Onbevangen

HOOFDSCHUDDEND wijst de tandarts naar het opspelende kunstwerk in de mond van zijn nieuwe patiënt en maakt afkeurende geluiden. Het is duidelijk: hij heeft geen hoge pet op van de collega die hem voorging in de zorg voor dit gebit. Menige benarde bezoeker van de tandartsstoel zal de situatie herkennen. Het is misschien niet altijd leuk om het te zeggen, maar goed om te weten.

Gelukkig dat de tandarts geen architect is. Want déze beroepsuitoefenaar wordt - mits lid van de Bond van Nederlandse Architecten - in de nieuwe gedragsregels met zoveel woorden verboden negatieve uitspraken te doen over collega's of hun werk zonder de betrokkene daarvan eerst op de hoogte te stellen. Zo kan het nog stil worden in bouwend Nederland.

De nieuwe stelregel is gegrondvest op het principe van de collegialiteit. De “eer van de stand” geldt sinds het gildewezen als een belangrijk bestanddeel van de regels voor beroepsgroepen. Daartoe behoort ongetwijfeld onderlinge hoffelijkheid - overigens een algemene omgangsnorm. Maar de grens met de beperking van een gezonde concurrentie is dun. En de algemene vrijheid van meningsuiting is een hoger goed.

DE ARCHITECT timmert letterlijk en figuurlijk aan de weg. Hij en zijn werk zijn bij uitstek voorwerp van openbare - en vooral: onbevangen - discussie. Zonder iets wat ook maar zweemt naar voorafgaand verlof. Van wie dan ook.