Pakistan klem tussen radicale moslims en de VS

De Pakistaanse regering haalde gisteren fel uit naar de VS, maar herriep later een verklaring dat een verdwaalde Amerikaanse kruisraket zes mensen had gedood op Pakistaans grondgebied. Pakistan wil de VS niet graag tegen zich in het harnas jagen.

NEW DELHI, 22 AUG. Een afgedwaalde kruisraket, die bestemd was voor Osama Bin Laden in Oost-Afghanistan maar landde op Pakistaans grondgebied, zou donderdagavond het leven hebben gekost aan zes Pakistanen. Misschien was het wel symbolisch dat het bericht, dat gisteren urenlang het nieuws over de Amerikaanse aanval op Afghaanse doelen domineerde, onverwacht werd ingetrokken. De relatie tussen de oude - strategische - bondgenoten uit de Koude Oorlog was er de laatste twee etmalen niet beter op geworden.

De Pakistaanse regering moet zich in allerlei diplomatieke bochten wringen om zich te redden uit de situatie die is ontstaan na de bomaanslagen op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar es Salaam. De aanslagen werden mogelijk gepleegd in opdracht van Osama Bin Laden, een Saoedische miljonair die al twee jaar veilig onderdak vond onder de paraplu van de Talibaan, met medeweten van Pakistan.

Pakistan wordt over het algemeen gezien als de grootste sponsor en steunpilaar van de Talibaan. Van deze fundamentalistische studenten zijn er velen opgegroeid in Afghaanse vluchtelingenkampen in Pakistan en afgestudeerd aan Pakistaanse madrasah's, koranscholen. Met wapens, personeel, geld en voedsel hielpen de Pakistanen de Talibaan de afgelopen jaren in het zadel. “Het wordt tijd dat de Verenigde Staten zulke aanvallen eens uitvoeren op terroristische kampen in Pakistan”, zei een woordvoerder van de verdreven Afghaanse president Burhanuddin Rabbani gisteren in New Delhi. “Ontkennen dat Pakistan een machine is die terroristen produceert, is hetzelfde als de rook blussen, niet het vuur.”

Net als de Verenigde Staten was Pakistan enkele jaren geleden van mening dat een stabiele Talibaan-regering in Afghanistan veel geld zou kunnen opleveren, enerzijds via de rijke olievelden in Centraal-Azië, anderzijds via de belangrijke, eeuwenoude handelsroutes in de centraal gelegen Afghaanse hoogvlakten. Oliebedrijven uit Californië en Texas stonden klaar in buurland Turkmenistan om een pijpleiding aan te leggen door Afghanistan naar het energiebehoeftige subcontinent.

Waar Pakistan noch de Verenigde Staten vermoedelijk rekening mee hadden gehouden, was het extremisme van het Talibaan-bewind, dat internationale erkenning - zeker van de zijde van de Amerikanen - voorlopig uitsluit. De regering van premier Nawaz Sharif zit ondertussen klem tussen haar bevolking, die eist dat de aanval op de islamitische broeders wordt vergolden - zoals gisteren bleek bij wilde demonstraties in Peshawar, Pakistans meest 'Afghaanse' stad - en haar internationale belangen.

Voor dat laatste is een goede band met de Verenigde Staten noodzakelijk. Met de arrestatie en uitlevering van een verdachte van de bomaanslagen in Tanzania en Kenia, afgelopen weekeinde, bewees Islamabad de Amerikanen duidelijk een dienst, die zij ook achterwege had kunnen laten. De ongevraagde hulp aan de Amerikaanse opsporingsdiensten had mogelijk te maken met het feit dat de bodem van de Pakistaanse schatkist in zicht is geraakt na de zes ondergrondse kernproeven ruim drie maanden geleden, en de daaropvolgende economische sancties die op initiatief van de VS werden afgekondigd tegen Pakistan. Buitenlands geld is het enige dat het straatarme land van een faillissement kan afhouden. Zo blijft Pakistan voorlopig vastgeklonken aan de VS.

De woede van de Pakistaanse regering, gisteren, over het Amerikaanse optreden tegen Afghanistan lijkt dan ook vooral bestemd voor binnenlands gebruik. Minister van Buitenlandse Zaken Sartaj Aziz was geschokt over de “schending van de territoriale integriteit en de soevereiniteit van een islamitisch land”, zo zei hij tegen het parlement in Islamabad. Bovendien liet de regering er geen misverstand over bestaan dat de Amerikanen hun actie in Afghanistan zonder hulp en zonder medeweten van Pakistan hadden uitgevoerd. Islamabad liet zelfs weten dat de minister van Buitenlandse Zaken door de media uit zijn bed was gebeld voor een reactie op de raketaanval.

Welke opstelling de Pakistanen de komende maanden zullen kiezen inzake de ontwikkelingen in Centraal-Azië, is een cruciale vraag.

Al jaren krijgt Islamabad te horen dat Pakistan een kweekvijver is voor jonge islamitische strijders die zich mengen in burgeroorlogen in verre landen als Bosnië, Soedan en Algerije, en, dichterbij, Kashmir en Afghanistan. Hoewel de Pakistaanse regering in grote delen van West-Pakistan weinig tot niets heeft in te brengen tegen de tribale bevolkingsgroepen, krijgt Islamabad de komende tijd vermoedelijk meer dan ooit te maken met een snel groeiende groep moslim-fundamentalisten. Die wisten in enkele jaren tijd tachtig procent van Afghanistan te veroveren en smeden volgens waarnemers in de regio plannen voor een veel grootschaliger revolutie tegen de wereldorde.