Vlijmscherpe kaken

Salamanders, snoeken en andere slootbewoners. Door Frans Buissink. Illustraties Ewoud de Groot. Uitg. Schuyt & Co, 1998. ISBN 90-6097-465-4. Prijs ƒ 27,50.

MIJN KINDEREN hebben niks met de natuur. Het liefst zitten ze hele dagen binnen te bombarderen. Mission complete, target destroyed! De nieuwste rage is ijshockey per computer, New York Rangers tegen Western All-Stars, of Sharks tegen Tigers, via het netwerk thuis. Ze hoeven geen schepnet en willen niet naar de waterkant, de bleekneuzen. 'Salamanders, snoeken en andere slootbewoners' is aan hen niet besteed. En dat terwijl het juist zo'n geslaagd boek is, vrolijk geschreven en fraai geïllustreerd, en zoals alle goede kinderboeken ook voor volwassenen leuk om te lezen.

Dit is het vierde in een serie jeugdnatuurboeken, na eerdere deeltjes over schelpen en andere zeedieren, vogels en paddestoelen. Natuurjournalist Frans Buissink, in het dagelijks leven onder meer hoofdredacteur van Panda en Vogels, neemt zijn jonge lezers ditmaal mee naar de slootkant om te laten zien hoeveel gekke beesten daar zitten. De een roeit met zijn pootjes, de ander zwabbert met zijn staart en weer een ander tjoept op en neer.

Om ze beter te bekijken moet je een Polaroid zonnebril op zetten tegen de schittering van het water. Je kunt ook zelf een simpele kijkkoker maken van een blikje zonder bodem of deksel, met een stuk glas eronder geplakt. Thuis leg je in een grote glazen bak met een paar waterplanten voor de zuurstofvoorziening je eigen slootwateraquarium aan. Dan zie je de bewoners vliegen, rennen en zwemmen, elkaar opvreten en vrijen, jonkies krijgen en van vorm en kleur veranderen. Ze verstoppen zich in de bosjes of maken rare geluiden. 'Dat gebeurt allemaal in een doodgewone sloot', schrijft Buissink. 'Voor echte wildernis hoef je niet naar een ver land.'

Op speelse toon, maar met grote deskundigheid behandelt hij de meest uiteenlopende beesten, van 'slootkrokodilletjes' (salamanders) tot 'gevechtshelikopters' (libellen) en schaatsenrijdertjes. Die laatste lijken met vier pootjes over het water te schaatsen, terwijl de voorste twee poten worden vrijgehouden om prooien te grijpen. Schaatsenrijders maken gebruik van de oppervlaktespanning van het water, een fenomeen dat kinderen zelf kunnen ontdekken via een eenvoudig proefje. Als je een dunne naald plat in een bakje water legt, zinkt hij meteen. Droog je hem goed af en smeer je hem daarna in met boter, dan blijft hij drijven, alsof er een vlies op het water ligt. Doe je er daarna een druppeltje afwaswater bij, dan zinkt de naald alsnog. Omdat een schaatsenrijder kussentjes van vettig, waterafstotend fluweel onder zijn voetjes heeft, zakt hij niet onder water. Maar dat lukt alleen zolang het water schoon is. In vervuilde sloten zie je geen schaatsenrijders. Wèl tref je daar de ronde, platte posthoornslak, die zijn rode kleur ontleent aan het - voor slakken heel bijzondere - bezit van rode bloedlichaampjes. Daarmee kan de posthoornslak veel meer zuurstof uit het water opnemen dan andere slakken, zodat je hem ook in vervuild water nog vindt.

Al deze beesten worden in vijftien kleine hoofdstukjes liefdevol beschreven. Alleen de geelgerande waterkever komt nogal onsympathiek uit de verf. Deze 3,5 centimeter grote kever, die kan lopen, zwemmen, duiken en vliegen, wordt omschreven als “vreselijk gevaarlijk en voor niets of niemand bang, bij hem vergeleken is een leeuw een brave schootpoes”. Met zijn scherpe kaken grijpt hij zelfs vissen van flinke afmetingen beet, knipt ze aan stukjes en eet ze op. Af en toe komt hij naar boven om met zijn achterlijf lucht onder zijn schilden te pompen. Daarna kan hij wel 36 uur lang onder water blijven, zoals een duiker met een zuurstoffles. Tot zijn gevechtsuitrusting behoort een venijnige tweekantige speer aan het achterlijf. Aanvallers worden verlamd door een wolkje melkachtige stof in het water te spuiten, gevolgd door een soort stinkbom. Met weer een andere chemische stof verdedigt de kever zich tegen schimmels en bacteriën. En als reservetroepen recruteert hij bijzonder vraatzuchtige larven, die elk wel vijftig kikkervisjes per dag verslinden. Bij zoveel natuurgeweld is MORTAL COMBAT 4 maar kinderspel.