Bekende Nederlanders over de regeringsverklaring van het tweede kabinet-Kok; In Nederland eindigt alles bij Sonja Barend

Het tweede kabinet-Kok presenteert morgen in de Tweede Kamer zijn plannen voor de komende vier jaar. Het kabinet heeft een deel van zijn ambities verwoord in de eerste alinea van het regeerakkoord. Zeven Nederlanders reageren daarop.

Gevaarlijke opening

Bisschop Van Luyn (63), vice-voorzitter van de rooms-katholieke bisschoppenconferentie.

“Hoewel er ook goede dingen in het regeerakkoord staan, opent het met een tekst die eenzijdig, weinig kritisch, en zelfs gevaarlijk is. De tekst is eenzijdig in zijn nadruk op het marktdenken. Hoewel hij een waarschuwing bevat tegen zelfvoldaanheid, vinden we de tekst ook weinig zelf-kritisch. Zo prijst het kabinet Nederland om zijn hoogwaardig sociaal stelsel en cultuur van vrijheid en verantwoordelijkheidszin.

Maar heeft Nederland die inderdaad? Als armoede en sociale uitsluiting alleen maar toenemen, dan kun je jezelf toch niet op de borst kloppen? En wat betreft de vrijheid en tolerantie: de discussie over de kinderporno in Nederland laat zien dat daar grenzen aan zijn. Gelukkig bestaat er consensus dat kinderporno niet kan. Maar het kabinet moet ook de grenzen scherp afbakenen bij medische experimenten en het gedogen van drugs. Moet je zo'n belangrijke tekst niet beginnen met het aangeven van die grenzen aan vrijheid en tolerantie?

Wij vinden de belangrijkste opgave van de komende kabinetsperiode dat de waardigheid van de mens centraal wordt gesteld en het kabinet streeft naar een consensus over de fundamentele en universele waarden die deze waardigheid garanderen. Dat besef missen we ten enen male. Uitbuiting van vrouwen en kinderen, in de wereld, maar soms ook hier, vinden we niet terug.

De tekst spreekt over behoud van ons leefmilieu. Ons leefmilieu? Dat is veel te beperkt. Het gaat om de duurzaamheid van de omgeving voor komende generaties en van andere continenten, niet alleen het onze.

We vinden de tekst gevaarlijk omdat begrippenparen naast elkaar worden geplaatst die heel verschillende gewichten hebben. Je kunt economische dymaniek en sociale rechtvaardigheid niet zomaar op één lijn zetten. In de praktijk is de eerste sterker dan de tweede. Om dat te voorkomen moet je sociale rechtvaardigheid bòven economische dynamiek plaatsen. Het regeerakkoord doet dat niet. Dat vinden wij gevaarlijk.

Hetzelfde geldt voor het evenwicht tussen individuele ontplooiing en wederzijdse verantwoordelijkheid. 'Wederzijds' verraadt de verwachting van wederkerigheid, een 'do ut des'. Maar de ene persoon kan veel meer geven dan de andere. Dat besef, samenhangend met de notie van onbaatzuchtigheid, missen we volkomen. Het ware beter geweest te spreken van gezamenlijke verantwoordelijkheid.''

Volstrekt mee eens

Anil Ramdas (39), columnist/essayist:

“Toen ik de tekst voor me had liggen heb ik eerst een hele tijd geprobeerd om er heel kritisch over na te denken. Dat is bijna een instinct voor commentatoren: alles wat uit Den Haag komt moet je achterdochtig en argwanend bekijken, dat hoort. Toen realiseerde ik me ineens dat ik echt aan het zoeken was naar kritiek, het kwam niet spontaan. Zodoende kwam ik tot de conclusie dat ik het eigenlijk volstrekt eens ben met de tekst.

Het gaat ook fantastisch met Nederland. De werkloosheid neemt af, etnische tegenstellingen verdwijnen. Het is hier bijna een paradijsje als je het vergelijkt met België of Duitsland. Maar daarnaast denken we gelukkig wel veel na over onszelf. Dat zie je bij zo'n debat over Srebrenica. Er is tijd en ruimte voor bespiegeling, om te waken voor gezapigheid en zelfvoldaanheid.

Die eerst zin van het regeerakkoord mag van mij nog veel smeuïger. Zo van “Ons land kan de volgende eeuw met énorm veel vertrouwen binnen gaan”. En ach, de ambtenaar die dit geschreven heeft mag dan niet echt aan een moment van grote creativiteit hebben geleden, het is wel degelijk en realistisch opgeschreven. Je moet er toch niet aan denken dat zo'n eerste pagina door een dichter geschreven zou worden, dat zou totaal onbegrijpelijk worden.”

