Kapitalisme op z'n Russisch; 'Tijdperk van de economische successen' bleek debacle

Precies een jaar geleden was het vertrouwen in de Russische economie onverwoestbaar. De inflatie leek onder controle, de roebel was stabiel en de beurs was aan een niet te stuiten opmars bezig. Inmiddels verkeert Rusland in een diepe financiële crisis. De roebel is losgelaten, buiten- landse schuldeisers moeten jaren op hun geld wachten.

De aandelenbeurs werkt nog, zij het bijna zonder spelers. Aandelen, die een jaar geleden een prima koop leken, zijn nu vrijwel niks meer waard. Het verhaal van een mislukte belegging. Effectenmakelaar Natalja Fraiman, dinsdag: “Je belt toch niet om je aandelen te verkopen? Niet doen hoor. De koers is zo laag, nog geen 7 dollarcent. Lager kan niet.”

Nee? “Come on. Los van een burgeroorlog, kun jij je een slechter scenario voorstellen?”

Jullie als brokers kunnen toch failliet gaan? “Dat kan ja, maar Citibank heeft dit jaar een belang in ons genomen, die laten ons echt niet zomaar vallen.”

Op de kop af een jaar geleden had Natalja me overgehaald om te beleggen in Russische aandelen. Het handelshuis waarvoor zij werkt, Rinaco Plus, wordt in de vakpers omschreven als betrouwbaar, legaal en fair.

28 augustus 1997: van de ABN Amro in Assen laat ik de minimuminleg - 10.000 dollar - via The Bank of New York overmaken naar Riga, Letland, en vandaar naar een postbusbedrijf op Cyprus. Er is eigenlijk geen reden om het niet te doen. Rusland is de grootste emerging market ter wereld. President Jeltsin is opgekrabbeld van zijn ziekbed en drinkt niet meer. In maart heeft hij de jonge Boris Nemtsov, een hervormer met schone handen, benoemd tot vice-premier naast de door de wol geverfde privatiseringskampioen Anatoli Tsjoebais. Onder toezicht van de vaderlijke premier Tsjernomyrdin zullen zij “de beer Rusland uit het moeras trekken”.

Na zeven magere jaren springen er vonken van vertrouwen in de Russische economie. Het spook van de inflatie waart niet meer rond; de roebel blijft stabiel. Vooruitlopend op de verwachte productiegroei is de aandelenbeurs aan een niet te stuiten opmars begonnen. De index stijgt in een half jaar met 180 procent, zonder dat de onderliggende bedrijven overgewaardeerd raken. Er is nog wel stuurmanskunst van de regering geboden, maar met Tsjoebais en Nemtsov op de brug lijkt dat geen probleem.

In juli 1997 investeert George Soros 2,5 miljard dollar in Rusland. “Sinds Nemtsov in de regering zit heb ik alle vertrouwen dat het goed komt met Rusland”, zegt hij. Samen met de bankmagnaat Vladimir Potanin biedt hij met succes op een kwart van het telecombedrijf Svjazinvest. Nemtsov spreekt van de eerste “open en eerlijke” veiling van staatsbezit. “Dit is een breuk met het roverskapitalisme uit het verleden.”

Kort daarop besluit ook ik in de markt te stappen. Aandelen Lukoil lijken me wel wat. “Helaas”, zegt Natalja, “het kleinste pakket Lukoil kost 127.000 dollar.” Ook de ZIL-autofabriek, het warenhuis GOeM, Irkoetsenergo en Rostelecom liggen buiten het bereik van de kleine belegger. Blijft over Unified Energy Systems (UES), de samenwerkende energiebedrijven. UES is tot dan toe de grootste stijger van 1997, met 250 procent. Als nieuwe directeur is daar benoemd Boris Brevnov, en al is hij 29 jaar, deze jongeman geniet het vertrouwen van de in binnen- en buitenland populaire Nemtsov (36). Als enige leverancier van elektriciteit aan het grootste land ter wereld zal UES bovendien als laatste van alle mammoetbedrijven ten onder gaan - zo houdt Natalja me voor. Voor mijn 10.000 dollar krijg ik: 25.000 aandelen UES tegen een koers van 40 dollarcent per stuk.

In de nazomer breekt in Rusland de “bankiersoorlog” uit. De puissant rijke zakenman Boris Berezovski begint als een slecht verliezer - samen met mediatycoon Vladimir Goesinski heeft hij net iets minder geboden voor Svjazinvest dan Soros en Potanin - wild om zich heen te slaan. “Die open en eerlijke verkoop was in feite doorgestoken kaart!” Niemand wil hem geloven, maar tot verbijstering van velen stuurt Jeltsin zijn privatiseringsminister, Alfred Koch, de laan uit, omdat die “bepaalde banken voortrekt”. Dus toch.

