Stratenmakers zagen poëzie aan voor puin

LEEUWARDEN, 22 AUG. Een grote steen waarin een gedicht van de Leeuwarder schrijver/dichter Kees 't Hart is uitgebeiteld, is in Leeuwarden per abuis bij het grof vuil gestort. Het gedicht van 't Hart, getiteld 'Groet aan Leeuwarden', maakte onderdeel uit van een poëzieroute die vijf jaar geleden door de Leeuwarder binnenstad werd uitgezet. Wandelaars kunnen op tien zwarte hardstenen platen, die tussen de trottoirtegels liggen, gedichten lezen van onder meer J.J. Slauerhoff, Theun de Vries, Simon Vestdijk en Obe Postma. De wandelroute was een afscheidsgeschenk aan de toenmalige Leeuwarder burgemeester G.J. te Loo. Sectorhoofd F. Drewes van de gemeentelijke afdeling beheer openbare ruimte, bevestigt dat de uitgebeitelde poezie per vergissing door stratenmakers bij het puin is gestort. Volgens hem is er sprake van een communicatiestoornis tussen het stratenmakersbedrijf en de gemeentelijke dienst.

't Hart is verbolgen over het feit dat hij niet door de gemeente op de hoogte is gesteld van het verwijderen en het vernietigen van zijn dichtwerk. “Ik ben echt niet voor de eeuwige kunst, maar met die steen is erg slordig omgesprongen. Typerend voor hoe onzorgvuldig en onhandig veel gemeentes met kunst omgaan. Hoe vaak wordt een kunstwerk niet achteloos vernietigd?”

De dichter ontdekte enkele maanden geleden dat zijn hardsteen, die overigens al verscheidene barsten vertoonde, later zou worden herplaatst. Aanvankelijk werd gedacht dat 't Harts 'grafsteen', zoals hij die zelf noemt, in vijf stukken op het terrein van het stratenmakersbedrijf in Goutum lag. Later bleek die te zijn weggegooid. Drewes geeft toe dat er het een en ander is misgelopen. “Jammer, maar we willen dit op een charmante manier oplossen.” Er zal een nieuwe steen worden gemaakt, die overigens niet op de oorspronkelijke locatie zal komen te liggen. “Veel vrachtwagens reden er over heen, waardoor de plaat kapot ging”, aldus Drewes. 't Hart vindt het jammer dat zijn gedicht op een andere plek komt. “Ik vond poëzie tussen de marktstalletjes en onder de wielassen, dichtbij het gewone stadsleven, wel wat hebben.”