Wie is wie in Moskou

VRIJDAG RIEP Boris Jeltsin vanuit het hoge noorden: “Jullie vergeten toch niet dat er ook nog een president is.” Vanochtend heeft dezelfde Boris Jeltsin impliciet toegegeven dat er in Rusland inderdaad geen president meer is. Door zijn jongste politieke vlam Sergej Kirijenko in te ruilen voor de oude rot Viktor Tsjernomyrdin en de laatste ook maar meteen als zijn opvolger aan te wijzen, heeft Jeltsin vanmorgen erkend dat hij zijn greep op de situatie nagenoeg kwijt is. Dat Tsjernomyrdin volledige vrijheid bij de selectie van zijn nieuwe regering en haar beleid heeft bedongen en gekregen, illustreert dat.

Op zichzelf is het ontslag van Kirijenko geen verrassing. Sinds de 36-jarige zakenman uit Nizjni Novgorod de regering leidt, is de in het Westen bejubelde emerging market aan het verkruimelen. De beurs in Moskou is zo ongeveer opgehouden te bestaan. De roebel heeft eveneens het onderspit gedolven. En ook de externe kredietwaardigheid van de Russische staat mag geen naam meer hebben. Niet voor niets waren de laatste politieke woorden van Kirijenko vrijdag in het parlement: “De crisis begint pas.”

Kirijenko zelf kon daaraan weinig doen. Toen hij in maart premier werd, was het al mis. Bovendien had de jongeman geen verstand van politieke economie, hetgeen in Rusland een handicap is. Want als hij wel iets van politieke economie had begrepen, zou hij de beker van Jeltsin indertijd beleefd aan zich voorbij hebben laten gaan. De financiële tycoons - die de laatste jaren, al dan niet vanuit hun villa's aan de Côte d'Azur, menige koerswending van het Kremlin hebben weten te forceren - zijn nu eenmaal een maatje te groot voor politici als Kirijenko.

Het heeft er zelfs alle schijn van dat de oliebonzen onder de tycoons, de zogeheten 'rauwe' fractie, de afgelopen weken duchtig hebben meegeholpen bij het kapot speculeren van de roebel en nu even naarstig bezig zijn de president op de knieën te krijgen. Het enthousiasme waarmee een van hen (Boris Berezovski) vandaag de terugkeer van Tsjernomyrdin begroette, sprak bijvoorbeeld boekdelen.

DE VRAAG IS nu dan ook niet wat Jeltsin in zijn laatste jaartjes in het Kremlin nog kan doen. De vraag is nu een andere. Waarop zijn Berezovski en de andere 'kingmakers' in Rusland uit? Ze hebben de regering-Kirijenko opzij weten te schuiven. Maar wat beogen ze nog meer? Dankzij de zogeheten 'aandelen-voor-leningendeal' van twee jaar geleden - een overeenkomst waarbij de nieuwe baronnen goedkoop staatsbedrijven konden kopen in ruil voor financiële steun aan de president - hebben zij thans bijna alle relevante exportsectoren van Rusland in handen. Dankzij het gebrek aan bestuurlijke daadkracht van Jeltsin hebben ze zich niet hoeven aanpassen aan juridische spelregels, omdat dergelijke regels er niet zijn. Dankzij de maatregelen van vorige week (devaluatie van de roebel, moratorium op afbetaling van de schulden) hebben zij bovendien hun economische positie relatief versterkt, ten koste van de kleinere 'nieuwe Russen' en de gewone oude Russen. Kortom, het faillissement van Rusland, waarover Kirijenko afgelopen vrijdag in verholen termen sprak, biedt hun nieuwe kansen.

Moet Viktor Tsjernomyrdin die kansen nu politiek gaan verzilveren, bijvoorbeeld via gunstige fiscale regelingen en andere materiële concessies? Of dient de nieuwe premier alleen de schijn hoog te houden dat er in Rusland nog geregeerd wordt en wachten de tycoons hun tijd gewoon af?

Het antwoord daarop is onvoorspelbaar. De ervaring van de afgelopen jaren leert dat de Russen vaak de kracht hebben om door te modderen. Maar als dat te lang duurt, kan het wel eens gaan verkeren, zo wist Aleksandr Poesjkin anderhalve eeuw geleden al.

DIE ONZEKERHEID is met name voor het Westen omineus. Wie zijn in Moskou nog relevante gesprekspartners? Waar verschuilt zich de formele macht? Niemand die het precies weet.

In zo'n moeras plegen autoritaire oplossingen vaak te gedijen. Hoe pijnlijk het ook is voor het democratische Westen - dat sinds de val van de Sovjet-Unie in 1991 immers het beste heeft voorgehad met de voormalige socialistische staten en daarom alleen maar wilde denken in termen van 'hervormingsgezind' of niet - het kan geen kwaad om zich nu toch voorzichtig voor te bereiden op minder aantrekkelijke varianten in Rusland.