Koning der koningen is inmiddels Keizer

Ik begon met kruisboogschieten toen ik zeventien was. Voor die tijd deed ik vooral de standaard dingen - voetbal en zo. Maar door een jongen die ik kende ging ik eens bij kruisboogschieten kijken. Ik vond het meteen leuk en ben toen gebleven.

Ik bleek al snel een talentje te zijn. Ik kreeg meteen veel complimenten en won ook prijzen. Zo werd ik 'Koning' van mijn club, zeg maar clubkampioen. En later ook 'Koning der Koningen', de beste van alle clubkampioenen in Nederland. Inmiddels ben ik 'Keizer' - zo heet je als je drie keer achter elkaar Koning der Koningen bent geworden.

Kruisboogschieten kent verschillende disciplines. Tot begin dit jaar deed ik 10 en 20 meter 'traditioneel'. Nu doe ik 10 en 30 meter 'match'. Bij beide disciplines moet je vanaf de gegeven afstand een bepaald aantal keer schieten op het blazoen. Als je de roos treft, krijg je tien punten; een kogeltje in de buitenste ring levert één punt op. Bij traditioneel schiet je alleen staand, bij match ook knielend.

Beide disciplines hebben hun eigen boog. De boog voor match is wat geavanceerder - onder meer door een waterpas - en is met zo'n negen kilo ook zwaarder. Het grootste verschil is echter dat traditioneel alleen in Nederland en België wordt beoefend, terwijl match in vrijwel heel Europa bestaat.

Ik ben overgestapt naar match omdat ik bij traditioneel zo'n beetje alles had gewonnen wat er te winnen valt. De uitdaging was weg. Bij match gaat het ook al weer lekker. Ik zit in de nationale selectie. Wat je tot een goeie kruisboogschutter maakt? Een goede concentratie en veel discipline. En natuurlijk een vaste hand!