SERGEJ KIRIJENKO; Geen kans gehad

ROTTERDAM, 24 AUG. Hij is op zijn 36ste een van de jongste ex-premiers ter wereld en zeker de jongste ex-premier van Rusland, Sergej Kirijenko, de wat stijve en beleefde jongeman die honderdvijftig dagen lang een strijd tegen de bierkaai van de economische ondergang heeft geleid en die gisteren, even bruusk als toen hij in maart werd benoemd, door president Jeltsin terzijde is geschoven. Gisteren nam hij vóór zijn kantoor afscheid van de lieden die hem zijn hele regeerperiode op hun manier 'trouw' zijn gebleven: de mijnwerkers die er permanent betogen voor de uitbetaling van hun achterstallige lonen. Kirijenko heeft hen niet kunnen helpen.

Sergej Kirijenko, 35 toen Boris Jeltsin hem uit zijn presidentiële hoed toverde, moest als regeringschef de komst van een nieuwe generatie symboliseren, de generatie van Anatoli Tsjoebais en Boris Nemtsov, zijn vriend en beschermheer. De generatie van de kennis, zonder Sovjet-verleden. Zijn carrière was kort maar veelbelovend: de in Soechoemi (Abchazië) geboren Kirijenko maakte als ingenieur en econoom na de ineenstorting van de Sovjet-Unie optimaal gebruik van de mogelijkheden van het nieuwe systeem. In 1994 werd hij voorzitter van de raad van bestuur van een mede door hemzelf opgerichte commerciële bank in Nizjni Novgorod. Twee jaar later was hij president van een oliebedrijf. Zijn vriend en stadgenoot Boris Nemtsov haalde hem nog een jaar later, in mei 1997, naar Moskou, als onderminister van Energie. Een half jaar later was hij minister - tot Jeltsin hem, tot iedereens verrassing, premier maakte.

Honderdvijftig dagen later staat Kirijenko aan de kant, de beleefde jongeman die, anders dan zijn voorganger, nooit flirtte met de Doema en nooit doekjes wond om de ernst van de situatie. Hij was onervaren, een lichtgewicht, maar niemand kan zeggen dat hij heeft gefaald: hij had pech omdat hij de tijd tegen had, omdat hij geen eigen partij achter zich had, omdat niemand - afgezien van de in elk opzicht aangeslagen Jeltsin - hem steunde en omdat de vijandige Doema in hem een makkelijk slachtoffer dacht te hebben en hem dus zonder pauze of mededogen aanviel. Een kans heeft hij nooit gehad. Hij was nauwelijks premier of de Russische beurs raakte, vooral door de Azië-crisis, in een vrije val. Banken kwamen in moeilijkheden, mijnwerkers blokkeerden spoorwegen, de Doema wilde van zijn anti-crisisbeleid niets weten en uiteindelijk raakte ook de roebel aangetast. Het geringe vertrouwen dat er was, van de bevolking en van investeerders, verdween. Uiteindelijk gunde Jeltsin hem niet de tijd waar hij recht op had: Kirijenko is premier-af omdat de president een zondebok nodig had. De zoveelste.