Cadeau voor miljonairs

Jan Pen (77), emeritus-hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen:

“Het zijn met name de veelverdieners die de volgende eeuw met vertrouwen kunnen binnengaan. De miljonairs zijn de grote winnaars in de belastingplannen van het nieuwe kabinet. Een miljonair krijgt van Paars II bijna negentigduizend gulden cadeau. Het voordeel loopt naar boven toe snel op: een bekende industrieel, die over een inkomen van 2,3 miljoen gulden een aanslag betaald van 1,32 miljoen gulden - en dit in de Volkskrant liet publiceren om te laten zien dat hij een goede vaderlander is - krijgt van het nieuwe kabinet een douceurtje van ruim twee ton. Dat staat in een schril contrast met tekorten die er ook nog in de samenleving zijn.

Ik heb het pak papier dat regeerakkoord heet doorgeworsteld. De beloftes zijn groot, maar dat waren ze vier jaar geleden ook. Ik constateer nog steeds lange wachtlijsten in de gezondheidszorg. Het nieuwe regeerakkoord bevat geen aanpak waaruit blijkt dat die wachtlijsten effectief worden weggewerkt.

Hetzelfde geldt voor het milieubeleid. De vorige minister van milieu, Margreeth de Boer, heeft het vreselijk laten zitten en haar opvolger Jan Pronk vind ik ook geen hoopvol perspectief. In het regeerakkoord worden geen beleidsmaatregelen aangekondigd waaruit je hoop zou kunnen putten. Paars II spreekt over een behoud van het leefmilieu, maar verzuimt om aan te geven hoe dit zou moeten gebeuren.''

Algehele egalisering

Ger Beukenkamp (52), schrijver en regisseur van het toneelstuk Emily en schrijver van een nog te vertonen tv-film over de TCR-affaire:

“Het voorwoord ademt een bezetenheid met gelijkheid, tussen alle mogelijke groepen in de samenleving. Maar wat gaat het de regering aan hoe jongeren en ouderen met elkaar omgaan? Die bezetenheid past in het maatschappelijke klimaat, met zijn gekmakende redelijkheid, waarbij mogelijke conflicten in de kiem worden gesmoord. Neem die misschien verkeerd opgeschreven column over het gedrag van homoseksuelen. Het is goed dat die Van der List heeft opgeschreven wat velen denken, het is goed dat er meteen tegenstukken komen, maar er heerst toch een sfeer van: dat had die man niet mogen schrijven.

Onder de gelijkheidsdwang in het regeerakkoord schuilt natuurlijk ook angst van de politiek voor de sociale onrust, die kan ontstaan met de komst van nieuwe bevolkingsgroepen. Alle maatregelen ten spijt, zijn de grenzen steeds meer open en zwelt de internationale vluchtelingenstroom alleen maar verder aan; dat is een gigantisch, haast onbeheersbaar probleem.

Het gelijkheidsthema is er ook bij gebrek aan andere thema's. Economisch gaat het voor de wind en eigenlijk iedereen kan zich vinden in een waterige sociaal-democratie die in de Westerse wereld aan de macht is van Clinton in de VS tot Blair in Engeland, van Jospin in Frankrijk tot Schröder in Duitsland, als die de verkiezingen wint tenminste.

De hele politiek is onbelangrijk aan het worden. Van buiten knaagt Europa wat af van de koek, van binnen talloze belangengroepen en organisaties. De samenleving wordt steeds breder en horizontaler, steeds minder verticaal en hiërarchisch. Een instituut zoals het koningshuis is een kaartenhuis, dat alleen met taboe en mysterie overeind wordt gehouden. Het kabinet is een groep mensen die netjes op de winkel past en de hoofdlijnen in de gaten houdt.

Als burger heb ik vrede mee met de egalisering, maar als dramaschrijver zoek ik naar tegenkrachten en tegenstellingen. Wat dat betreft wonen we helaas niet in België. In Nederland eindigt alles bij Sonja Barend.''

Geen vuur

Jet Creemers (56), directrice van een bedrijf gericht op schuldsanering, zakenvrouw van 1994, en voorzitter van het CDA-Vrouwenberaad:

“Nederland kan inderdaad met vertrouwen de volgende eeuw binnengaan. De bomen groeien tot in de hemel, en zelfs er bovenuit. Des te meer jammer vind ik het daarom dat uit de tekst van het kabinet geen stemming spreekt van: 'Wham, we gaan ervoor! We hebben het heel goed. Dat biedt kansen die we anders niet krijgen'. Ik mis het vuur.

Zelf heb ik heel veel verwachtingen van de aangekondigde Kaderwet arbeid en zorg. Maar ik ben ook heel bang dat daar vooral veel wet- en regelgeving komt in te staan, dat alles dichtgetimmerd wordt en dat we met z'n allen afhankelijk worden gemaakt van een nieuw systeem. Terwijl je activering van bijvoorbeeld vrouwen niet per wet kan afdwingen. Willen vrouwen echt hun weg naar de top vinden, dan is meer nodig. Ik mis de opwekkende geest en toon in het regeerakkoord die van zo'n besef getuigt. De overheid zou naar mijn idee alleen een coördinator moeten zijn, een partij die andere partijen stimuleert, en talenten mobiliseert.

