Privatisering biedt Braziliaanse beller weinig hoop

De privatisering van het Braziliaanse staatstele- foonbedrijf Telebrás zorgt ruim een maand na dato voor zo mogelijk nog meer chaos. Hoop op spoedige verbetering vervluchtigt. Want ook de nieuwe private eigenaren kampen met beperkte middelen. Boven- dien zijn ze vaak minder privaat dan oorspronkelijk beoogd.

RIO DE JANEIRO, 24 AUG. Sinds de privatisering van de Braziliaanse telefoon, nu ruim een maand geleden, is het hele telefoonsysteem in coma geraakt. Nummers die zes tot zeven uur achter elkaar een ingesprekstoon geven - tegenover gemiddeld een half tot één uur vóór de privatisering. En áls er dan verbinding is, houdt hij er na de eerste begroeting alweer mee op. Geen gekruiste gesprekken meer, zoals de wanhoop vóór de privatisering was. Het is nu gewoon stil op de lijnen

Norma Sabatini (53) is de inzinking nabij. In haar kleine appartementje ramt ze als in trance op de repeat-knop. Haar hele kamer staat vol telefoons. Sabatini handelt in zwarte telefoonlijnen. Al jaren. De 'parallelle markt', zoals het hier genoemd wordt. Het fenomeen is een reactie op de enorme schaarste aan telefoonlijnen in Brazilië. In Rio de Janeiro bijvoorbeeld heeft één op de tien gezinnen telefoon. De officiële wachtlijst bij het telefoonbedrijf van de stad is 1,5 miljoen aanvragen lang.

En daarom zijn mensen bereid te betalen. In Rio de Janeiro kost een 'zwarte' telefoonaansluiting op dit moment tussen de twee- en drieduizend dollar. (Een officiële aansluiting van het telefoonbedrijf kost 50 dollar.) Er waren tijden dat Norma Sabatini en haar collega's tot bedragen van tien- tot vijftienduizend dollar voor een lijn konden rekenen. Vooral kleine zelfstandigen zijn tot alles bereid om in godsnaam maar te kunnen werken. Het zijn de armere mensen die na de gemiddelde wachttijd van vier tot zeven jaar eindelijk een telefoon hebben bemachtigd, die hun trofee weer doorverkopen aan de telefoonmakelaars van de zwarte markt. En zo gebeurt het dat in Brazilië de absolute meerderheid van armen bij elkaar slechts 2 procent van de telefoonaansluitingen bezit, terwijl de rijke elite van 15 procent meer dan driekwart van alle lijnen heeft.

De privatisering van de telefoonkolos Telebrás, afgelopen 29 juli, zou dit alles radicaal veranderen, beloofde de regering van president Cardoso. Geen duizelingwekkende telefoonrekeningen meer, doordat ambtenaren van het telefoonbedrijf in palen klimmen en op kosten van de consument hun familie over de wereld gaan afbellen. Dode lijnen, vier gesprekken door elkaar, het zou allemaal tot het verleden gaan behoren. Immers: de regering heeft strenge voorwaarden opgesteld waaraan de winnaars van de veiling van de twaalf bedrijven waarin Telebrás is opgesplitst moeten voldoen. De belangrijkste eis was dan ook de onmiddellijke uitbreiding van het telefoonnet.

In Rio de Janeiro moet de nieuwe eigenaar van de telefoon alleen al dit jaar 700.000 nieuwe telefoonlijnen aansluiten. Tegen het einde van volgend jaar moet het hele telefoonnet in de hele stad zijn verdubbeld. Voldoet het bedrijf niet aan deze eisen, dan mag de regering boetes opleggen tot 40 miljoen dollar, en uiteindelijk de concessie intrekken.

Voor Norma Sabatini en haar collega's kon er geen slechter nieuws bestaan. Al vóór de privatisering van Telebrás eind juli zakte de zwarte markt in. Opeens was het mogelijk een lijn te kopen van iemand die er nog geen jaar geleden het dubbele voor had betaald.

Nu is Norma Sabatini's wereld ingestort. Maar niet om de redenen die ze vreesde. De vraag naar telefoons blijft voorlopig wel, zo is haar gebleken. Het grote probleem is het nieuwe, geprivatiseerde telefoonbedrijf zelf. Klachtennummers werken niet meer. Meer dan de helft van het netwerk in de stad ligt plat. En servicenummers werken niet meer. Wordt er na een hele dag bellen toch ergens opgenomen, dan antwoordt een nette damesstem dat je niet meer met de betreffende afdeling kan worden doorverbonden. “Wij zullen uw kwestie met een memo in behandeling nemen.”

