'Politiek een misdadig vak'

“Er zijn veel pitspoezen in Den Haag.” Het prominente Tweede-Kamerlid H. Hillen (CDA) kritiseert zijn partij en de politieke cultuur in Den Haag.

DEN HAAG, 25 AUG. Hij vindt politiek “een misdadig vak”, mist bij vrouwelijke politici humor en relativeringsvermogen en ergert zich aan het “vreemdgaan” dat aan het Binnenhof “schering en inslag” is.

Hans Hillen, rechterhand van CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer en secretaris van de Tweede-Kamerfractie, maakt van zijn hart geen moordkuil in een vraaggesprek met het feministische maandblad Opzij dat deze week verschijnt.

Hillen stopt over twee jaar met het Kamerwerk, zo kondigt hij aan, want dan heeft hij er tien jaar “sociale dienstplicht” opzitten en bovendien mist hij een perspectief voor zijn eigen partij. Het CDA is “te onzeker”, “te aarzelend” en mist “een spetterende boodschap voor de samenleving”.

Zelf zou Hillen graag “vrolijk, optimistisch en toekomstgericht” politiek willen bedrijven, maar zijn partij kan volgens hem nog altijd niet omgaan met de oppositierol.

“Vroeger waren we altijd winnaars, op het ogenblik worden we beschouwd als losers, dat valt niet mee.”

Hillen heeft de afgelopen jaren “in toenemende mate tobbend en foeterend” zijn werk gedaan. Hij zag ook “weinig vooruitgang”. Hillen over het CDA: “We waren te veel bezig elkaar in de gaten te houden, elkaar te bewaken waardoor de energie alleen nog maar naar binnen gericht was.”

De politiek is volgens Hillen “een misdadig vak”, omdat het mensen als persoon “vervormt” en als familielid “asocialer maakt”. “Als politicus moet je zoveel zaken en dossiers beheersen, je doet dat zo goed mogelijk maar toch vluchtig, je moet er niet emotioneel bij betrokken raken, waar morgen is er weer iets anders. En dan kom je thuis en wordt er een totaal andere instelling van je gevraagd: niks zakelijk niks afstandelijk, maar warm, meevoelend en emotioneel betrokken. Maar dat lukt je niet meer, althans meestal niet.”

Hillen botste wegens zijn opvattingen over gezin en opvoeding regelmatig met vrouwen in zijn eigen partij en daarbuiten.

Over vrouwelijke politici is hij in Opzij weinig postitief. “Ik ken niet veel leuke vrouwen in de politiek, ze zijn vaak ambtieuzer, meer geharnast, humorlozer, ze moeten altijd scoren. Met mannen kun je na een zakelijk conflict best een glas drinken, vergeet dat maar bij vrouwen.”

De CDA'er stoort zich ook aan de promiscuïteit die hij waarneemt aan het Binnenhof. “We hebben het er onderling vaak over wie nu weer met wie is.” Volgens hem is aan het Binnnehof “vreemdgaan vooral bij PvdA en CDA schering en inslag”.

Hij pleit ervoor dat de pers meer schrijft over de verhoudingen die politici tijdens werk aangaan - “in het algemeen, maar ook met naam en toenaam, vooral als het om mensen gaat die in het openbaar hoog opgeven van de betrokkenheid bij hun gezin.”

Want, zo vindt hij: “Mensen die op dit vlak gemakkelijk te verleiden zijn, zijn dat misschien ook op een ander gebied. Die zijn niet standvastig”.