Homoseksualiteit is niet decadent

Tijdens de Gay Games werd in deze krant op een dogmatische en reactionaire manier aangekeken tegen homoseksualiteit, menen Adjiedj Bakas, Vinco David, Frits Huffnagel en Rob Tielman.

Op deze pagina werd tijdens de Gay Games door J.L. Heldring en Micha Kat opgewonden gereageerd op een aantal sexy geklede mannen die meededen aan de Canal Parade in Amsterdam. Het was een voorbeeld van selectieve verontwaardiging. Want waarom horen we nooit iemand over het jaarlijkse zomercarnaval in Rotterdam, waar veelal schaars geklede Antilliaanse vrouwen rondlopen?

Sinds de jaren zestig lopen steeds meer mensen in het openbaar bloot. Het meeste van dat bloot is echter heteroseksueel van aard. En dan hebben we het nog niet over de softporno op Veronica en SBS6, of het vele bloot in de 'familiebladen'. Waarom maken Heldring en Kat zich daarover niet druk?

Ook is beweerd dat het optreden van sexy mannen en travestieten in een optocht als de Canal Parade de emancipatie van homo's schaadt. Alomtegenwoordige uitingen van heteroseksualiteit worden echter niet bekritiseerd. Dit geeft juist aan dat er alle aanleiding is om homoseksualiteit in al haar variaties in onze samenleving zichtbaar te maken en te houden.

In het hoofdredactionele commentaar van deze krant zijn nut en noodzaak van de Gay Games in twijfel getrokken. Maar geldt dit niet ook voor nut en noodzaak van de Pasar Malam (een feest voor Indische Nederlanders), het Kwakoefestival (een feest voor Surinaamse Nederlanders), de Maccabiade (de joodse variant op de Olympische Spelen), festiviteiten waarover nooit op een dergelijke wijze wordt geschreven? Al deze evenementen zijn primair bedoeld om een saamhorigheidsgevoel te scheppen. Wie niet tot een minderheidsgroep behoort, beseft doorgaans niet dat het functioneren in een culturele en fysieke omgeving die gedomineerd wordt door een andere groep heel zwaar is voor de leden van die minderheidsgroep. Zo af en toe vinden leden van iedere minderheid het prettig om even onder elkaar te kunnen zijn. Tijdens de Gay Games kwamen veel deelnemers en bezoekers uit landen waar homoseksuelen niet vrij kunnen uitkomen voor hun seksuele voorkeur.

Micha Kat suggereert dat homoseksuele decadentie juist voorkwam in de nadagen van het Romeinse Rijk. Hij trekt parallellen tussen de ondergang van het Romeinse Rijk en de bloei van homoseksuele leefstijlen toen en de volgens hem naderende ondergang van de Nederlandse cultuur en de stand van homo-emancipatie nu. Het is natuurlijk ondenkbaar dat een rijk ten val komt door het wangedrag van een kleine groep, terwijl de meerderheid van de bevolking zich 'keurig' zou hebben gedragen. De parallel die Kat trekt met de positie van homoseksuelen in onze huidige maatschappij is historisch onjuist. Decadentie (zowel hetero- als homoseksueel van aard) kwam en komt altijd voor, zowel in de beginjaren als in de bloeitijd van het Romeinse Rijk. Het rijk ging uiteindelijk ten onder (overigens honderden jaren na de door Kat beschreven decadentie) toen er van decadentie weinig sprake was.

De beperkte associatie van homoseksualiteit met seks, travestie en decadentie is eveneens niet op feiten gebaseerd. Wetenschappelijk onderzoek onder de homoseksuele populatie leert dat de meeste homo's leven volgens dezelfde normen en waarden als de meeste hetero's.

Het hoofdredactionele commentaar in deze krant heeft het feit gehekeld dat de Gay Games met een financieel tekort kampen, waarop de Gemeente Amsterdam een financiële garantie van 5 miljoen gulden heeft verstrekt en daarmee de Spelen heeft gered. De geschiedenis van evenementen in Nederland leert dat grootschalige evenementen (ongeacht het feit of ze nu homoseksueel, heteroseksueel of aseksueel van karakter zijn) vaker een financieel tekort vertonen. Voorbeelden uit het recente Nederlandse verleden: de viering van het 650-jarig jubileum van de stad Rotterdam, de eerste keren dat Sail Amsterdam werd georganiseerd, de Wereldruiterkampioenschappen in Den Haag, het Kwakoefestival in Amsterdam. Dit, terwijl deze evenementen vaak veel publiek trokken dat tevens veel geld uitgaf in de gemeenten waar die evenementen werden gehouden. De extra bestedingen van het publiek kwamen echter niet de evenementenorganisatie ten goede, maar wel de horeca-exploitanten, en via accijnzen en toeristenbelasting ook de verschillende overheden.

De Gay Games hebben ontegenzeggelijk geleid tot forse extra bezoekersaantallen in Amsterdam in de eerste week van augustus. De bezoekers hebben samen voor tientallen miljoenen guldens omgezet, een niet onaardige financiële injectie voor de horeca, middenstand en andere economische sectoren. Bovendien was dit evenement een forse reclamespot voor Amsterdam. Deze verstandige investering van het Amsterdamse gemeentebestuur zal de komende jaren nog meer vruchten afwerpen: Amsterdam staat nu op de kaart voor gay-toeristen, die graag naar de stad zullen terugkeren en in hun eigen land positieve pr voor de stad zullen maken.

Amsterdam heeft zich met de Gay Games kunnen profileren als een tolerante stad. Wellicht is het een goed idee om in de toekomst een deel van de extra omzet die een evenement de gemeente oplevert op een of andere wijze terug te laten vloeien naar de organisatoren van dit evenement. Verontwaardiging over de ontstane tekorten is terecht, maar de financiële perikelen kregen wel onevenredig veel aandacht. Homoseksuelen zijn in financieel opzicht zo normaal dat door hen georganiseerde evenementen dezelfde financiële mankementen kunnen vertonen als door anderen georganiseerde evenementen.