Handelsmissie moet export naar Iran herstellen

Jarenlang stond de Nederlandse export naar Iran op een laag pitje door grote diplomatieke spanningen tussen de Europese Unie en de Islamitische republiek. Een handelsmissie van “hoog niveau” moet verbetering brengen.

ROTTERDAM, 25 AUG. “Wij hebben de deur naar Iran op een kier gezet. We zijn er heel goed ontvangen. Je kunt er echt van alles verkopen”, zegt Jacob van de Vis, medewerker van de Rotterdamse Kamer van Koophandel.

In mei bezocht een handelsdelegatie van vijftien ondernemers, onder wie enkele bankiers, uit Nederland de Islamitische republiek. Iran heeft met zijn sterk groeiende bevolking van ruim 60 miljoen inwoners grote behoefte aan artikelen uit het Westen.

De Nederlandse export naar dit land kelderde sinds begin jaren '90 door diplomatieke spanningen over mensenrechten en vermoede Iraanse connecties met terroristische groeperingen als Hamas in Israel en de nu Palestijnse gebieden. Een van de meest hardnekkige tegenstellingen is nog steeds de fatwa (doodvonnis) die de religieuze leider Khomeiny in 1989 uitsprak tegen de schrijver Salam Rushdie. Rushdies boek De Duivelsverzen werd door de geestelijke leiders in Iran als een belediging van de Islam opgevat.

Terwijl Europese landen waaronder Nederland steeds meer Iraanse vluchtelingen opvingen, leidde de afschuw in de Verenigde Staten tegen het Iraanse bewind tot een economische boycot. Die ging de Europese Unie veel te ver; Washington wilde ook Europese bedrijven die meer dan 40 miljoen dollar per jaar in Iran zouden investeren met sancties straffen. Dit voorjaar moest president Clinton in het zand bijten: voor het Franse bedrijf Total, dat een miljardenproject voor gaswinning op Iraans gebied in de Golf wil opzetten, werd na grote druk uit Brussel en Parijs een eerste uitzondering op de boycotwet gemaakt. Clinton maakte hiermee ook een gebaar naar Teheran: hij wil de nieuwe gematigde president Khatami steunen die heeft gevraagd om een dialoog met de voormalige vijand.

Frankrijk is intussen druk bezig de relaties met Iran aan te halen. Andere Europese landen volgen en ook Nederland kan in dit klimaat van betere betrekkingen zijn handelsrelatie herstellen. Wim Viskil, plaatsvervangend voorzitter van de Kamer van Koophandel in Rotterdam, schreef in het Magazine van de Kamer: “Je hebt door berichten in de kranten een bepaald beeld van een land. Dat bleek niet te kloppen. Ik ging er met enige twijfel heen, maar ben enthousiast teruggekomen. Wij zijn er prettig en gastvrij ontvangen, men spreekt er vlot Engels, wij konden goed en open communiceren. Men leeft er in een andere cultuur, maar er bestaan geen muren.”

Iran streeft naar opheffing van zijn economisch isolement, en de delegatie kreeg meteen een uitnodiging voor een “zware missie op hoog ambtelijk niveau”. De ministeries van Economische Zaken en Buitenlandse Zaken in Den Haag zijn al bezig met de voorbereiding.

Jacob van der Vis heeft na het bezoek van de delegatie in mei aan Teheran nog met een kleine groep in het land rondgereisd. “We hebben met allerlei mensen gepraat. Zelfs van spanningen met de Amerikanen heb ik niets gemerkt. Men wil graag zaken doen met het buitenland.”

Nederlandse ondernemers ontmoetten tijdens het bezoek weer lokale vertegenwoordigers die hun zaken behartigen. De Iraanse export naar Nederland is sinds 1993 aardig op peil gebleven, vooral door de aanvoer van ruwe olie in Rotterdam, maar de Nederlandse uitvoer naar Iran kwijnde in die periode weg. Het leeuwendeel van die export bestond uit voedingsmiddelen, pluimvee, chemische producten, machines en vervoermiddelen. Stork verkocht Iran ooit machines voor het bedrukken van katoen, en zou levering ervan weer kunnen beginnen. Volgens Van der Vis liggen er zo meer mogelijkheden voor Nederlandse bedrijven om hun activiteiten in Iran snel uit te breiden.