera en later zelfs in het donker.

Alex van Warmerdam, die een begaafd humorist is, zag je bijna geen moment lachen op die televisieavond. Hij sprak als een volwassene. Alleen heel even het begin van een glimlach, toen hij vertelde hoe zijn vader uitgenodigd werd een naakte buurvrouw in een duinpan zwanger te maken, maar het niet deed.