Ik kom in de tekst ook te weinig tegen van het idee dat steeds minder mensen alleen het platte geld najagen, en op zoek zijn naar zingeving. In het regeerakkoord wordt veel ondergeschikt gemaakt aan de economie. Er zit maar een heel dun laagje aan besef dat de samenleving anders in elkaar zit. In het vreemdelingenbeleid van Paars kom ik bijvoorbeeld iets tegen van de angst dat we onze welvaart goed moeten beschermen tegen indringers van buitenaf. Een goede balans tussen ruimhartigheid en strengheid weten we niet te vinden.''

Geen vijand

Jos de Beus (45), hoogleraar sociale filosofie Rijksuniversiteit Groningen:

“Paars II heeft geen vijand. Paars I bestreed de werkloosheid met het credo 'werk, werk, werk'. Paars II ontbeert zo'n tegenstander. Oude vijanden, zoals onbeheersbare overheidsuitgaven en de internationale concurrentie, zijn overwonnen. Ook het CDA is geen echte vijand.

Paars II zit daarom met een motivatieprobleem: het gevolg is dat het 102 pagina's tellende regeerakkoord doordrenkt is van behoedzaam bestuur. De supervoorzichtige prognose van de economische groei waarvan het kabinet is uitgegaan, is daar een voorbeeld van. Wat Paars II bindt is het succes van Paars I en dat is een smalle basis. Ik heb ze geteld, het tweede kabinet-Kok ziet de 21ste eeuw als een eeuw met 21 problemen die tegelijkertijd moeten worden opgelost. Daarbij is het regeerakkoord een zeer ambtelijk stuk geworden. Dat vind ik een goede zaak, want dat geeft ambitieuze ministers en een alerte Tweede Kamer veel speelruimte. Uit de regeringsverklaring zal blijken wat de invloed van de 'jonge honden' is geweest.

Paars II moet een adequate oplossing vinden voor: de crisis van de rechtsbescherming (het ministerie van Justitie is een puinhoop); het denken van veel landgenoten dat Nederland vol is; en de verdraagzaamheid.

Ik constateer tot mijn grote opluchting ook dat het blind volgen van het vrije spel van vraag en aanbod voorbij is. Het marktdenken is over zijn hoogtepunt heen. Er wordt gekozen voor een pragmatische benandering van het aanpakken van de maatschappelijke problemen. Daar is op zich niks mis mee, maar dan moet deze aanpak wel op korte termijn effect opleveren, want anders neemt de apathie bij de kiezers alleen maar toe.''

NVSH-achtig

Ronald Giphart (33), schrijver van onder meer Ik ook van jou (1992), Giph (1993) en Het feest der liefde (1995):

“Ik sla een beetje hersendood achterover als ik me door deze tekst heen moet worstelen. Het is een NVSH-achtige tekst met van die kritische jaren zestig welzijnswerkerstaal. Waarom laten ze de tekstschrijver van Bill Clinton dit stuk niet maken, die schrijft tenminste pakkende teksten. Zelf zou ik het niet kunnen, het regeerakkoord leesbaar vertalen. Ik zou me voelen als de reclameschrijver van OMO-Power. Het wast allemaal heel erg wit, maar de gaten vallen er op den duur wel in. Dat proef ik ook in deze tekst.

Op een gegeven moment heeft iemand de term poldermodel bedacht en op onze economische structuur geplakt. Wat je nu ziet is dat alles en iedereen daarin moet passen en dat kan gewoon niet. Het enige goede aan de tekst is dat er gewaarschuwd wordt tegen gezapigheid en zelfvoldaanheid. Dat lijkt me zinnig.

Wat mij inhoudelijk het meest steekt is het gebrek aan polarisatie in het regeerakkoord. Dat vind ik ook echt niks voor de PvdA. Deze tekst had door iedere coalitie geschreven kunnen worden, ook door een kabinet met het CDA. En ik was net zo blij dat we vier jaar geleden een keer zonder het CDA aan de slag konden. De polarisatie is er sowieso niet meer, alles is al een keer gezegd. We leven hier in Nederland op dit moment in zo'n transparant samenleving. Ik merk dat als schrijver ook, je kunt nergens meer tegenaan schoppen.

Eigenlijk komt het er op neer dat de NVSH dertig jaar geleden zijn werk heel goed gedaan heeft. Alle stenen des aanstoots zijn weg. Logisch ook, de NVSH had toen net zoveel leden als de ANWB, dan heb je draagvlak. Om dan nu, als Paars II, met zo'n sixties tekst te komen, dat is wat aan de late kant.''