Misère

Sport heet tegenwoordig een vermaaksindustrie te zijn. Een orgie van business waar ze bij het katholieke Philips voor opzij gaan. Je leest nog alleen over topvoetbal achter de decoder, over dinerend publiek in skyboxen, over scheidsrechters die na een wedstrijd urenlang in de bestuurskamer blijven hangen en zich vergrijpen aan lokale boerinnen, over bankgaranties, over Superliga's. Epo als metafoor van de decadentie, ook dat.

Er is een andere kant: de pretentieloze schoonheid van het lijden. Tot in de bijna-dood toe. Stella Jongmans die op een EK flauwvalt voor de start van haar serie, iets mooiers is er in Boedapest niet meer vertoond. Uitgerekend de atlete die de spikesglamour heeft uitgevonden, gaat op het moment suprême zomaar liggen. Als toeschouwer overvalt je een onuitsprekelijk geluk dat je dit mag meemaken. De onvoorziene kennismaking slaat alles. Zoals ze daar ligt, in horizontale coma, zie je pas hoe mooi Stella is. Uitgeteld slapend ontspringen aan de roerloze moedervlekken nog drie schitterende dames.

Later zei ze: “Ik voelde me alsof ik door een wringer was gehaald.” Dat bedoel ik: die schoonheid van misère, het geknakte stralen, springlevend in de bijna-dood, kortom topsport. Stella wordt er alleen maar beter van. Wegzakken tijdens de warming-up is wereldnieuws, vierde worden in de 800 meter serie niet. De verrezene van Boedapest, het epitheton zal langer meegaan dan haar gespreide benen in Playboy. Sport is de omkering van alles. En dat irrationele proces ontstijgt decoders, Adidas-broeken en onteigeningen van tradities.

Waarom is Cees Priem en niet Jan Raas onder hotelarrest geplaatst? De knechten krijgen de klappen, ook in het latere leven. Zoals de benen vroeger, werken nu de voelhorens van Raas iets sneller dan die van Priem. Reken maar dat de Zeeuw in dat Franse plattelandshotelletje zit te lijden. Priem is in het wielrennen gebleven voor de vrijheid. Als vrije jongen ontleende hij zijn dagelijkse jubel aan de warme scrum van het peloton. Hij ligt al weken aan de ketting van de Franse justitie. Dat leed is niet te regisseren, nog voor geen honderd camera's van Studio Sport. Priem, Huibregtsen, Staatsen, Fedor den Hertog, ze dragen hun sport mee als een open wond. Zij denken in miljoenen littekens, niet in miljoenen dollars. Het geeft hun een schoonheid die ze in hun glorievolle dagen niet hadden.

Zouden de De Boertjes het nog een beetje droog houden? De competitie is begonnen, zij spelen met de kinderen. Hoe donker waren hun gedachten toen ze donderdagavond de broertjes De Nooijer zagen hollen. Achter een echte bal, voor echte punten. Ze zullen het niet zeggen, maar ik denk dat de hamstrings schrijnden. Van verlangen. In volle luchtledigheid naar Heerenveen kijken kan nog, Feyenoord en PSV uitzitten is al moeilijker. En straks komen Barcelona en Inter in beeld, dan worden ze natuurlijk helemaal gek in hun gerestaureerd kippenhok. Ik zou nu graag naast hen zitten en mij vergapen aan de weergaloze schoonheid van hun kokende gezichten. Eindelijk leven, het echte leven, in die bloesemwangen.

Frank en Ronald hebben Ajax twaalf jaar gediend. Een club die zijn veteranen levensvreugde ontzegt, verdient het licht in de ogen niet. Ajax is de dubbelzinnigheid zelve in de plotseling ontdekte middenstandsethiek. Talloos zijn de spelers die met trucjes, intimidatie en vilein gesjacher van het Ajax-bestuur uit hun contract werden gelicht. Gedumpt is een beter woord. Als het Van Praag en zijn boekhouders zo uitkwam, konden ze oprotten, de dure aankopen uit verre landen. Kanu en Finidi werd geen strohalm in de weg gelegd. Voor de De Boertjes gelden opeens de wetten van de lijfeigenschap. Het is geen voordeel Nederlander te zijn bij Ajax.

Dat Arie Haan in het breken van carrières aan zijn perfide genot kwam, is algemeen bekend. Dat Michael van Praag met dit bedenkelijke killersinstinct is gezegend, is nieuw. Althans voor de buitenwereld. Insiders wisten al langer dat de Ajax-preses alleen aan de voorkant een gentleman is.

Dienstweigeraars kregen vroeger de kogel en later gevang. In de Arena zitten een paar heren op het ereterras die heimwee hebben naar die rigoureuse tijd.