Kottervissers boeken negatief resultaat

ROTTERDAM, 22 AUG. De Nederlandse kottervissers hebben vorig jaar voor 569 miljoen gulden aan vis naar de afslag gebracht. In 1996 bedroeg de opbrengst van de vangsten nog 608 miljoen gulden. Vooral de opbrengsten van tong en garnalen liepen vorig jaar terug, terwijl tong toch aanzienlijk duurder was dan het jaar daarvoor.

Het nettoresultaat voor de kottervisserij was met min twee miljoen gulden in 1997 voor het eerst sinds enige jaren weer negatief, zo blijkt uit 'Visserij in Cijfers', een jaarlijks onderzoek van het Landbouw-Economisch Instituut (LEI-DLO). Het aantal schepen nam vorig jaar verder af en daarmee ook het aantal opvarenden, dat van 2.700 naar 2.600 ging.

De totale opbrengst van de Nederlandse zee- en kustvisserij bleef gelijk op rond 920 miljoen gulden. De vloot van grote vissersschepen en de mosselkwekers hadden vorig jaar een opbrengst die zo'n tien procent hoger lag dan in 1996. De kokkelvisserij had weer een mager seizoen.

De Nederlandse visafslagen haalden vorig jaar een omzet van ruim 800 miljoen gulden. Een derde van die omzet wordt behaald door buitenlandse schepen die hier hun vangsten laten afslaan. Nederlandse bedrijven hebben vorig jaar voor 2,4 miljard gulden aan vis geëxporteerd. Vooral landen buiten de Europese Unie namen meer visproducten af.

Bijna de helft van alle kottervissers blijkt in de rode cijfers te zitten. Vooral de exploitanten van garnalenkotters in het noorden met een motorvermogen van minder dan 260 pk hadden een moeilijk 1997. Hetzelfde geldt voor de grote boomkorkotters in de zuidelijke havens. Het aantal schepen dat daadwerkelijk uit vissen gaat nam vorig jaar verder af van 437 tot 416 kotters.