Arabische woede heeft een dubbele bodem

Wat ligt er achter de voorspelbare reacties op de Amerikaanse aanvallen in Soedan en Afghanistan? Over het verschil tussen frasen en Realpolitik.

AMSTERDAM, 24 AUG. Zelden reageerde de internationale gemeenschap in haar oficiële verklaringen zó ongelooflijk voorspelbaar als de afgelopen dagen. Zelden ook weerspiegelden die reacties zo weinig de ware gevoelens van vele regeringen. De wereld betuigde haar 'grote zorg' over de Amerikaanse aanvallen in Soedan en Afghanistan, nadat zij eerder eerder van haar afschuw had getuigd over de terroristische aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar es-Salaam. Want alle regeringen, zonder één uitzondering, zeggen terrorisme scherp af te wijzen, hoewel sommige “gewapende acties van vrijheidsstrijders” gerechtvaardigd vinden, dan wel toejuichen of zelfs steunen.

Al tientallen jaren is de één z'n terrorist de ander z'n vrijheidsstrijder. De reacties op terreurdaden worden bepaald door de mate van sym- of antipathie met de terroristen/vrijheidsstrijders. Daardoor werden alle veroordelende conferenties en uitspraken over terrorisme keiharde slagen in de lucht.

Terroristen beschikken over steeds geavanceerdere communicatiemiddelen en moordwapens, mogelijk in de toekomst zelfs over wapens voor massavernietiging. Niettemin is de wereld nog steeds niet in staat zich adequaat tegen hen te verweren. Daarvoor is politieke overeenstemming nodig.

Die consensus was er tijdens de Koude Oorlog niet en is er nog steeds niet. Want zeer vele vijanden en zelfs bondgenoten van de VS verzetten zich er tegen dat deze supermogendheid in haar eentje de regels van het internationale verkeer bepaalt. Dus wijst men eenstemmig op de noodzakelijke “internationale legitimiteit”, die alleen door de Veiligheidsraad van de VN belichaamd kan worden.

De Veiligheidsraad is echter verlamd, nu drie van de vijf Permanente Leden (Frankrijk, Rusland en China) zich tegen elke vorm van Amerikaanse hegemonie verzetten. Zij blokkeren bijna alle voorstellen van Washington, bijvoorbeeld in de crisis rond Irak.

In de beginjaren '90 konden de VS hun wil in de Veiligheidsraad doordrukken. Rusland was immers nog volop bezig met zijn frustraties over de afbraak van de Sovjet-Unie en zijn nieuwe positie van onmacht. De Arabische wereld was door Saddams inval in Koeweit volstrekt verdeeld geraakt en machtelozer dan ooit. En Europa was nog niet zo zelfbewust.

In die situatie kon de toenmalige president Bush een coalitie vormen tegen het Irak van Saddam Hussein, waaraan de belangrijkste Arabische landen deelnamen. Hij beloofde in ruil voor hun samenwerking een Nieuwe Wereldorde. Maar daarvan kwam niets terecht, omdat de regering-Clinton haar wil niet kon doorzetten tegenover het door de Republikeinen beheerste Congres. Dat lag dwars bij de uitbetaling van de uitstaande Amerikaanse schulden aan de VN. Het wilde onder geen beding dat Amerika zich onderwierp aan internationale besluitvorming, die niet door Washington gestuurd werd. Het wilde niet meer Amerikaans geld aan het IMF toewijzen om noodlijdende landen uit de brand te helpen. En het waarschuwde president Clinton dat hij Israels premier Netanyahu niet onder druk mocht zetten om zich te houden aan de vredesakkoorden van Oslo.

Clinton kwam daardoor, nog vóór zijn huidige sperma-problemen, in een onmogelijke positie. De Arabieren voelden zich niet zonder reden door Washington gebruikt. De Golfstaten werden onder druk gezet Amerikaanse wapens te kopen “om zichzelf te kunnen verdedigen”. Maar zij moesten ook een permanente Amerikaanse militaire aanwezigheid accepteren “opdat zij verdedigd konden worden”. De regering-Clinton bezigde ongewoon harde taal tegenover Nethanyahu, maar krabbelde op het laatste ogenblik terug en liet het vredesproces (dat voor de Arabieren Israels ontruiming van alle bezette gebieden is) voor wat het was. Zij dreigde Saddam Hussein met hel en verdoemenis, als hij zich niet gedroeg, maar deed vervolgens ook niets.

De buitenwereld zag hoe Amerika op velerlei gebied een arrogante, maar papieren tijger was geworden. Vandaar dat de reacties op de Amerikaanse kruisraket-aanvallen van vorige week zoveel dubbele bodems bevatten.

De hele islamitische wereld toont zich zeer verontwaardigd. Washington - zo zegt men - heeft weer eens laten zien met twee maten te meten: met een nauwgezet juridisch onderzoek in eigen land, als het erom ging de president in staat van beschuldiging te stellen, en met disproportionele machtsmiddelen tegen moslims, wier schuld niet eens absoluut vaststond.

Het opmerkelijkst zijn de reacties van Amerika's bondgenoten. Gulf News, een krant in de Verenigde Arabische Emiraten, schreef: “De VS hebben niet alleen de rol op zich genomen van internationale onderzoeker, aanklager, rechter en jury, maar ook die van beul.” Het Koeweitse dagblad Al Qabas vond dat de Amerikaanse aanvallen “geen enkele basis hebben in het internationale recht, maar alleen in de logica van de sterke tegenover de zwakke”. En natuurlijk zijn alle Arabische media het erover eens dat de aanvallen bedoeld waren om de aandacht af te leiden van Clintons Monica-problemen.

Vandaag zal de Arabische Liga tijdens een spoedzitting ongetwijfeld de Amerikaanse aanvallen veroordelen. Hoewel Egypte nadrukkelijk geen steun gaf aan de Amerikaanse bombardementen of deze veroordeelde, liet de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken, Amr Moussa, zaterdag weten dat “,geen enkel land de vervanger kan zijn van de Veiligheidsraad van de VN, die als enige politieke autoriteit belast is met de handhaving van de internationale vrede en veiligheid”. En dat, terwijl Egypte's betrekkingen met buuurman Soedan op een dieptepunt zijn beland, aangezien Soedan steun verleent aan ondergrondse Egyptische radicaal-islamitische groepen.

Saoedi-Arabië, helper en bondgenoot van de Talibaan in Afghanistan, die op hun beurt weer Osama Bin Laden bescherming bieden bij zijn anti-Amerikaanse én anti-Saoedische aanslagen, zwijgt voorlopig in alle talen.

Waarom doen Arabische regeringen over de Amerikaanse raketaanvallen uitlatingen, die ze absoluut niet menen? Het Egyptische Hogerhuis gaf daarop gisteren het antwoord. Het liet in een verklaring weten dat “de wereldmachten een goed uitgebalanceerde politiek moeten volgen...opdat de bestrijding van terrorisme geen ongepaste reacties van de publieke opinie zullen losmaken”.

Eigenlijk is er voor Amerika's Arabische vrienden de afgelopen dertig jaar niet zo veel veranderd: zij willen nog steeds dat de VS hun macht en invloed laten gelden om Israel uit de bezette gebieden weg te krijgen, opdat zijzelf van het Palestijnse probleem verlost zijn. Zij willen ook dat de VS die macht tegen hun Arabisch-islamitische vijanden in het geheim aanwenden, opdat zijzelf daarna tegenover hun achterban verontwaardigd kunnen reageren op zoveel onrecht.

    • Michael Stein