'Rapport over hulprelatie Suriname reclamecampagne'

DEN HAAG, 24 AUG. “Eén grote reclamecampagne”. Zo typeert prof. F. van Dam, jarenlang adviseur van ministers van Ontwikkelingssamenwerking, het vorige vrijdag door Ontwikkelingssamenwerking gepubliceerde rapport 'Nederland en Suriname, Ontwikkelingssamenwerking van 1975 t/m 1996'.

Volgens Van Dam, die dit gisteren voor de IKON-radio zei, is dat rapport “onvoorstelbaar oppervlakkig, iedere analyse ontbreekt”.

Van Dam was in 1975 als beleidsadviseur betrokken bij de onderhandelingen van het toenmalige kabinet-Den Uyl over de onafhankelijkheid van Suriname.

Volgens Van Dam komen in het rapport “beslissende factoren slechts in enkele bijzinnen aan de orde”. Als voorbeelden daarvan noemde hij het vertrek van 200.000 Surinamers naar Nederland, het feit dat in Suriname destijds niet of nauwelijks iets werd geproduceerd en de structuur van de samenleving, met daarin drie groepen waarvan de toppen hun machtsposities wilden behouden.

Van Dam verwijt het kabinet-Den Uyl dat het zich in 1975 veel te makkelijk bereid toonde om Suriname 3,5 miljard gulden aan hulp toe te zeggen.

“De Surinamers schermden altijd met het koloniale verleden, het schuldgevoel. Hoofddoel van Den Uyl en Pronk was een mooie, socialistische dekolonisatie, een houding van goedertierenheid en tegemoetkoming. Als we er (..) niet uitkwamen lieten de de Surinamers het tot een crisis komen. Ze wisten dat Pronk altijd toegaf.”

“Ja, dan wordt er gegraaid. Als Nederland een punt had gemaakt van de migratie en de structuur van de samenleving, had Suriname er nu heel anders voorgestaan. In dat opzicht is de dekolonisatie niet geslaagd”, aldus Van Dam.