Arme Willem Kloos

De Parelduiker. Jaargang 3/nummer 2. Uitgeverij Bas Lubberhuizen. Prijs ƒ 17,50.

Eind september 1888 schreef Willem Kloos min of meer terloops aan Lodewijk van Deyssel, dat hij 'een zeer interessante geschiedenis' te melden had: hij had geprobeerd zelfmoord te plegen, door vergif in te nemen. De wanhoop waaraan de dichter ten prooi was, hing ongetwijfeld samen met de breuk tussen hem en Albert Verwey, die zich die zomer verloofd had met Kitty van Vloten. Kloos had liefdesverdriet, maar uitte zich daarover nauwelijks rechtstreeks. Alles wat er over bekend is, danken we - behalve natuurlijk aan zijn gedichten - aan wat literatuurhistorici her en der hebben opgediept.

In De Parelduiker doen neerlandicus Frans Oerlemans en historicus Peter Janzen verslag van hun zoektocht in de archieven van Paviljoen 3 van het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis, waar Kloos, na een delirium en een tweede zelfmoordpoging, in het najaar van 1895 werd opgenomen.

De deplorabele toestand waarin hij verkeerde, komt aanzienlijk smartelijker over dan de gestileerde, geacteerde levensmoeheid van Eddy du Perron, die aan bod komt in het openingsartikel van De Parelduiker. Du Perron-biograaf Kees Snoek beschrijft daarin zijn zoektocht naar liefdesbrieven van Du Perron aan Julia Duboux de vrouw die in zijn autobiografische roman Het land van herkomst Denise heet.

Aan zijn jacht op Julia was een nogal wanhopige verliefdheid op Clairette Petrucci vooraf gegaan. Toen zij zich in 1923 verloofde met een ander, zou Du Perron 'akut dichtbij zelfmoord geweest zijn', althans zo staat het letterlijk in Het land van herkomst waarin Clairette figureert onder de naam Teresa. Ook de liefde voor Julia loopt op niets uit, zo blijkt uit de liefdesbrieven, niet in de laatste plaats omdat Du Perron zoals hij het zelf uitdrukte 'het ongenoegen had' de negentienjarige dienstbode van zijn moeder 'een foetus te hebben genaaid'.

Nadat hij vergeefs geprobeerd had een abortus te regelen en zijn zoontje Gille geboren was, liet hij het kind adopteren door zijn moeder.

Volgens Kees Snoek was dit in Indië, waar de Du Perrons vandaan kwamen, volstrekt gebruikelijk. “Zowel Eddy als zijn moeder reageerden nog volkomen vanuit een Indisch patroon, waarin niet al te zwaar getild werd aan dit soort ongelukjes. De meid werd dan meestal weggebonjourd en het kind gewoon door de familie opgevoed. In Europa lag dit toch wel wat anders.” Inderdaad. Julia - wegens Du Perron net van haar man gescheiden - was verbijsterd en liet, nadat ze van het nieuws op de hoogte was gebracht, niets meer van zich horen.

Snoeks uitvoerige artikel geeft aardige biografische achtergronden bij het werk van Du Perron, verluchtigd met talrijke foto's van mensen die model hebben gestaan voor personages in Een voorbereiding (1927) en Het land van herkomst (1935).

Maar een nieuw licht op de schrijver of zijn werk werpt hij toch niet. Dat geldt wel voor het veel kortere stuk over Kloos. Van diens dramatische ziektegeschidenis in de jaren negentig was tot nu toe het een en ander bekend uit de dagboeken van Van Eeden en brieven van andere Tachtigers. Maar dat het zo erg is geweest...

Op 25 oktober werd Kloos in Paviljoen 3 van het Wilhelmina Gasthuis ingeschreven nadat hij daar op verzoek van H.G. Samson, een bevriende arts, door de politie was heengebracht.

Samson vertelde de behandelde artsen in het WG dat Kloos al een jaar lang aan dwangvoorstellingen leed en suïcidaal was. De medische staf van het ziekenhuis legde een onluisterend beeld van de patiënt vast. Niet alleen gedroeg hij zich zo opgewonden dat hij in een isoleercel moest, hij was ook zeer vuil. “Zijn gezicht was geheel bebloed door het openkrabben van puisten.” Ook constateerde men schrammen op armen, handen en hals.

De rest van het verhaal gaat over Kloos' pogingen om - met behulp van vrienden - van de drank af te komen, wat hem uiteindelijk is gelukt. Van Eeden, bij wie Kloos kwam revalideren, was in 1896 verbaasd over zijn herstel.

“Behalve de zwakte aan zijn geheugen is er weinig abnormaals meer aan hem te merken, en hij is als huisgenoot even redelijk en aangenaam als in zijn beste dagen (..).”

Een andere verrassende bijdrage in De Parelduiker is een verhandeling over de receptie in 1927 van Alex' Vrouwen, een ten onrechte vergeten roman, geschreven door Johan van Vorden, een pseudoniem van J.J.Ph. Beernink.

    • Elsbeth Etty