Schuld en pensioen

Als in dit gesprek het probleem van schuld, of beter gezegd: schuldgevóél, wordt aangeroerd, wordt het geval aangehaald van een verzetsgroep in Rotterdam, twaalf man onder leiding van iemand die we X zullen noemen. Mochten ze in handen van de Duitsers vallen, zo spreken ze op aandrang van X af, dan zullen ze alle verantwoordelijkheid op hem schuiven. De groep wordt inderdaad opgerold; ze worden allemaal verhoord, ze schuiven alle verantwoordelijkheid op X. Juist in die periode wordt door de ondergrondse een spoorlijn opgeblazen. Bij wijze van represaille voeren de Duitsers een aantal executies uit op de Coolsingel. De hele groep van X wordt doodgeschoten, behalve hijzelf - hij is op dat moment de enige die interessant voor ze is, van hem hopen ze nog wat los te krijgen. Nu moet je je voorstellen dat deze man niet alleen dit incident, maar de hele oorlog overleeft, en dan wat de grillen van het lot op den duur in het hoofd van X teweeg zullen brengen.

Een verhaal van vijftig seconden, hooguit een minuut. Evert van der Wall zwijgt en kijkt me aan, bereid om op alle mogelijke vragen te reageren. Hij, zelf van 1944, is directeur van de Stichting '40-'45.

Deze stichting werd tegen het einde van de oorlog in het leven geroepen om de morele, geestelijke en materiële noden te lenigen van verzetsdeelnemers en hun nabestaanden. Onder 'verzet' werd daarbij het hele verzet verstaan, van koerierster tot PB-vervalser, van Trouw tot De Waarheid.

Tegenwoordig houdt zij kantoor in de nabijheid van het NS-station Diemen-Zuid. “Beneden”, zegt Van der Wall, “staat tweeënhalve kilometer dossier. En de oudste dossiers, dat zijn de dunste.” In die beginjaren ging alles zo eenvoudig, zo informeel.

Mevrouw Y uit Coevorden meldt zich aan als verzetsweduwe. Het voormalige verzet in Coevorden bevestigt dat de heer Y inderdaad tot hun gelederen heeft behoord. Ook de vrouw zelf blijkt zich tijdens de bezetting waardig te hebben gedragen. De stichting kent een buitengewoon pensioen toe.

Een zekere Z uit Middelburg meldt zich aan als verzetsinvalide. Het voormalige verzet in Middelburg bevestigt zijn verdiensten. Een arts constateert zijn invaliditeit en dat die verband houdt met zijn verzetswerk. De stichting kent een uitkering toe.

Natuurlijk, bij invaliditeit dacht men in die dagen aan zichtbare gebreken en erkende ziektes, niet meteen aan posttraumatische stress-stoornissen. De mensen hadden wel wat anders aan hun hoofd. De wederopbouw kreeg voorrang. Dit betekent niet dat het onverstandig was dat die wederopbouw voorrang kreeg, maar dit betekent ook niet dat verlate gevolgen (“zoals wij dat noemen”), die in de jaren zestig en zeventig naar voren kwamen, niet serieus zouden moeten worden genomen. Mensen met nachtmerries, mensen die wakker liggen van oorlogsbeelden elders op de wereld, mensen die geen traliewerk rond het ziekenhuisbed kunnen verdragen, mensen die buiten hun schuld door schuldgevoelens worden achterhaald en aangegrepen...

In de eerste jaren na de oorlog werden de benodigde gelden ingezameld op straat, desnoods met collectebussen van de Winterhulp. Er werden acties gevoerd in de bedrijven: geef één uur van uw werk voor hen die alles gaven! Maar in 1948 werd de Wet Buitengewone Pensioenen vastgesteld, waarmee de financiering een taak van de overheid werd. “En hierop heeft ze nimmer beknibbeld”, zegt Van der Wall. Terecht natuurlijk, want koningin Wilhelmina had vanuit Londen tot verzet opgeroepen. Verzetsmensen mochten zich als een soort overheidsdienaren beschouwen.

Nu gold de nazorg als een erezaak, een uit het verzet zelf voortvloeiende plicht. Nu klommen vroegere koeriersters op de fiets om pensioenen rond te brengen. Nu presenteerden vroegere saboteurs zich als plaatsbekleder voor gevallen kameraden. Groeiden deze kinderen wel op in de waarden van het vroegere verzet? Gedroeg deze weduwe zich wel naar de eer van haar geëxecuteerde man? Wat betekenden dan die herenkleren aan haar waslijn? Leefde zij niet in concubinaat, had zij haar recht op pensioen niet al verspeeld? Ja, waar ligt de grens tussen welverdiende hulp, waarmee natuurlijk veel goeds is gedaan, en botte bemoeizucht?

Goed, gebruik je fantasie en je kunt het allemaal zelf bedenken. Zo gaan die dingen nu eenmaal, en als ze niet zo gaan, gaan ze misschien wel helemaal niet.

Van der Wall: “Ik heb nog eens wat in oude archiefstukken zitten neuzen, bestuursnotulen, afschriften van ingekomen en uitgestuurde brieven.” En dan krijg je het beeld van een organisatie waarin goede bedoelingen en onduidelijke bevoegdheden kriskras door elkaar heenlopen - namen van mensen die als werknemer ondergeschikt waren aan de stichting en tegelijkertijd als bestuurslid mee de lakens uitdeelden.

Zo is het allang niet meer. Het apparaat is gegroeid, geprofessionaliseerd, vooruit: gebureaucratiseerd, als je daarbij maar in aanmerking neemt dat procedures daardoor niet alleen formeler, maar ook helderder zijn geworden. Voorspraak vervangen door jurisprudentie, dat heeft ook zijn voordelen.

In 1978 is het werkterrein van de stichting uitgebreid met de zorg voor vervolgingsslachtoffers, dus mensen die niet wegens verzetsdaden maar enkel op grond van ras, politieke overtuiging of religieuze gezindte door de bezetter werden bedreigd. En om de tweede generatie bekommert zij zich ook; kinderen van verzetsdeelnemers die voor, tijdens of binnen driehonderd dagen na de oorlog geboren zijn, kunnen voor een buitengewoon pensioen in aanmerking komen.

Met 13 miljoen aan apparaatskosten wordt nu zo'n 300 miljoen aan uitkeringen verzorgd. Vorig jaar moest nog over een kleine vierhonderd nieuwe aanvragen worden beslist.

Destijds, bij de oprichting, verwachtte men dat de Stichting '40-'45 een jaar of vijf werk zou hebben. Nu voorziet men een bestaan tot het jaar 2010. De afbouw is daadwerkelijk begonnen; in enkele jaren is het personeelsbestand ingekrompen van 240 tot 102.

Maar nog steeds: als vandaag een oud-verzetsman van 75 in het huwelijk treedt met een meisje van 35, dan heb je straks waarschijnlijk een verzetsweduwe van even in de veertig. Zij komt in aanmerking, ook al valt een verzetsverleden steeds moeilijker te bewijzen.