Publieke radio in de VS

Als je in een willekeurige Amerikaanse stad de FM-band van je radio afloopt, slalom je door de samenleving. Geheid kom je een prekende dominee tegen, een rechtse talkshow, veel autoreclames, jarenzeventig-muziek, nog een rechtse talkshow, top veertig muziek, country, een baseball wedstrijd, rap, soul, nog meer country, nog meer God, gezinsproblemen, lokale politiek en beleggingstips. En dat alles gelardeerd met veel luidruchtige reclameboodschappen, soms onderbroken voor wat korte nieuwsflitsen.

Maar ergens onderaan de FM-band is een ander Amerika te beluisteren. Daar zenden de stations van de publieke radio hun gevarieerde programma's uit, zonder reclame en zonder geschreeuw. Verspreid over het land zijn er zo'n 620 publieke zenders. Het zijn lokale stations, maar vrijwel allemaal zijn ze aangesloten bij National Public Radio (NPR), een organisatie in Washington die zelf niet uitzendt, maar die het merendeel van de programma's voor de publieke zenders levert.

Vooral de nieuwsuitzendingen van NPR steken met kop en schouders uit boven wat de commerciële radio, en overigens ook de televisie, te bieden heeft. Voor het laatste nieuws over beroemdheden, sport en populaire moordzaken hoef je niet naar NPR te luisteren. Maar voor heldere uitleg van een nieuw maatschappelijk fenomeen, een politiek debat of een uitspraak van het Hooggerechtshof, voor verrassende reportages uit binnen- en zowaar ook buitenland, voor tegendraadse commentaren en een zakelijk overzicht van het nieuws van de dag, gaat er niets boven de dagelijkse actualiteitenprogramma's Morning Edition in de ochtend, en All Things Considered aan het eind van de middag. In een stad als Washington, waar de bevolking een bovengemiddelde nieuwshonger heeft, horen ze tot de best beluisterde radioprogramma's.

Over het hele land bezien heeft de publieke radio een beperkt publiek: gemiddeld luisteren er elke week niet meer dan zo'n 17 miljoen Amerikanen één of meer keer naar een NPR-programma. Volgens een woordvoerder gaat het vooral om hoogopgeleide mensen met gemiddeld hoge inkomens. Driekwart van de Congres-leden zou naar het nieuws van NPR luisteren.

Sinds kort is NPR ook rechtstreeks in Europa te horen: via de ASTRA-satelliet, in sommige steden via de kabel (onder meer in Amsterdam), en via het internet (www.npr.org). Op de website zijn niet alleen iedere dag de programma's van die dag te horen, ook oude programma's zijn er terug te vinden.

Het rustige en beschaafde geluid van de publieke radio mag geen groot publiek hebben, het heeft wel vijanden van formaat. Toen de Republikeinen in 1994 de meerderheid in beide huizen van het Congres veroverden, stond afschaffing van de 'staatsomroep' hoog op hun agenda. Waarom zou de belastingbetaler moeten opdraaien voor radio- en tv-programma's die de vrije markt net zo goed zou kunnen maken? Dat NPR bij de Republikeinen bekend stond als een bolwerk van linkse journalistiek (terwijl het ongeveer zo rood is als NRC Handelsblad) maakte het er niet beter op.

Maar de bijl is niet gevallen. Verontruste kiezers in het hele land bezwoeren hun Congresleden dat ze het niet in hun hoofd moesten halen om de dieren van Sesamstraat, het populairste programma van de publieke omroep, om zeep te helpen. Daarop spaarden de geschrokken Republikeinen de publieke omroep - zowel de radio als de tv.

NPR is slechts voor vier procent van haar jaarlijkse begroting (van 64 miljoen dollar) afhankelijk van de overheid. De rest komt van allerlei stichtingen, sponsors uit het bedrijfsleven (wier naam af en toe heel discreet vermeld wordt) en niet te vergeten van de luisteraars.

De meeste publieke zenders vragen hun luisteraars twee keer per jaar om een bijdrage. Dat gebeurt in zogeheten pledge drives, eindeloze bedelsessies waarvoor de gewone programma's moeten wijken. Op die dagen vervloekt de trouwe luisteraar zijn geliefde zender.