Hoofdanalist Richard Koo van effectenhuis Nomura: 'Tokio pakt bankcrisis goed aan'

De Japanse regering ligt in het binnen- en buitenland onder vuur wegens haar economisch beleid. Hoofdanalist Richard Koo van Nomura neemt het voor Tokio op.

TOKIO, 25 AUG. “Niemand ter wereld weet hoeveel 'slechte leningen' de Japanse banken hebben, zelfs de regering en waarschijnlijk ook de bankpresidenten zelf niet. De reden is dat Japan slechts 600 bankinspecteurs telt, van wie er hooguit 200 werkelijke kennis van zaken hebben. Ter vergelijking: de Verenigde Staten hebben er tienduizend.”

Econoom Richard Koo, hoofdanalist van het Japanse effectenhuis Nomura, gaat kritiek op de Japanse overheid niet uit de weg. Maar ook de buitenlandse critici van Japan, met name uit de VS, kunnen als het nodig is op een veeg uit de pan rekenen. Terwijl de Japanse regering dezer dagen in het parlement onder vuur ligt van de oppositie over het belastinggeld dat ze wil steken in de redding van de banken, en ook buitenlandse critici al maanden afgeven op het Japanse beleid aangaande de crisis in de financiële sector, breekt de Amerikaan Koo een lans voor het beleid van de regering.

De Japanse regering heeft sinds de oorlog alle banken beschermd in het zogenaamde 'convooi-systeem'. Veel critici van de regering wachten op een einde van dit systeem en de moed van de regering om slechte banken simpelweg failliet te laten gaan. Maar deze critici begrijpen volgens Koo niets van de huidige problemen van Japan, want de crisis van de Japanse financiële sector is geen crisis van enkele individuele banken, maar een “systeem-crisis” waarbij alle banken diep in problemen zijn. Collectieve steun aan alle banken is daarom nodig om het land voor verder afglijden te behoeden.

Koo is een vreemde eend in het Japanse openbare leven. Hij is van Taiwanese afkomst maar geboren in Japan en drager van een Amerikaans paspoort. In het verleden heeft hij gewerkt voor de Amerikaanse Federal Reserve Board, het systeem van centrale banken in de VS, maar tegenwoordig is hij hoofd van het Nomura Research Institute, de denktank van het grootste Japanse effectenhuis. In Japan treed hij regelmatig op in discussieprogramma's met politici op televisie. Koo is eerder dit jaar in een Amerikaans blad zelfs verweten een coalitie te zijn aangegaan met de regerende Liberaal Democratische Partij (LDP) in Japan. “De LDP realiseert tegenwoordig ten minste hoe serieus de problemen zijn en dat er overheidsgeld nodig is om de banken te redden”, aldus Koo vandaag voor een afgeladen zaal met buitenlandse correspondenten.

Koo constateert dat de Japanse economie zeker wordt geplaagd door structurele problemen, maar deze problemen zijn volgens hem niet de oorzaak van de huidige crisis. “De slechte leningen zijn niet het structurele probleem van Japan want die zijn er al acht jaar. Waarom zou dat nu opeens een probleem zijn?”

Wel een probleem is “een gigantisch macro-economisch mismanagement”, aldus Koo. Hij doelt daarmee op de pogingen van de vorige regering het afgelopen jaar om het overheidstekort terug te dringen door de uitgaven terug te schroeven en de BTW te verhogen. “Het is fout een dieet voor te schrijven aan iemand die op sterven ligt.”

De Japanse banken zijn de afgelopen acht jaar bezig geweest met een zeer langzaam wegwerken van de slechte leningen, aldus Koo. In de tussentijd draaide de economie op de grote stimuleringspaketten van de overheid ter waarde van in totaal 65 biljoen yen (928 miljard gulden) in zes jaar. Zonder deze uitgaven zou de economie van Japan al sinds 1990 in een recessie zijn. Nu gebeurde dit begin dit jaar nadat de regering uiteindelijk de uitgaven had teruggedraaid. De grote kritiek in Japan zelf op de openbare werken waaraan het overheidsgeld wordt uitgegeven noemt Koo een “luxe probleem”. “Als macro-econoom kijk ik niet waar het geld aan wordt uitgegeven.”

Een tweede oorzaak van de huidige recessie in Japan is gelegen in de goedkope yen. Ook al zijn er critici die stellen dat Japan zich met een goedkope yen uit de problemen wil exporteren, volgens Koo is de goedkope yen funest geweest voor Japan. De reden ligt in de balansen van de banken. Door de daling van de yen begonnen de buitenlandse activa van de Japanse banken in yen uitgedrukt steeds meer waarde te krijgen. Het eigen vermogen dat hier wegens internationale afspraken tegenover moet staan moest navenant worden aangevuld.

Toen dat niet ging bleef de banken maar een optie over: snijden in hun leningen. Volgens Koo betekent een stijging van de waarde van de dollar met 1 yen dat de banken 1 biljoen yen (ruim 14 miljard gulden) aan leningen moeten wegsnijden. Dat is de grote oorzaak van het dichtdraaien van de geldkraan, waardoor de Japanse economie sinds begin dit jaar wordt getroffen en waarover vooral het Japanse midden- en kleinbedrijf steen en been klaagt.

De belangrijkste taak die de Japanse overheid nu rest is dan ook het voorzien van de banken van nieuw kapitaal, zodat ze hun leenactiviteiten voort kunnen zetten en door kunnen gaan met het afschrijven van de 'slechte leningen'. Kritiek uit het buitenland dat dit een voortzetting is van het oude 'convooi-systeem' is volgens Koo niet relevant. Ook de VS hebben in perioden van crisis maatregelen genomen om hun totale banksector te beschermen.