'Terugkeer is stappen in een diep gat'; Bosnische vluchtelingen in Nederland verdeeld over remigratie

Ruim 25.000 vluchtelingen kwamen tijdens de oorlog in Bosnië-Herzegovina naar Nederland. Sinds het Dayton-akkoord stimuleert ook de Nederlandse regering de repatriëring van Bosniërs.

AMSTERDAM, 22 AUG. Haar zoon reisde dit jaar naar Doboj in centraal-Bosnië en keerde teleurgesteld terug. De stad die Sakzija Hadzikadunic zes jaar geleden met haar man en twee kinderen ontvluchtte, is kapot. “Alles is vernield. De huizen zijn geplunderd, er is niets.”

Het gezin Hadzikadunic bouwde in Nijkerk een nieuw leven op, ver weg van de oorlog. Sakzija vond werk in het magazijn van een levensmiddelengroothandel en haar man kon, net als voor de oorlog in Doboj, aan de slag als vrachtwagenchauffeur. Hun twee kinderen gingen naar school. Dit jaar doet haar dochter (18) eindexamen, haar zoon (22) behaalde al eerder een diploma.

Sakzija denkt vaak aan thuis, maar ze verwacht dat ze voorlopig in Nederland zal blijven. “Er is een verschil tussen terug willen en kunnen. Hier hebben we iets. Daar is niets en we kunnen niet van lucht leven.”

Zelfs als het gezin Hadzikadunic zou terugkeren naar Bosnië-Herzegovina, is het nog de vraag of ze ook weer in Doboj kunnen gaan wonen, zegt Sakzija. “Wij zijn moslim en Doboj is nu Servisch gebied. In mijn huis woont nu iemand anders.”

Na het Dayton-akkoord in december 1995 begon het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) met de repatriëring van vluchtelingen. De UNHCR schat dat in 1996 wereldwijd ruim 80.000 mensen terugkeerden naar Bosnië-Herzegovina. Vorig jaar ging het om meer dan 100.000 vluchtelingen. Nederland en andere Europese landen volgen in principe het UNHCR-beleid en treffen voorbereidingen voor de terugkeer van asielzoekers. Een paar landen, zoals Duitsland, Zwitserland en Zweden, zijn inmiddels begonnen met het gedwongen terugsturen van uitgeprocedeerde asielzoekers.

Terugkeer naar Bosnië betekent niet dat de vluchtelingen ook naar hun woonplaats kunnen terugkeren. Zo noemde secretaris Mient Jan Faber van het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV), na een bezoek aan Srebrenica begin deze maand, het vrijwel ondenkbaar dat moslims ooit nog zullen terugkeren naar deze stad. Volgens Faber lukt het de internationale gemeenschap niet om de Servische tegenstand in Srebrenica te doorbreken. Na terugkeer in Nederland zei Faber: “De internationale gemeenschap volgt haar eigen agenda en wil snel resultaat zien. De moslims zijn daarvan de dupe.”

Volgens de UNHCR is terugkeer voorlopig vooral mogelijk naar de grote steden, zoals Sarajevo, Banja Luca en Tuzla en naar gebieden waar voornamelijk mensen van dezelfde etnische afkomst wonen, de zogeheten meerderheidsgebieden. Ook de Nederlandse regering vindt dat de situatie in Bosnië nu stabiel genoeg is dat vluchtelingen in ieder geval kunnen terugkeren naar meerderheidsgebieden.

Sinds 1 juni vorig jaar kregen Bosnische asielzoekers in Nederland al niet langer automatisch een voorlopige vergunning tot verblijf. Dit voorjaar schreef staatssecretaris Schmitz (Justitie) in een brief aan de Tweede Kamer dat nu ook sommige Bosniërs met een voorwaardelijke vergunning van vóór 1 juni 1997 kunnen worden teruggestuurd. Direct gevolg daarvan is dat een groep van ongeveer 1.500 Bosnische asielzoekers in principe het land uit moet.

Tijdens de oorlog zijn ruim 25.000 Bosniërs naar Nederland gevlucht. De meesten, ongeveer 15.000, hebben inmiddels een verblijfsvergunning gekregen. Volgens Fadil Camic, voorzitter van de stichting Bosnië-Herzegovina in Amsterdam, wil zeker de helft van die mensen op termijn weer terug naar hun geboorteland. “Vooral ouderen zullen de eerste mogelijkheid aangrijpen om weer naar huis te gaan. Ze kunnen maar moeilijk wennen aan hun nieuwe omgeving.Zij kunnen hier niet functioneren. Zo voelen ze dat althans”, zegt Camic.

Hetzelfde geldt volgens hem voor hoger opgeleiden. Diploma's van bijvoorbeeld artsen, ingenieurs en advocaten worden hier veelal niet erkend, waardoor ze in Nederland hun oude beroep niet kunnen oppakken. “Tegelijkertijd is er in Bosnië grote behoefte aan deze mensen. Het land moet weer worden opgebouwd. Maar nu terugkeren betekent ook dat je in een diep gat stapt. Er zijn geen huizen en nauwelijks voorzieningen. Hier hebben de mensen bepaalde zekerheden opgebouwd”, zegt Camic.

Hoewel Nederland tot op heden geen Bosniërs heeft uitgezet, is het ministerie van Justitie wel begonnen met het stimuleren van vrijwillige repatriëring naar Bosnië-Herzegovina, de zogeheten 'gefaciliteerde terugkeer'. Zo krijgen terugkerende vreemdelingen een financiële bijdrage voor de eerste levensbehoeften en verschaft de overheid kredieten aan mensen die een bedrijfje willen opzetten in hun geboorteland. Sinds twee jaar kent Nederland bovendien een 'look and see'-regeling voor Bosnische asielzoekers, waarmee ze - met behoud van hun vluchtelingenstatus - een bezoek kunnen brengen aan Bosnië-Herzegovina. Justitie trok voor de verschillende regelingen vorig jaar ongeveer vijf miljoen gulden uit, voor dit jaar is het dubbele gepland.

Ook de Europese Unie heeft geld beschikbaar gesteld voor terugkeerprojecten. Volgende maand begint de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Den Haag een cursus voor Bosniërs die willen terugkeren. Het betreft cursussen in techniek, bouw en informatica, die worden betaald met geld uit Brussel.

Ook Nermina Sakovic (18) wil graag terug naar haar geboorteland. Tijdens het uitbreken van de oorlog was ze met haar ouders op bezoek bij familie in Nederland. Haar oudste broer was achtergebleven en werd onder de wapenen geroepen. Drie jaar lang wisten ze niet of hij nog leefde. Later vluchtte hij ook naar Nederland. Nermina draagt nu het wapen van Bosnië - het blauwe schild met de Franse lelies - van zijn uniform om haar hals. “Zo draag ik een stukje van mijn land. Het geeft een gevoel van trots, van verbondenheid met de mensen daar.”

Net als Sakzija Hadzikadunic komt ze regelmatig op feesten en bijkomsten van de stichting Bosnië-Herzegovina in de voormalige tramremise aan de Tollensstraat in Amsterdam. “Ik kom hier om mensen te ontmoeten, om met mijn eigen mensen te praten. Dat is belangrijk, want mijn identiteit heb ik al voor een deel verloren”, zegt Nermina.

In Nederland ging ze naar het VWO en nu volgt Nermina een MEAO-opleiding. Ze spreekt het Nederlands inmiddels beter dan haar moedertaal, zegt ze. “In Nederland heb ik een toekomst. Ik kan hier studeren en een baan gaan zoeken. In Bosnië heerst grote werkloosheid. Maar er is altijd dat gevoel, iets dat je trekt.”