Journal of Comparative Economics

De Journal of Comparative Economics verschijnt elk kwartaal en is een uitgave van Academic Press, 6277 Sea Harbor Drive, Orlando, FL 3288-4900, USA.

Hoe is het de elite van de voormalige DDR vergaan in economische zin? In hoeverre hebben ze succes, en in hoeverre danken ze hun succes aan de privileges die ze hebben behouden in de overgangsperiode tussen het oude en het nieuwe systeem? Deze en andere vragen komen aan de orde in de Journal of Comparative Economics. Edward J. Bird van de University of Rochester, en Joachim R. Frick en Gert. Wagner van het Duitse Instituut voor Economisch Onderzoek doen daarin verslag van hun onderzoek naar de inkomenspositie van de socialistische elite in de overgangsperiode van 1990 tot 1994.

Het antwoord op hun vragen is politiek belangrijk, schrijven ze, omdat het nieuwe systeem minder populair zal zijn bij het publiek als blijkt dat de elites hun inkomenspositie hebben weten te handhaven. En dat laatste is inderdaad het geval. Sterker nog, uit diverse verbanden tussen de onderzoeksgegevens blijkt dat het de leden van de voormalige socialistische elite ook voor de wind gaat in het nieuwe systeem van het kapitalisme en dat hun positie elk jaar meer dan gemiddeld verbetert.

Het onderhavige onderzoek is gebaseerd op jaarlijkse enquêtes naar het verband tussen inkomen en welzijn die sinds 1984 in de Bondsrepubliek worden uitgevoerd. In 1990 werd ook het voormalige Oost-Duitsland betrokken bij de enquêtes. De onderzoekers hebben geen gebruik gemaakt van het ledenbestand van de partij, omdat het bezit van een partijkaart niet veel zegt over de maatschappelijke status van het betrokken lid. Want het lidmaatschap van de voormalige communistische partij werd vroeger te pas en te onpas gebruikt als een goedkope manier om burgers te belonen. Bovendien zouden vragen over het partijlidmaatschap in 1990 weinig zin hebben gehad wegens de toenmalige politieke lading van het onderwerp. Daarom kozen de onderzoekers het bezit van een telefoon als criterium voor het lidmaatschap van de elite. In 1990 had slechts 20 procent van de Oost-Duitse huishoudens telefoon, tegen 98 procent in West-Duitsland.

Voor de overgang naar het kapitalisme in de DDR begon was het inkomen van een gemiddeld elitehuishouden 8,4 procent hoger dan dat van de andere huishoudens. In 1994 was dat verschil gegroeid tot 12,5 procent. De auteurs concluderen dat deze ontwikkeling een van de belangrijkste redenen is waarom grote publieksgroepen het nieuwe kapitalistische systeem ervaren als onrechtvaardig.