Afghaanse Talibaan hebben lak aan de wereld

Bijna twintig jaar nadat Sovjet-troepen Afghanistan binnenvielen lijkt de macht in het land in handen te komen van één groepering. Maar de Afghaanse bevolking, en ook het buitenland, weet nog niet goed wat ze met de Talibaan aanmoet.

NEW DELHI, 25 AUG. Nog maar een maand geleden leek het erop dat de milities van de ultra-islamitische Talibaan een zware zomer tegemoet gingen. Kabul lag bijna dagelijks onder vuur vanuit de bergen rond de hoofdstad. Langs de frontlijn in het onherbergzame Hindukush gebergte in het noorden van het land werden de Talibaan zwaar belaagd door de troepen van de oppositie, een wankel gelegenheidsverbond van etnische Oezbeken, Hazara's en Tadzjieken die de Talibaan vier jaar lang wisten op te houden in hun verovering van Afghanistan.

Maar een halve nederlaag werd binnen de kortste keren, en zonder al te veel strijd, omgebogen in een serie razendsnelle overwinningen. Een cruciale rol speelde daarbij het overlopen van lokale krijgsheren van de noordelijke alliantie naar de Talibaan - een praktijk die in de Afghaanse geschiedenis wel vaker een snelle ommekeer heeft veroorzaakt. Na de recente verovering van het belangrijkste bolwerk in het noorden, de stad Mazar-i-Sharif, de laatste grote stad die nog niet in hun handen was, lijken de islamitische studenten op weg naar een eenwording van Afghanistan die de afgelopen twee decennia niet mogelijk bleek. In het Westen, maar ook in grote delen van de islamitische wereld, wordt de toekomst van het islamitische emiraat 'Talibistan' echter met grote zorg tegemoet gezien. In de eerder veroverde delen van het land hadden de Talibaan de klok voor jaren teruggezet met een regime dat vaak wordt gekenschetst als middeleeuws, onder de strengste interpretatie van de Sharia, de islamitische wet.

De ommezwaai in Afghanistan is een langdurig, bloedig proces geweest. In 1973, toen de koninklijke Durrani-dynastie werd afgezet, leek het er enkele jaren op dat de Afghaanse maatschappij zich snel zou ontwikkelen en moderniseren. Na een coup tegen president Daud in 1978 wilden de communisten voorgoed afrekenen met de oude islamitische gebruiken van het Afghaanse platteland. Een jaar later vielen Russische troepen het land binnen, en werd het land voor jaren in oorlog, chaos en ontreddering gestort.

Het einde van de Sovjet-bezetting en de overwinning van de islamitische vrijheidsstrijders van de mujahedeen, in 1989, wierpen Afghanistan mogelijk nog verder terug. Een periode van totale anarchie en een burgeroorlog die aan tienduizenden het leven kostte gingen vooraf aan de oprichting van de Talibaan, een groep jonge Koran-studenten uit het zuiden van Afghanistan en de vluchtelingenkampen langs de Pakistaans-Afghaanse grens. “De Talibaan is door God gezonden om eenheid, vrede en veiligheid en de Koran terug te brengen in Afghanistan”, is een uitspraak waarmee veel mullah's, de religieuze leiders van de beweging, nog steeds hun daden toelichten. En veel Afghanen stonden aanvankelijk niet onwelwillend tegenover de Talibaan, die er inderdaad in slaagden een einde te maken aan de grootschalige wetteloosheid, de verkrachtingen, de overvallen en de moordpartijen die alle delen van het land onveilig maakten.

De leiders van de Talibaan hebben sinds hun ontstaan, nog maar vier jaar geleden, weinig twijfel laten bestaan over welke richting zij uit willen met het land. Hun ultieme doel is de stichting van de meest puristische islamitische natie ter wereld, een staat waarin de vijftien tot twintig miljoen Afghanen zich dienen te gedragen naar hun uitleg van de islamitische wet en vooral naar de strenge tribale gedragscodes van het aartsconservatieve platteland, waarin bijvoorbeeld geen enkele openbare rol is weggelegd voor vrouwen en meisjes.

De Talibaan hebben herhaaldelijk bewezen dat zij zich weinig gelegen laten liggen aan wat het buitenland ervan vindt. Dat blijkt uit de manier waarop de mullah's bijna spottend met Westerlingen en Westerse klaagzangen over mensenrechten en geslachtsapartheid omgaan. Een CNN-journaliste werd enkele maanden geleden gevangen gezet, net als Euro-commissaris Emma Bonino.

