Bouterse

J.M. Bik had gelijk toen hij opkwam voor Van Mierlo in zijn acties tegen strafvervolging van Bouterse (NRC Handelsblad, 7 augustus): de kansen van slagen waren te klein, het justitiële gelijk leek niet te kunnen opwegen tegen politieke belangen.

Biks betoog pleit nog sterker ten gunste van Van Mierlo als wordt bedacht dat beslissingen tot strafvervolging door algemene belangen behoren te worden bepaald, volgens het wettelijk vastgelegde opportuniteitsbeginsel. Strafvervolging is geen rechtsplicht tegen elke prijs. Daarmee vervalt het vermeende conflict tussen politiek en strafrechtelijke justitie (tenzij strafvervolging wordt bepaald door al te partijpolitieke belangen).

Dat geldt ook voor vervolging van Bouterse wegens handel in verdovende middelen. De kosten waren vanaf het begin al duidelijk. De bijstand aan Suriname ligt stil en Bouterse zit nog vaster in het zadel. De opbrengst is volstrekt onduidelijk, nog afgezien van de kleine pakkans en de mogelijkheid dat Bouterse door procedurefouten vrijuit gaat. Voor de moorden in 1982 kan hij door Nederland niet worden vervolgd. De strafrechtelijke strijd tegen drugs is allang verloren en dat wordt echt niet anders als Bouterse toch achter Nederlandse tralies terecht zou komen.

Bovendien worden door fouten van het OM de levens van twee niet langer anonieme informanten op het spel gezet. Dat is op zich al voldoende reden om aan de vervolging een einde te maken. Beëindiging van strafvervolging zegt overigens niets over schuld of onschuld van Bouterse.