De rust keert niet meteen weer. Jeltsin ontbiedt de zes grootste magnaten in het Kremlin. Daar zitten ze - onder anderen Potanin en Goesinski - met de handen netjes gevouwen te luisteren naar een grommende president die ze vertelt dat hun invloed binnen de Kremlinmuren heeft afgedaan. Tijdens Jeltsins herverkiezing in 1996, ja toen hadden ze belastingvoordelen en invloed gekregen in ruil voor het financieren van zijn campagne, maar dat was toen. Aanvallen op de gouden tandem Nemtsov-Tsjoebais worden niet langer getolereerd.

Berezovski is opvallend afwezig. Als adviseur voor Veiligheidszaken en goede vriend van Jeltsins dochter heeft hij directe toegang tot de macht. Net als de andere captains of industry maakt hij zich achter de schermen op voor de slag om een meerderheidsbelang in Rosneft, Russische Olie. Uit angst om van gesjoemel te worden beschuldigd, stelt de nieuwe privatiseringsminister voor om de enveloppen met biedingen voor de tv-camera's te openen, als bij een quiz.

Op vrijdagmiddag 3 oktober meldt Interfax: koers UES bereikt nieuw record van 46 dollarcent. Wat te doen? Natalja bellen en 1.500 dollar koerswinst incasseren? Maar het persbureau bericht ook: “Iedereen wil aandelen UES kopen, er is een duidelijke opwaartse druk.”

Dinsdag de 28ste, “zwarte dinsdag', raakt de Moskouse aandelenbeurs in een duikvlucht. De handel wordt een uur stilgelegd, en aan het einde van de dag staat UES op 27 cent (en ben ik 3.250 dollar armer). Natalja had me gewaarschuwd: UES is een veel verhandeld aandeel dat heftiger reageert op marktbewegingen dan het beursgemiddelde.

In Azië vallen de munten als dominostenen; en voor het eerst wankelt ook de roebel. “Een koersval van tien tot twintig procent brengt ons niet in de problemen”, zegt Tsjoebais. Er treedt herstel op en de Aziatische crisis heet voortaan “een externe factor”.

Maar hoe staat het met de interne factoren in Rusland? Begin november voelt Jeltsin zich sterk genoeg om Berezovski als veiligheidsadviseur te ontslaan. Ruslands “zevenbankiersdom”, waarin een handvol oligarchen de lakens uitdeelt, lijkt nu echt ten einde. Maar de intrigant Berezovski laat zich niet zomaar van het toneel duwen: “zijn” media onthullen dat Tsjoebais en vier van diens vertrouwelingen een naar steekpenningen riekend boekvoorschot hebben aangenomen (90.000 dollar elk) van Potanin, en wel voordat deze samen met Soros het winnende bod uitbracht op Svjazinvest.

Nu komt de Doema, met zijn ratjetoe aan communisten en nationalisten, in opstand. De rood-bruine meerderheid eist het hoofd van Tsjoebais, zij verwerpt de ontwerp-belastingwet (waar vijf jaar aan is gewerkt) en weigert de begroting voor 1998 goed te keuren. Buitenlandse investeerders trekken miljarden dollars terug uit de Russische markt. UES valt in twee dagen terug van 31 naar 25 dollarcent.

In november zijn alle mooie vooruitzichten verbleekt. Het team van jonge economen rond Tsjoebais (dat bezig is de staatsverkoop van Rosneft voor te bereiden) krijgt ontslag. Een van hen, Kozakov, blijkt tevens directielid van het gasbedrijf Gazprom (385.000 werknemers), waarmee Shell een strategische alliantie is aangegaan om Rosneft binnen te halen. Shell houdt een troef over: premier Tsjernomyrdin en Gazprom zijn twee handen op één buik.

Tsjoebais, Jeltsins steun en toeverlaat, mag blijven als vice-premier, maar moet de post Financiën afstaan. Het “dreamteam” van jonge hervormers heeft zware averij opgelopen; het schip Rusland maakt water. De enige die het hoofd koel houdt is Sergej Doebinin, de directeur van de centrale bank. Als een terriër verdedigt hij de roebel, enerzijds door de schatkistreserves aan te spreken, anderzijds door beleggers met hoge rentetarieven te blijven binden. De valuta- en goudreserves van Ruslands centrale bank zijn geslonken van 23 miljard dollar in oktober tot 18 miljard eind november.

