Minister Korthals: Justitie wil grip houden op de politie

APELDOORN, 25 AUG. Het ministerie van Justitie is verantwoordelijk voor de politie als opsporingsinstantie. “Politie en justitie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.”

Dit heeft minister Korthals (Justitie) gisterenbij de opening van het academische jaar van de Nederlandse Politie Academie in Apeldoorn gezegd bij monde van zijn secretaris-generaal H. Borghouts.

De uitspraak is opmerkelijk, omdat het kabinet-Kok II heeft besloten dat de minister van Binnenlandse Zaken, Peper, in het nieuwe kabinet primair de verantwoordelijkheid over de politie krijgt. De ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken deelden voorheen deze verantwoordelijkheid. Minister Peper wilde vanochtend niet reageren op de uitlatingen van zijn collega.

Namems zijn minister wees Borghhouts gisteren op de “grote invloed van politie-inzet op de strafrechtshandhaving”. Hij wees er ook op dat de minister van Justitie de hoofdlijnen van het opsporingsbeleid bepaalt in nauw overleg met het openbaar ministerie. Het OM kan deze eisen vervolgens aan de politie opleggen, “maar deels zal ik deze eisen centraal vaststellen.”

Het gaat dan onder meer om de kwaliteit en de opleiding van de politie, de communicatiemiddelen en de aanpak van specifieke delicten als jeugd- en zedencriminaliteit en financieel-economische misdaad.

Door de politie onder te brengen bij één minister, hoopt het kabinet-Kok II de bestuurlijke drukte te verminderen. Voorheen moesten de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken op meer dan veertig punten met elkaar overleggen over de politie. In de politiewereld is instemmend gereageerd op de komst van één minister voor de politie.

H. Borghouts zelf toonde zich eerder, in een ingezonden artikel in deze krant, tegenstander van één minister voor de politie. Hij bekritiseerde de overgang van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) naar Binnenlandse Zaken per 1 januari. Het KLPD houdt zich bezig met de bestrijding van (georganiseerde) criminaliteit. “De minister van Justitie zou dan niet langer bij het beheer van enig substantieel onderdeel van de politie betrokken zijn”, aldus Borghouts in het ingezonden stuk.

Ook waarnemend voorzitter van het college van procureurs-generaal, R. Ficq, sprak eerder zijn bezorgdheid uit over één minister voor de politie. De minister van Justitie moet volgens hem op centraal niveau beheersinvloed houden, om zo zijn politieke verantwoordelijkheid voor het functioneren van de rechtshandhaving te kunnen waarmaken.