Een droom over Dagboek van Anne

Cor Suijk is in het bezit van vijf onbekende dagboekbladen van Anne Frank. Hij wil ze alleen afstaan als zich een gulle sponsor aandient.

ROTTERDAM, 25 AUG. Het hoge woord is eruit. Cor Suijk wil geld zien. De 74-jarige voormalige medewerker en ex-mededirecteur van de Anne Frank Stichting in Amsterdam heeft inderdaad vijf onbekende dagboekbladen van Anne Frank in zijn bezit, maar hij wil ze alleen afstaan aan het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) als er “ten minste” enkele miljoenen op tafel komen, zo zegt hij in een gesprek met deze krant.

Ook stelt Suijk als voorwaarde voor de overdracht dat het RIOD met de dagboekbladen de boer opgaat en exposities organiseert. Suijk: “Het manuscript van het dagboek ligt veilig in een kluis bij het RIOD. Maar als ik de nieuwe vijf bladen aan het RIOD geef, wil ik niet dat die bovenop de stapel met de overige papieren komen. Ik wil dat het grote publiek kennis kan nemen van de onbekende fragmenten. Dat is mijn droom.”

Het geld is bedoeld voor het Anne Frank Center in New York, een instelling waaraan Suijk is verbonden en die in de Verenigde Staten een brede bekendheid wil geven aan de holocaust in het algemeen en aan Anne Frank in het bijzonder. Als “bedelaar” voor het werk van het Anne Frank Center heeft hij de laatste tijd te maken met afnemende bijdragen van sponsors. “Het werk loopt gevaar. We hebben dringend geld nodig om leraren die over Anne Frank vertellen, naar scholen te kunnen sturen. Ik dacht van de dagboekbladen mogelijk te maken door een donatie.”

Suijk ziet het al helemaal voor zich: de sponsor wordt gehuldigd als in aanwezigheid van de minister-president de dagboekbladen aan het RIOD worden overgedragen. Het liefst zou hij zien dat het Anne Frank Fonds in het Zwitserse Bazel over de brug komt. Dat fonds, dat als eigenaar van de auteursrechten “vele miljoenen oppot”, is volgens Suijk al jarenlang veel te zuinig met donaties aan het Anne Frank-werk. “Laat de president van het fonds, Buddy Elias, zitting nemen in ons comité in New York.”

De onderhandelingen over de overdracht van de fragmenten aan het RIOD zijn gaande, maar erg intensief zijn de gesprekken niet. Suijk zegt niets te weten van een voorstel dat het landsadvocaat en bemiddelaar D. den Hertog namens het RIOD de advocaat van Suijk heeft gedaan.

Suijk: “Het RIOD heeft waardering voor mijn goede bedoeling om het Anne Frank-werk te stimuleren. Vervolgens zeggen ze dat die goede bedoelingen een onmiddelijke overdracht van de papieren niet in de weg hoeven te staan. Ik denk dat die goede bedoelingen dat wel rechtvaardigen.”

Suijk zegt dat hij de vijf bladen in 1980 van Otto Frank in eigendom heeft gekregen. Suijk: “Ik ben geïrriteerd dat is gesuggereerd dat ik de dagboekbladen alleen in bewaring heb gekregen. Ik heb ze wel degelijk gekregen. Ze zijn van mij.”

Hij reconstrueert de gebeurtenissen als volgt: “Ik was een persoonlijke vriend van Otte Frank, ik bracht jarenlang een dag per maand bij hem door. Otto Frank wilde niet dat de inhoud van de fragmenten openbaar zou worden zolang hij en zijn tweede vrouw daarop zouden kunnen worden aangesproken. Daarom gaf hij de bladen aan mij. Ik heb me aan zijn wens gehouden. Otto is allang overleden en zijn tweede vrouw Fritzi, die in Londen woont, is inmiddels nauwelijks meer aanspreekbaar.”

Het gaat volgens Suijk om drie vellen papier, waarvan er twee dubbelzijdig beschreven zijn. De bladen bevatten twee fragmenten: in het ene geeft Anne Frank commentaar op het huwelijk van haar ouders, in het andere ontvouwt ze plannen met haar dagboek. “Heel verrassend”, zegt Suijk. Met name de passage over het huwelijk van vader en moeder Frank werpt volgens Suijk een nieuw licht op de familie Frank. Suijk: “Uit het dagboek komt de moeder van Anne naar voren als een plompe persoonlijkheid, een niet al te aantrekkelijke vrouw zoals dat ook uit foto's wel blijkt. Maar in deze onbekende fragmenten geeft Anne blijk van begrip voor de situatie waarin haar moeder verkeert. Anne is hier helemaal niet de giftige teenager die ze kon zijn. Het is een ontroerende passage, ze kijkt hierin over de dingen heen. Wat ze precies schrijft kan ik niet zeggen, maar het komt erop neer dat haar vader zijn gevoelens niet altijd de baas was. Laat uw fantasie daar maar op los. Dat is de reden geweest om de fragmenten niet te publiceren. Otto wilde zijn tweede vrouw Fritzi tegen de passage in bescherming nemen de familie Frank wilde Otto's imago als correcte echtgenoot en ideale vader niet schaden.”

Dat Suijk enigszins geheimzinnig doet over de dagboekbladen, is een gevolg van zijn intensieve samenwerking met de schrijfster van een biografie van Anne Frank, de Oostenrijkse Melissa Müller-Brandst7die;atter, aan wie hij de brieven liet zien. Haar boek verschijnt over enkele weken bij uitgeverij Prometheus. Suijk: “Toen ik haar ontmoette, raakte ik onder de indruk van het grondige onderzoek dat ze al had verricht. Aan haar heb ik de fragmenten laten zien. Ik had wel een persconfrentie kunnen beleggen, maar als dan op hetzelfde moment bijvoorbeeld een raket op een farmaceutisch bedrijf valt, lopen alle journalisten daar weer heen. Ik wilde dat de dagboekbladen via een boek bekend zouden worden.”

Het is ook biografie Melisse Müller geweest die Suijk ertoe heeft aangezet met RIOD en het Zwitserse Anne Frank Fonds op de hoogte te stellen van het bestaan van de bladen. Dat deed Suijk naar eigen zeggen eind vorig jaar. Begin dit jaar heeft hij de papieren aan het RIOD laten zien.

Uit het boek van Müller zal volgens Suijk verder blijken dat enkele vermoedens over het verraad van de ondergedoken familie Frank niet juist zijn gebleken. Het verraad is een veelbesproken thema in het onderzoek naar Anne Frank. De familie Frank zou volgens de biografie in elk geval niet verraden zijn door Van Maaren, de man die in het magazijn van het voormalige bedrijf van Otto Frank Opekta/Pectacon op de begane grond werkte, en wiens eigen zoon elders eveneens ondergedoken zat. Als verrader zou eerder een persoon in aanmerking komen die destijds door de politie over het hoofd is gezien, meldt Suijk cryptisch. “Deze persoon, die inmiddels is overleden, had het verdiend om door de politie verhoord en voor de rechter gebracht te worden, zodat hij zich in elk geval had kunnen verdedigen”, aldus Suijk. Namen noemt Müller in haar boek niet, en Suijk evenmin.