Het IMF - dat Rusland helpt met een krediet van 10 miljard dollar - begint te morren. De belastinginning is nog steeds een puinhoop, fiscale wetgeving komt er voorlopig niet, de rechten van aandeelhouders zijn verre van gewaarborgd. Een nieuwe tranche van 700 miljoen dollar zal pas worden uitgekeerd als Rusland een realistische begroting voor 1998 presenteert. Op 5 december verschijnt Jeltsin onverwachts in de vijandige Doema. “De hele wereld kijkt naar u”, zegt hij tijdens het begrotingsdebat. “Het hangt van u af of de roebel overeind zal blijven of niet.”

Van de euforie onder investeerders in de eerste helft van 1997 is niets meer over. Jeltsin loopt een ontsteking aan zijn luchtpijp op (waarna UES op 11 december naar 23 dollarcent zakt) en is vijf weken uit de running. Alsof er niets aan de hand is gaat de geldhervorming op 1 januari gewoon door: er worden drie nullen van de roebel geschrapt, een maatregel die Jeltsin in de zomer al heeft aangekondigd om het 'Tijdperk van de Economische Successen' in te luiden. Een biljet van 500 roebel verspreidt nu eenmaal minder de geur van inflatie dan eentje van 500.000.

Als Jeltsin zijn stem terug heeft is het eerste wat hij doet: 1998 uitroepen tot het jaar van de economische groei. Maar wat doet de regering concreet? Op een bijeenkomst met de belangrijkste Rusland-investeerders in het Zwitserse Davos is het George Soros die premier Tsjernomyrdin de mantel uitveegt. Waarom is het overheidapparaat nog steeds corrupt? Waarom zijn er nog altijd geen eerlijke, heldere regels voor investeerders?

De Financial Times herinnert eraan dat Jeltsin met zijn geschipper zelf het grootste obstakel voor groei is geworden. “Hij moet Nemtsov en Tsjoebais de ruimte geven om hun werk te doen.” Bij aankomst van een IMF-delegatie, half februari, houdt Jeltsin een soort troonrede: “Het wordt tijd dat de staat zich gaat gedragen als elke Russische huisvrouw, die niet meer uitgeeft dan zij bezit.”

Omdat de olieprijzen (waar Rusland als olie- en gasexporteur sterk van afhankelijk is) zijn gedaald, moeten er op de valreep extra bezuinigingen worden doorgevoerd, zegt Jeltsin. En: “Nemtsov en Tsjoebais zullen zeker tot 2000 aanblijven.”

Er gebeurt weinig. Boris Brevnov, inmiddels dertig geworden, raakt in opspraak als president-directeur van UES. Om als protégé van Nemtsov zijn rode mede-directeuren te imponeren, blijkt hij permanent zijn intrek te hebben genomen in het duurste hotel van Moskou, vlakbij het Kremlin. Dat kost duizenden dollars per dag. Geen wonder dat UES maar niet in de lift zit.

Begin 1998 smeden de oligarchen machtige allianties, elk met een buitenlandse partner, om het kroonjuweel Rosneft op te kopen. Naast Gazprom en Shell gaat de bankier Potanin in zee met BP en Berezovski met Elf Aquitaine. In de politieke arena begint ineens een merkwaardige dans om de Kremlin-troon: premier Tsjernomyrdin verschijnt - accordeon spelend op zijn datsja - in een “eigen” tv-programma, alsof hij de race om het presidentschap is begonnen. Nemtsov lanceert een politieke “beweging tegen de oligarchie”, en in de Siberische provincie Krasnojarsk loopt de populaire ex-generaal Aleksandr Lebed zich warm voor een come-back. Nog zorgwekkender is de toestand van de president: na een onvast optreden in Stockholm, waar hij wartaal uitsloeg, ligt Jeltsin weer ziek te bed. In die week van Jeltsins afwezigheid komt Berezovski uitgebreid aan het woord op de tv-zender van zijn mediatycoon Goesinski. “Het roer moet om”, zo adviseert de strateeg. “Er is nog maar weinig tijd.” Ter verdediging van het kapitalisme in Rusland moet er een acceptabele Kremlin-kroonprins opstaan die bij de verkiezingen in 2000 de communisten kan verslaan.

Als Jeltsin op maandag 23 maart terugkeert in het Kremlin ontslaat hij zijn hele regering per decreet. Sergej Kirijenko, pas enkele maanden minister van Energie, heeft dan net zijn vrouw gedag gekust en beloofd vroeg thuis te zijn voor de verjaardag van hun dochtertje. Maar hij moet bij Jeltsin komen, die hem naar de enorme leren stoel van Tsjernomyrdin leidt. De jeugdige, zenuwachtige premier (35) erft een staf van 800 medewerkers, die zijn voorganger in vijf jaar tijd had verzameld.

