Uiterst vreemde keuze uit werken van Ellington

Concert: Het Dutch Jazz Orchestra o.l.v. Jerry van Rooijen met zang van Marjorie Barnes. Gehoord: 21/8 Concertgebouw Amsterdam

Componist Duke Ellington speelde twee keer met zijn orkest in het Concertgebouw in Amsterdam, in '39 en in '58. Vaste voet aan de grond kreeg zijn muziek echter nooit op deze locatie: symfonie-orkesten wagen zich niet snel aan Ellingtonia en voor strijkwartetten geldt hetzelfde.

Reden genoeg zou je zeggen om dat ene keertje dat Ellington wel geprogrammeerd staat, zoals afgelopen zaterdag, het allerbeste van hem uit de kast te halen. Black and Tan Fantasy, Rockin'in Rhythm en Cotton Tail bijvoorbeeld, prachtige miniatuurtjes die maar zelden worden uitgevoerd en op de radio nooit worden gedraaid.

Dat het 15-koppige Dutch Jazz Orchestra onder leiding van dirigent Jerry van Rooijen iets anders van plan was, bleek al uit de titel 'The Ellington Suites by Duke Ellington & Billy Strayhorn'. Maar dan nog was er keus te over; Such Sweet Thunder en The Queen's Suite bijvoorbeeld of misschien zelfs Black, Brown, and Beige, Ellingtons eerste werk van langere adem.

Tot de verbazing van bijna iedereen bleek de hoofdmoot van het programma echter de Notenkraker Suite van Tsjaikovski te zijn, zij het in een speciale bewerking van Billy Strayhorn. Het Ellington orkest zette die in '60 op de plaat en keek er vervolgens, als wel vaker, nauwelijks meer naar om.

De uitvoering die het Dutch Jazz Orchestra ervan gaf, zo'n tien minuten langer dan Tsjaikovski's origineel, kende een aantal mooie momenten, vooral in de Bloemenwals aan het slot. Het waarom van deze vreemde keuze bleef echter duister.

Bij een ander deel van het repertoire kon men het hoe en waarom wel raden. De drie deeltjes uit de Far East Suite waren door klarinettist John Ruocco al eens uitgeprobeerd tijdens een Ellington-project aan het Conservatorium in Den Haag en de filmmuziek bij Anatomy of a Murder door dirigent Van Rooijen bij een dergelijk project in Hilversum.

En de ballad Love has passed me by, again,met een mooie bugelsolo van broertje Ack van Rooijen, werd enkele jaren geleden door musicoloog Walter van de Leur herontdekt in het kader van zijn proefschrift over Ellington en alter ego Billy Strayhorn.

Wat fragmenten van schoolprojecten achter elkaar, het werkt misschien op een presentatiedag voor het werven van nieuwe studenten maar wat moet men ermee tijdens een Robeco Zomernachtconcert? Al vast in slaap sukkelen blijkbaar, want spanning en sensatie waren ver te zoeken.

Het programma-onderdeel dat het publiek wel wakker hield; de bijdragen van zangeres Marjorie Barnes, hadden weer niets te maken met het thema van de avond. De ballad I got it bad bijvoorbeeld komt niet uit een suite en Where or When? is niet eens van Ellington/Strayhorn, maar werd geschreven door het duo Rodgers en Hart. Het beleefde zijn première in '37 als onderdeel van de musical Babes in Arms die in het New Yorkse Shubert Theater 289 uitvoeringen beleefde.

Iets heel anders dus dan het Dutch Jazz Orchestra dat al blij mag zijn als het één keer per jaar in de Grote Zaal mag.

Een groot onrecht is dat echter niet want wie zo knullig een programma in elkaar draait is de hobby-kamer blijkbaar nog niet ontgroeid.

Voor Ellington de componist ziet de toekomst er beter uit, want eind april '99 is het honderd jaar geleden dat hij in Washington D.C. werd geboren. Een reden om veel van hem te spelen maar niet in de eerste plaats de bewerking van de Peer Gynt Suite' van Edvard Grieg.

Want, wat Edward 'Duke' Ellington er zelf ook van vond; hij schitterde het meest in zijn korte baantjes, al dan niet getrokken door Billy Strayhorn.

    • Frans van Leeuwen