Hulpverleners in de zuidelijke stad Kandahar werden geslagen door de Talibaan-gouverneur, en kregen koffiepotten naar het hoofd gegooid. Non-gouvernementele organisaties en de Verenigde Naties werd - hoewel ze in veel Afghaanse regio's een doorslaggevende rol spelen in volksgezondheid en de voedselvoorziening - de afgelopen maanden te verstaan gegeven dat zij zich moeten schikken naar de regels van de Talibaan, of anders kunnen vertrekken.

Dat hun eigenzinnige, grillige gedragingen de Talibaan niet helpen bij hun politieke erkenning door het buitenland, lijkt hen op geen enkele manier te deren. Slechts drie - islamitische - landen hebben de regering van de Talibaan tot nu toe erkend: Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en de grootste steunpilaar van de Talibaan - sommige analisten spreken zelfs van de 'oprichter' - het buurland Pakistan. Maar zelfs Pakistan, dat de Talibaan weliswaar niet via de regering, maar wel via burgers, bedrijven, legeronderdelen en de geheime dienst steunt met geld, wapens en soldaten, krijgt regelmatig een veeg uit de pan van de Talibaan-leiders, die zich door niemand de les willen laten lezen. In Saoedi-Arabië hebben de machthebbers inmiddels al grote twijfels over het radicalisme van de beweging. De afschuw van het Talibaan-bewind in de rest van de wereld heeft ertoe geleid dat de 'regering' van de verdreven president Rabbani nog steeds de Afghaanse zetel bij Verenigde Naties bezet, hoewel hij in Afghanistan geen enkele bewegingsruimte meer over heeft en mogelijk snel zal moeten uitwijken naar een buurland in Centraal-Azië.

Terwijl de Talibaan zich opmaken voor de mogelijk beslissende slag in het noordoosten en het midden van het land kijkt een groot deel van de Afghaanse bevolking vol afgrijzen naar wat er van hun land is geworden. Wegen, huizen, scholen, ziekenhuizen en fabrieken zijn totaal verwoest; van een economie is nauwelijks sprake; schoon water, sanitaire voorzieningen, elektriciteit of telefoon zijn er niet; het land ligt bezaaid met miljoenen landmijnen die elke dag nieuwe slachtoffers eisen; van een regerende regering of van een ontwikkeling van het land is nauwelijks sprake. Muziek, dans, televisie, kranten, radio, zelfs vliegers zijn verboden. Vrouwen en meisjes zijn veroordeeld tot hun huizen, mannen tot het verplichte moskeebezoek, het dragen van lange baarden en traditionele kleding op straffe van stokslagen of langdurige detentie. Vier tot vijf miljoen Afghanen leven nog steeds in het buitenland, vooral in Iran en Pakistan. Voor de meeste goed opgeleide Afghanen is er onder het bewind van de Talibaan geen enkele reden naar hun geboorteland terug te keren.

Sommigen in Afghanistan menen dat de zwakte van de Talibaan ligt in de desinteresse voor de wederopbouw van het land. “De Talibaan zullen pas uiteenvallen als ze heel Afghanistan hebben veroverd”, zei een ondergedoken politicus onlangs in Kabul. “Ze hebben geen plannen, ze hebben alleen de oorlog en de Koran. Als de oorlog wegvalt moeten ze iets anders bedenken. Met alleen de Koran kun je geen land besturen.”

Maar zelfs als de internationaal geïsoleerde Talibaan het hele Afghaanse grondgebied in handen krijgen, is het zeer de vraag of de situatie onomkeerbaar is. Hun basis lijkt nog steeds klein. Buiten het Talibaan-bolwerk Kandahar, waar de 36-jarige spirituele leider van de beweging, Mullah Mohammed Omar, zetelt, worden de Talibaan geleid door lokale bestuurders, vaak halfgeletterde jongelingen van het platteland. Het valt allerminst uit te sluiten dat deze lokale, vaak overgelopen of omgekochte Talibaan-loyalisten in de toekomst een andere weg zullen zoeken en via nieuwe coalities tegenover de heersers van nu komen te staan.

Maar ook zonder grote schommelingen binnen het Talibaan-front blijven er nog tal van andere onzekerheden over. De kans is klein dat de milities van de noordelijke alliantie simpelweg zullen verdwijnen. Gesteund door Iran, Oezbekistan, Rusland, Turkmenistan en Tadzjikistan zullen zij hun strijd vermoedelijk langs de noord- en westgrenzen van Afghanistan voortzetten. “De Afghanen zijn geen volk dat zich laat veroveren”, zegt een Afghaanse analist. “De Russen hebben dat geleerd, net als andere indringers in de afgelopen eeuwen. Ook de Talibaan zullen daar nog achter komen.” Voorlopig zijn de laatste bolwerken van de anti-Talibaan-alliantie, zoals de provincies Bamyan en Badakhshan en de Panshir-vallei nog niet ingenomen.