Airbus

Behalve met de bouw van vliegtuigen heeft het Europese consortium Airbus zich de laatste jaren vooral met zijn eigen structuur beziggehouden. De vier partners, Aerospatiale (37,9 procent), Dasa (37,9 procent), British Aerospace (20 procent) en Casa (4,2 procent), beloofden elkaar vorig jaar om uiterlijk op 1 januari 1999 Airbus om te vormen van een wat archaische Groupement d'Interêt Économique naar Frans rechtsmodel tot een naamloze venootschap.

De nieuwe structuur van het in 1970 opgerichte bedrijf moet leiden tot een meer slagvaardige houding op de vliegtuigmarkt. Het Franse staatsbedrijf Aerospatiale pleegde aanvankelijk obstructie uit angst zijn identiteit aan een grotere Europese onderneming prijs te moeten geven. Die Franse obstructie verdween pas toen de Duitse regering onlangs dreigde de subsidiekraan voor de ontwikkeling van de veelbesproken superjumbo A3XX dicht te draaien. Vorige maand besloot de Franse regering Aerospatiale te privatiseren waardoor de komst van een Airbus NV wordt vergemakkelijkt. Niet alleen door de eigendomsverhoudingen is Airbus een echt Europees project. Dat geldt ook voor de productiefaciliteiten. De rompstukken en deuren komen uit Duitsland, de neus- en cockpitstukken worden door de Fransen gemaakt terwijl de vleugels uit Engeland komen. De staartstukken zijn van Spaanse makelij.