Stel nu, je hebt op de zwarte markt een telefoon. Je hebt een nummer, en al het geld is betaald aan de vorige eigenaar van dat nummer. Wat je nu nodig hebt is de aansluiting van dat nummer door het telefoonbedrijf in je huis. Nu was het overzetten van een telefoonaansluiting naar een ander adres altijd al een russische roulette. Sommigen kopers op de zwarte markt hadden hun aansluiting al binnen drie dagen. Anderen wachten nu al twee jaar.

De ellende is echter dat de klant op dit moment niet eens meer een aanvraag kan doen. De dames van de centrale beweren dat dergelijke aanvragen voorlopig onmogelijk zijn 'wegens technische storingen op het net die minstens nog een paar weken zullen aanhouden'.

Het is zeker. De hersenschudding van het telefoonbedrijf wordt mede veroorzaakt door boycotpraktijken van de ambtenaren van de telefoon. Dertig procent van de 90.000 telefoonambtenaren die Brazilië rijk is, zal door de privatisering zijn baan verliezen. De pechvogels zullen zich voegen bij de groeiende massa werklozen die, alleen al in een stad als São Paulo op dit moment al meer dan 20 procent van de beroepsbevolking uitmaakt.

Toch is er ook het spookbeeld van de traumatische privatisering van het elektriciteitsbedrijf van Rio een paar jaar geleden. Van een slechte elektriciteitsvoorziening in de stad, werd de stroom plotseling een regelrechte ramp. Er kwamen black-outs van uren, en de klant betaalde daar bovenop nog eens de prijs van verdubbelde elektriciteitsrekeningen.

Ook nu zijn de tekenen niet hoopgevend. Onmiddellijk na de veiling van het telefoonbedrijf dat Rio dekt, schroefde de nieuwe Braziliaanse eigenaar - een consortium onder leiding van het bouwbedrijf Andrade Gutierrez - de eisen van de regering al naar beneden. Rio de Janeiro zou 70.000 nieuw telefoonaansluitingen krijgen. Niet dít jaar, maar pas eind vólgend jaar. Ondanks de krachttermen van boetes en te behalen doelen vóór privatisering, liet de regering dit zwijgend passeren.

Iets ingewikkelder lag het met de samenstelling van het consortium. De wet op de privatisering verbiedt de samenstelling van een consortium met meer dan 25 procent overheidskapitaal. De winnaar van het telefoonbedrijf van Rio de Janeiro bleek voor 60 procent uit overheidskapitaal te bestaan. Twintig procent uit pensioenfondsen van ambtenaren, en nog eens veertig procent verzekeringsmaatschappijen die voor een groot deel eigendom van de staatsbank Banco do Brasil zijn.

De Nationale Braziliaanse Ontwikkelingsbank (BNDES) die de privatisering begeleidde, zette aanvankelijk een veto op de beloofde lening voor de aankoop van het telefoonbedrijf door het consortium. Later was de zaak opeens 'opgelost' doordat BNDES zélf 25 procent van de aandelen in het consortium nam. Een pikant detail hierbij is ook dat de gedoodverfde directeur van het nieuwe 'geprivatiseerde' telefoonbedrijf van Rio de huidige topambtenaar op het ministerie van Communicatie is die de hele privatisering heeft begeleid.

Een andere kwestie is het vertrouwen in de nieuwe telefooneigenaars. Terwijl de aandelenkoersen van de andere Telebrás-onderdelen na de veiling met gemiddeld 6 procent stegen, zakte de koers van het telefoonbedrijf van Rio, Telerj, met 7 punten. “Wil Telerj zijn belofte waarmaken en werkelijk voor het einde van volgend jaar 700.000 nieuwe lijnen installeren, dan zullen ze minstens veertig procent méér moeten investeren dan ze nu hebben aangekondigd”, zegt Paolo Diniz van de universiteit van Rio. Diniz is econoom en specialist in telecommunicatie. Diniz berekende dat wil de telefoon in Rio de Janeiro een begin maken met verbetering, er een onmiddellijke investering nodig is van één miljard dollar. “En dat geld is er niet, omdat de aankoop zelf het consortium dik in de schulden heeft gestoken.” De enige manier, voorspelt Diniz, is dat Telerj de toch al ongezouten telefoonrekeningen van Brazilië opnieuw omhoog schroeft.

“Weet je waar ik nu het meest de pest in heb”, zegt een van de wanhopige klanten van Norma Sabatini. “Dat ik nu niet eens een mail kan sturen naar de beste website van Brazilië: www//http: Ik haat Telerj.”