Boeing

Het is in de vliegtuigbranche nog nooit zo goed gegaan, maar desondanks zit vliegtuigfabikant Boeing in de hoek waar de klappen vallen. In het streven naar grote productieverhogingen is de organisatie van Boeing zwaar op de proef gesteld. Afgelopen najaar moest de productie van de 747 en de nieuwe 737 zelfs een maand worden stilgelegd wegens problemen bij de aanvoer van onderdelen en met uit de hand gelopen overwerk van personeel.

Verder moesten vijftig 737 toestellen eerder dit jaar terug naar de fabriek omdat ze volgens de Amerikaanse autoriteiten onvoldoende veilig waren. De stagnatie in de aflevering van vliegtuigen en de daaruit voortvloeiende schadeclaims van afnemers leidden tot een winstval in het tweede kwartaal van 516 miljoen naar 258 miljoen dollar. Ook in de markt wordt aan de positie van Boeing geknaagd. In 1994 verkocht Boeing voor het eerst minder vliegtuigen dan Airbus. Hoewel de Amerikanen daarna hun leiderschap herstelden, haalde Airbus over de eerste zes maanden 1998 opnieuw iets meer dan de helft van de wereldwijde opdrachten binnen. Alleen op het vlak van de grootste passagierstoestellen (de 747's) is de wil van Boeing wet. De moeizame marktpositie leidt er toe dat zeker 10 procent van de huidige 238.000 medewerkers dient te vertrekken. Ook de voormalige Fokker-werknemers, die in Seattle actief zijn, moeten vrezen voor ontslag.