Verzekeraars nog niet klaar met verleden

Nu banken en verzekeraars voor het eerst verantwoordelijkheid nemen voor hun functioneren in de Tweede Wereldoorlog, richten advocaten in de VS hun pijlen op Duitse bedrijven die dwangarbeiders in dienst hadden.

ROTTERDAM, 22 AUG. Na de Zwitserse banken zijn nu ook internationale verzekeraars begonnen schoon schip te maken met hun oorlogsverleden. Vorige week al zegde de Zwitserse levensverzekeraar Zürich toe alles in het werk te zullen stellen om de polishouders uit de Tweede Wereldoorlog op te sporen en woensdag bereikte de Italiaanse maatschappij Generali een akkoord. Voor 100 miljoen dollar (ongeveer 200 miljoen gulden) kochten ze de class-action (proces uit naam van een groep) van Amerikaanse advocaten namens alle nabestaanden van Holocaust-slachtoffers af, die de verzekeraars mogelijk miljarden zou kosten.

De rechtszaak is voorkomen, maar de claims zijn daarmee nog niet verdwenen. Alleen al bij Generali zijn meer dan 300.000 namen bekend van polishouders die in de oorlog zijn omgekomen, negentig procent van hen is joods. De verzekeringsmaatschappij heeft tot voor kort geweigerd de namen openbaar te maken, waardoor veel nabestaanden niet eens van het bestaan van een polis wisten. “We kunnen nog niet zeggen of 100 miljoen dollar voldoende is om alle claims te dekken”, zei Amos Luzzatto, voorzitter van organisaties van Italiaanse joden, gisteren.

Betrokkenen van joodse organisaties in de VS en Israel noemden het akkoord “een begin” van de oplossing. Generali heeft weliswaar een cd-rom met de namen van de polishouders uit de oorlog aan Yad Vashem, het instituut voor herdenking van de Holocaust, in Jeruzalem beschikbaar gesteld, maar onder de strikte voorwaarde dat het uitsluitend voor onderzoek gebruikt wordt, en niet in de openbaarheid wordt gebracht.

De verzekeraars gebruikten in het verleden ongeveer dezelfde argumenten als de banken, die hun ongeclaimde, 'slapende' rekeningen gesloten hielden. Nabestaanden moesten eerst maar eens bewijzen dat het om familie ging. Uitbetaling zou pas volgen als er een overlijdensacte werd overhandigd. Polissen waren ongeldig omdat de houders in de oorlog het betalen van de premies staakten. Betaling aan Oost-Europese joden (het gros van de polissen) zou alleen maar leiden tot financiering van communistische regeringen, die het geld onmiddellijk confisqueerden.

De zestien grote verzekeraars, die tot voor kort gezamenlijk onderhandelden met de verzekeringskamer in de VS, zijn verdeeld over hun strategie. Het Franse bedrijf Axa en het Duitse Allianz zijn geneigd om Generali te volgen en de class-action af te kopen. Zwitserse verzekeraars lijken de maatschappij Zürich te volgen. “Wij zetten de strategie voort die we tot nu toe hebben gevolgd”, aldus een woordvoerder van Baloise. “We zullen niet overgaan tot een willekeurige betaling.” De Zwitserse banken hebben enkele weken geleden nog geprobeerd de verzekeraars bij hun akkoord (betaling van 2,5 miljard gulden in drie jaar) te betrekken, maar de zaak was volgens de banken te gecompliceerd.

Nu ook de meeste verzekeraars overstag lijken te gaan, richten Amerikaanse advocaten hun pijlen op Duitse bedrijven, die tijdens de oorlog dwangarbeiders in dienst hadden. Opnieuw wordt een dreigende class-action als pressiemiddel gebruikt. Edward Fagan, de advocaat die ook betrokken was bij onderhandelingen met banken en verzekeraars, heeft Degussa al aangeklaagd. Dit chemische en farmaceutische bedrijf is een dochter van het Duitse Degussa, dat in de oorlog betrokken was bij het omsmelten van goud van joodse Holocaust-slachtoffers en samen met het chemieconcern IG Farben een bedrijf oprichtte voor de productie van het beruchte gifgas Zyclon B. Fagan heeft al aangekondigd het bedrijf te zullen blijven achtervolgen desnoods tot een faillissement erop volgt. “Moreel zijn ze al lang failliet”, aldus Fagan. De industrie heeft altijd gezegd dat ze geen keuze had, ze houdt het nazi-bewind verantwoordelijk voor de ruim zeven miljoen dwangarbeiders van wie er nog ongeveer een half miljoen in leven zijn. Inmiddels lijken bedrijven als BMW, Siemens en Daimler-Benz toch bereid naar een oplossing te zoeken. Ze zouden bij de Duitse regering hebben aangedrongen op de oprichting van een fonds, waarin ze een gift zouden kunnen storten.