Pijnvrije Rottier staat weer met plezier op tennisbaan

Aan de hand van Stephanie Rottier behaalde Amstelpark dit weekeinde de tennistitel in de eredivisie. Na twee jaar blessureleed droomt de 24-jarige Zeeuwse van een internationale comeback.

ROTTERDAM, 25 AUG. De Nederlandse tenniscompetitie was de afgelopen weken verketterd als een arena waar list en bedrof de ranglijst bepaalden. Maar juist in die gedoemde eredivisie hervond Stephanie Rottier na twee jaar blessureleed eindelijk het geluk in haar sport door met Amstelpark de landstitel te veroveren. Huilend vierde de 24-jarige Zeeuwse haar overwinnig op FedCup-speelster Amanda Hopmans. “Want het was al een wonder dat ik eindelijk pijnvrij heb kunnen spelen.”

Een flinke dosis pijnstillers loodste Rottier door de competitie. Maar afgelopen weekeinde, in de finale van de play-offs, had de vroegere pupil van Amstelpark -directeur Hugo Ekker zowaar geen last meer van haar chronische schouderblessure. Ze moet er bijna van zijn geschrokken, want een leven zonder pijn kende Rottier niet meer. “Twee jaar geleden kon ik zelfs geen krantenpagina meer omslaan,” vertelt de tennister, die in 1993 nog de nummer 30 van de wereldranglijst was. “Ik woonde op mezelf, maar ik was niet eens in staat de ramen te lappen. Er moet iets aan die schouder gebeuren.”

Haar internationale carriere was gestrand, een lange lijdensweg begonnen. Daarom liepen de amoties bij Rottier zo hoog op nadat ze aan de zijde van haar dubbelspelpartner Henriëtte van Aalderen het verlossende punt in de finale tegen De Manege had behaald. In het enkelspel had ze verrassend afgerekend met Hopmans, die in de reguliere competitie nog veel te sterk was geweest. Maar in de finale van de play-offs wierp de blonde kopvrouw van Amstelpark de speelster die Iva Majoli voor de FedCup had vernederd.

De 6-2 en 6-1 zege op Hopmans sterkte Rottier in de overtuiging dat ze nog steeds kan tennissen, als de schouder het goed vindt. “Alle ellende van de afgelopen jaren trok aan me voorbij”, erkent Rottier. “Ik kon niet geloven dat we kampioen waren. Maar op de baan naast ons gooiden de mannen van Amstelpark hun rackets in de lucht en staakten onmiddelijk hun partij. Ik had meer vrienden dan ooit. Maar ik ben nog niet vergeten dat anderhalf jaar geleden bijna niemand meer in me geloofde.”

Het dromen van een herkansing heeft Rottier op de been gehouden, in een periode dat ze geestelijk op knappen stond. “Ik heb drie maanden bij mijn ouders gezeten, toen ik het niet meer zag zitten”, zegt ze. “Natuurlijk heb ik meer dan eens overwogen met tennis te stoppen. Toch heb ik me nimmer serieus op een ander leven gericht. Ik hield zoveel van mijn sport dat ik er geen afstand van kon nemen. Ik wilde me niet neerleggen bij de gedachte dat een blessure me zou dwingen nooit meer te tennissen.”

Voor de buitenwacht was Rottier definitief afgeschreven. Op de website van de Woman Tennis Association komt haar naam voor het laatst voor in april 1996 tijdens een toernooi in Tokio. En niet vanwege een opvallende prestatie. Rottier wordt genoemd als één van de weinige Europese speelsters die dol zijn op sushi. Het tekent haar modale status in het circuit. Met haar dubbelhandige backhand kon zij zich in het tijdperk van de Girl Power met Hingis, Koernikovan en de Williams-zusjes meten met de subtop.

Op de grandslamtoernooien bereikte Rottier slechts één keer de tweede ronde. Ze was te intovert, te schuchter. Ze miste uitstraling. Wat een verhuizing al niet kan veranderen. Rottier, lachend: “ik stond plotseling in de topdertig van de wereld. Maar ik was een meisje van 19 jaar uit een dorp in Zeeland. Ik heb me pas weten te ontplooien toen ik in Amsterdam ben gaan wonen. Al die tegenslagen hebben me gevormd. Ik ben inmiddels volwassen geworden. Ik sta dus anders op de baan dan vroeger.”

Dat nieuwe zelfbewustzijn kreeg in de clubcompetitie met Amstelpark een nieuwe impuls. In extase riep Rottier uit dat ze klaar was voor een internationale rentree. Een dag na het behalen van de landstitel houdt ze in een roes”, beseft Rottier. “Eerst ga ik langs de dokter om te kijken of mijn schouder schade heeft opgelopen in deze competitie. Zo niet, dan overweeg ik het weer te proberen op internationaal niveau, want ik heb eindelijk weer plezier in het tennis.”