Protest weerhoudt IHC niet van Birma-order

SCHIEDAM, 25 AUG. IHC Caland zal niet terugkomen op zijn besluit een olieopslagtanker te bouwen voor de kust van Birma. Zelfs de Nederlandse regering of de Europese Commissie zal niets aan dat standpunt kunnen veranderen.

“We hebben er goed over nagedacht, maar we zijn net als Julius Caesar de Rubicon overgestoken”, vertelde bestuursvoorzitter Jan-Diederick Bax gistermiddag bij de presentatie van de halfjaarcijfers van het bedrijf. “Wat de overheid ook beslist, het zal geen invloed hebben op ons besluit”, aldus Bax. Zichtbaar uit zijn normale doen - zonder sigaar - trachtte hij zijn gehoor er nogmaals van te overtuigen dat terugdraaien van de omstreden order onmogelijk is. “Dan zijn wij niet langer betrouwbaar in de oliewereld.”

Vanachter een gesloten glazen deur had Bax kort daarvoor de commotie gadegeslagen op de stoep bij de ingang van zijn bedrijf. Daar lagen drie 'bebloede slachtoffers' van de dictatuur in Myanmar, leden van het Burma Centrum Nederland dat zijn eigen 'halfjaarcijfers' over de Birmese junta uitdeelde. Birma, aldus de actiegroep, is een land zonder grondwet, vrijheid van meningsuiting, vrije vakbonden of vrije pers. Zelfs de minste kritiek op het bewind wordt er gestraft met zware gevangenisstraffen. Het land is koploper in de wereldproductie van opiaten en dwangarbeid is er ingeburgerd. Om die laatste reden zag bierbrouwer Heineken zich enkele jaren geleden al genoodzaakt zich uit Birma terug te trekken.

“Maar wij zijn een business-to-business bedrijf, geen people-topeople onderneming”, aldus Bax. “Heineken was in Birma zelf actief en had mensen uit het land zelf in dienst, wij werken 120 mijl uit de kust. Dat vind ik nogal een verschil. Wij maken geen misbruik van dwangarbeid.”

Inmiddels heeft ook de overheid zich in de discussie gemengd. Staatssecretaris Ybma (Economische Zaken) zond afgelopen vrijdag een brief naar de Tweede Kamer over de omstreden order van IHC. Maar Bax voelt haarfijn aan dat ook dit college machteloos staat, omdat Ybma moet erkennen dat de geldende EU-regels geen boycot tegen Birma mogelijk maken. “Dat briefje hield zich nogal op de vlakte”, vindt Bax. “Dat kan ook moeilijk anders als je de internationale situatie bekijkt. In een land als Frankrijk is dit absoluut geen issue. Dat land verkoopt zelfs wapens aan Birma.”

IHC Caland bouwt onder meer baggerschepen en is leverancier van hoogwaardige technologie aan de offshore-industrie. Via de Zwitserse dochter SBM heeft IHC met ondermeer Premier Petroleum Myanmar een leasecontract afgesloten voor de bouw van een zogeheten FSO, een drijvend olieopslagsysteem dat wordt ingezet voor de ontwikkeling van het Yetagun-gasveld voor de kust van Birma. De order, met een looptijd van vijftien jaar, levert IHC honderden miljoenen op.

Bax is niet bang dat IHC Birma wordt uitgezet bij een eventuele machtswisseling in dat land. “Welnee”, zegt hij. “Kijk naar Indonesië. Denkt u dat daar één bedrijf heeft moeten vertrekken nadat mijnheer Habibie aan de macht gekomen is? Men heeft ook daar het geld veel te hard nodig.”

Bax erkent dat de commotie over de Birmese order hem onaangenaam heeft verrast. “We hebben nooit gedacht dat het allemaal zomaar zou overwaaien, maar deze reacties hadden we toch niet verwacht.” Bax zegt dat geen enkele medewerker van IHC Caland zich mondeling of schriftelijk bij hem heeft beklaagd over de omstreden order. Ook de aandeelhouders hebben niet geprotesteerd. Volgens woordvoerder Gijs Hillenius van het Burma Centrum zijn enkele grootaandeelhouders van IHC in de VS benaderd om stelling te nemen tegen de order.

De koers van IHC staat al enige tijd onder druk. “Wij hebben ons ook afgevraagd of dat door deze kwestie komt”, zegt Bax. “Maar experts hebben ons verzekerd dat onze koers volkomen in lijn is met de ontwikkelingen rondom de meeste oilservices op Wall Street.”

Het aandeel IHC steeg gisteren met 80 cent naar 92,80 gulden, na bekendmaking van een sterk gestegen winst over de eerste helft van 1998. Het nettoresultaat bedroeg 70,1 miljoen gulden, tegenover 45,4 miljoen een jaar eerder. Alle onderdelen van IHC Caland droegen aan de winst bij. Dat gold dus ook voor Van der Giessen de Noord, de noodlijdende scheepswerf die IHC vorig jaar overnam omdat het zelf te weinig scheepsbouwcapaciteit had om de stroom orders te kunnen verwerken.