Vlucht naar veiligheid

In de praktijk zijn er grote verschillen tussen de lidstaten van de Europese Unie, zoals onderzoek van de Britse Refugee Council onlangs nog aantoonde.

Zo heeft een Iraakse Koerd die naar Jordanië vlucht en van daaruit het vliegtuig neemt naar België het recht om daar de asielprocedure in te gaan, ook al kwam hij of zij eerst door een 'veilig Derde land' (in dit geval Jordanië). Mocht diezelfde Koerd naar Zwitserland vluchten en vandaar het vliegtuig naar het Verenigd Koninkrijk nemen, dan zou hij worden afgewezen. Volgens de Britse autoriteiten had de man/vrouw een verzoek in Zwitserland moeten indienen. Bern echter weigert dan om de asielzoeker terug te nemen, waardoor hij uiteindelijk geen asiel krijgt.

De conventie van Dublin uit 1990 bepaalt dat asielzoekers slechts in één land een verzoek mogen indienen. Deze conventie werd in september vorig jaar van kracht. In 1992 besloot de Raad van ministers van de Europese Unie in Londen dat asielverzoeken versneld behandeld mogen worden als ze 'duidelijk geen inhoud' hadden, gebaseerd waren op 'misbruik van het systeem' of als de asielzoeker in kwestie eerder in een 'veilig derde land' was geweest.

In 1995 formuleerde de Raad 'minimumwaarborgen'' voor asielverzoeken, onder andere dat een asielzoeker onder geen beding teruggestuurd mag worden naar een land waar hij niet veilig is. In het Verdrag van Amsterdam hebben de landen van de Europese Unie afgesproken dat het asielbeleid op een aantal gebieden (onder andere: vaststellen van minimumnormen betreffende het aanmerken van onderdanen uit Derde Landen als vluchteling) binnen vijf jaar wordt geharmoniseerd, maar dat verdrag is nog niet geratificeerd.