Vooral toeschouwers in eerste bocht, opgepast!

In het Noord-Limburgse Baarlo werd gisteren voor de laatste keer een stockcar-race op de langebaan gehouden. Aan een decennialange traditie komt een einde. Asfalt en tribune maken plaats voor vakantiewoningen.

BAARLO, 24 AUG. Met een blik op de video's die bij de 800 meter lange ovaal te koop zijn, zoals Crashes '97 en Crashmania, is het makkelijk te raden waarom veel toeschouwers deze middag naar Baarlo zijn gekomen. De waarschuwingen van de speaker voorafgaand aan het 'wereldkampioenschap stockcar Formule I' aan de toeschouwers om niet te gaan zitten, zodat zij in geval van nood snel een veilig heenkomen kunnen zoeken, zijn niet overdreven. “Vooral de toeschouwers in de eerste bocht, opgepast!”

Net nadat de 35 stockcars met oorverdovend gebrul van even zoveel achtcylinder-motoren van start zijn gegaan, boort de wagen van Piet Keijzer zich in de eerste bocht in de vangrail. De race wordt stilgelegd. Een ziekenwagen en brandweerauto's zijn snel ter plaatse. Het publiek wil weten hoe het met de coureur gaat. Even later stapt Keijzer uit zijn auto, ongedeerd. “Dat was een toffe actie”, zegt een jongen op de tribune. De gehavende vangrail wordt vervangen. Als er een half uur opnieuw wordt gestart, is Keijzer weer van de partij. Met dezelfde wagen; stockcars en hun bestuurders kunnen tegen een stootje.

Toch vallen er soms doden. “Er gaat er nog wel eens eentje”, zegt race-organisator Kitty Claes eufemistisch, twee jaar geleden voor het laatst. In de lange geschiedenis van de ovaalvormige baan kwam bij een crash één toeschouwer om het leven. Een vangrail, staalkabels en een drie meter hoge met staalkabels verstevigde omheining beschermden gisteren 10.000 toeschouwers, 5.000 meer dan het gemiddelde aantal kijkers bij de races die elke vierde zondag van de maand werden gehouden. Claes: “Die rijders weten waarmee ze bezig zijn, maar van het publiek moeten ze afblijven.”

Op het recreatieterrein Euroase in Baarlo komt een einde aan een lange traditie, 10.000 handtekeningen ten spijt. Zo'n 35 jaar geleden vond de Nijmeegse bouwondernemer Jacques Claes bij Baarlo een geschikte plek om stockcarraces te organiseren. Hij was zelf autocrosser, vertelt Kitty over haar inmiddels overleden vader. Tot ruim twintig jaar geleden werd er op sintels gereden, sindsdien hebben de wagens asfalt onder de wielen. Na een laatste race op de korte baan (500 meter), de strijd om De Gouden Helm op zondag 27 september, is het stockcarracen in Baarlo geschiedenis.

Stockcarracen dankt zijn ontstaan aan jonge Amerikaanse dranksmokkelaars. Met flink opgevoerde auto's - 160 kilometer per uur in de tweede versnelling - schudden deze stockcarracers avant la lettre politie-auto's van zich af. Na de Tweede Wereldoorlog doodden oorlogsveteranen de tijd door op ovaalvormige banen in het zuidoosten van de VS de strijd met elkaar aan te binden. Niet op asfalt of zand, maar op rode klei. Op zulke banen, zoals op de Cherokee Speedway in South-Carolina, worden winnaars nog op rituele wijze in de modder gejonast. De plaatselijke dominee zegent er de races: “Thank you Lord, for giving us the great sport of stock car racing.”

De sport is in de VS uitgegroeid tot een bedrijfstak van vier miljard gulden. Vorig jaar bezochten zes miljoen mensen de Nascar-races. Volgens Kodak worden bij geen enkel ander evenement zoveel foto's gemaakt als bij stockcarracen, in de VS de snelst groeiende kijksport. De strijd om de Winston Cup, 33 races georganiseerd door de National Association for Stock Car Auto Racing (Nascar, sinds 1949), is een van de grootste sportevenementen. Een spectaculaire race vond zaterdagavond plaats in Bristol, Tennessee voor 145.000 toeschouwers. Deze race speelt zich geheel in het donker af.

In Nederland is stockcarracen een sport in de marge, het WK is vooral een Nederlands-Britse aangelegenheid. “Het is één grote familie, van jongens die vooral bij garages werken, bij takelbedrijven en sloperijen”, zegt Claes. Hoewel Nederlands enige langebaan verdwijnt, is de toekomst niet zonder perspectief. Er is een kans op een 800 meter lange baan op het binnenterrein van de drafbaan in het Friese Wolvega.

“Ik ros gewoon in z'n één weg en dan pats.” Na een van de races demonstreert Ron Kroonder, vijfvoudig wereldkampioen en in het dagelijks leven autoverkoper, bij zijn achtliter-Chevrolet hoe hij de pook in de tweede versnelling slaat. Een stockcar telt slechts twee versnellingen. De eerste om de wagen die op een mengsel van super en kerosine rijdt op gang te helpen, de tweede om een topsnelheid van bijna 200 kilometer per uur te kunnen bereiken.

In de race om het WK en de daaropvolgende race om de Jacques Claes-trofee, vocht de 30-jarige Kroonder uit Assendelft bloedstollende duels uit met de 26-jarige Frankie Wainman. De Engelsman won beide keren. Voor de winnaar was er geen champagne, maar een glas bier, op het podium geserveerd door zijn eigen vrouw.

Volgens Kroonders vader won de Brit dankzij een betere wegligging, verkregen door een enorme aluminium vleugel die als een dak boven de wagen van Wainman was gemonteerd. De Brit speelde zijn voordeel in de bochten uit. “Alles aan mijn wagen is beter”, zegt wereldkampioen Wainman weinig bescheiden over zijn 620 pk sterke stockcar. De coureur uit Yorkshire maakt aanspraak op een tweede titel. Met handen en gezicht zo zwart als roet, is hij veruit de smerigste stockcarracer in Baarlo.