José Cura met flair op de Prinsengracht; Regen bekort programma

Concert: José Cura (tenor), Giulio Luaguizzi en Ben Martin Weijand (piano) en het Groot Omroepkoor o.l.v. Martin Wright. Gehoord: 22/8 Prinsengracht Amsterdam. Tv-uitz. deel I door Avro op latere datum.

De Argentijnse tenor José Cura (35), zaterdagavond in Amsterdam de solist op het zeventiende Prinsengrachtconcert, is een veelzijdig musicus. Hij is componist, arrangeur, dirigent, gitarist en hij wordt ook nog algemeen beschouwd als de veelbelovendste tenor van deze tijd.

Bovendien is hij nog een geboren acteur met een vlammend temperament veel theatraal gevoel, dat hij ook speels ontspannen en met veel flair kan inzetten.

Met het applaus voor zijn eerste opkomst was Cura niet tevreden, hij wilde in stilte en a cappella beginnen aan het Argentijnse lied Desde el fondo di tí. Toen kwam hij opnieuw op, in een poncho en inderdaad in stilte zijn prachtige en donker-indringende stem afzettend tegen de verlichte grachtenhuizen en de duistere avondhemel.

Toen het vlak voor de pauze begon te regenen, verving Cura een deel van het programma door het lied I'm singing in the rain, meegezongen door de duizenden rond de pontons in de Prinsengracht.

Na de pauze, toen het weer droog was, schonk hij tijdens het drinklied a casa , a casa amici uit Mascagni's Cavalleria rusticana glazen wijn in en deelde die uit aan burgemeester Patijn, koorleden en aan het publiek in de bootjes rondom het drijvende podium.

Voor de pauze zong Cura met overtuigingskracht Argentijns repertoire, zoals dat ook staat op zijn nieuwe cd Anhelo (Erato 3984 23138-2). Liederen van Fauré, Tosti en Respighi verdwenen door de regen helaas van het programma.

Daarna zong Cura opera. De eerste scène en Vesti la giubba uit Leoncavallo's I Pagliacci waren een herinnering aan zijn Nederlandse debuut in 1996, toen hij in I Pagliacci tijdens het Kerstconcert van het Concertgebouworkest optrad als Canio.

Dezelfde zeer intense indruk wist Cura ondanks zijn zeer variabele en kleurrijke stem nu niet te herhalen, daarvoor is zo'n gevarieerd concert onder deze omstandigheden ook te informeel.

Dat niet geheel superieure gold ook wat voor Recondita armonia uit Tosca en Nessun dorma uit Turandot, het slot van het officiële programma. Maar in Come un bel di maggio uit Giordano's Andrea Chénier demonstreerde Cura een onverwacht lieflijke lyriek.

Jammer was dat het aangekondigde Non vidi mai uit Puccini's Manon Lescaut niet klonk. De passendste toegift was het massaal meegekweelde Aan de Amsterdamse grachten.