Het duurt een kostbare maand voordat de Doema instemt met de benoeming van Kirijenko. Voor de zoveelste keer wordt de Rosneft-veiling opgeschort. Maar dan, begin mei, kan het nieuwe kabinet van start. Nemtsov is teruggekeerd als vice-premier, en Tsjoebais mag als nieuwe directeur puin ruimen bij de Samenwerkende Energiebedrijven UES. Aarzelend krabbelt de beurs op, UES staat half mei weer op 34 dollarcent.

Het IMF geeft de regering het voordeel van de twijfel, maar nu komen de Siberische mijnwerkers in opstand, die soms in geen 17 maanden loon hebben gezien. Met hun blokkade van de trans-Siberische spoorlijn snijden ze het land in tweeën. Kirijenko zendt zijn vice-premiers naar de regio's, die met dure beloftes de “economische sabotage” afkopen. Binnen enkele weken ligt er een ambitieus anti-crisisplan, dat met hulp van Jeltsin nog voor het zomerreces door de Doema geloodst moet worden. Het is een race tegen de klok: buitenlandse beleggers hebben meer aan Rusland geleend (22 miljard dollar) dan de centrale bank in kas heeft (15 miljard). Als die situatie verslechtert zal het land op een dag zijn aflossingsverplichtingen niet kunnen nakomen, waarna ook de roebel zal instorten.

De eerste scheurtjes in het Russische bankwezen worden zichtbaar. De veelgeprezen Tokobank gaat failliet, maar om te voorkomen dat zij in haar val andere banken meesleept, grijpt de centrale bank in. Op vrijdag 15 mei komen tachtig Westerse schuldeisers in Moskou bijeen om te horen wanneer zij hun geld terugkrijgen, maar de bewindvoerders van de centrale bank staan met lege handen.

Dat geeft het investeerdersvertrouwen een pijnlijke knauw, en de maandag daarop is het opnieuw een zwarte dag: de buitenlandse beleggers vluchten uit Rusland, naar veiliger oorden. De beursindex blijft kelderen als blijkt dat de verkoop van Rosneft, die 2,1 miljard dollar voor de noodlijdende staat moet opleveren, is geflopt: er hebben zich voor die prijs geen gegadigden gemeld. Zonder rekening te houden met de lage olieprijzen had de regering zich alvast rijk gerekend.

Begin juni maant Jeltsin de oligarchen, opnieuw bijeen in het Kremlin, tot solidariteit. Ze moeten investeren, zo luidt zijn dringende oproep. De centrale bank (die beschikt over reserves van 14 miljard dollar) verdrievoudigt de rente tot 150 procent, in een uiterste poging om de beleggers in Rusland te houden. Maar zijn Rusland en de roebel zonder hulp van buitenaf nog wel van een crash te redden?

De slotkoers van UES op 15 juni: 15 dollarcent. Bezweringsformules van Jeltsin (“er komt geen devaluatie van de roebel”) wekken niet bepaald vertrouwen. De mijnwerkers, die door hebben dat ze zijn bedrogen, strijken neer onder plastic zeiltjes in de tuin voor de regeringszetel. Door ritmisch met hum helmen op straat te kloppen, eisen ze dag-in-dag-uit hun loon. De onmisbare Tsjoebais wordt weer van stal gehaald, ditmaal om als speciale gezant van Jeltsin (met de rang van vice-premier) bij het IMF een reddingspakket los te praten. Omdat Rusland wordt beschouwd als “Indonesië met kernraketten”, komt het muntfonds toch maar over de brug. Op vrijdag 10 juli zegt Jeltsin - voordat hij op visvakantie gaat - dat eventuele coupplegers bij voorbaat kansloos zijn. The Economist kopt: Kan de crisis in Rusland tot fascisme leiden?

Maar dan spreekt Tsjoebais half juli het verlossende woord: het IMF, Japan en de Wereldbank zullen Rusland met 22,6 miljard dollar tot het jaar 2000 drijvende houden. 4,2 miljard komt ineens vrij, om de Russische Federatie in staat te stellen aan de oplopende schuldverplichtingen te blijven voldoen, en tegelijk de roebel overeind te houden.

Het bijna-bankroet van de staat is tot dan toe aan de Russen voorbijgegaan. Zij zijn al twee jaar gewend om niet op tijd loon of pensioen te krijgen, dus dat is niets nieuws. En de enige verworvenheid van de hervormingen, een stabiele munt in combinatie met een lage inflatie, is nog altijd intact. Maar al na drie weken blijkt het effect van de IMF-miljarden uitgewerkt. De beurs begint opnieuw aan een vrije val, de centrale bank moet de aangezuiverde reserves aanspreken om de roebel te steunen, en de wekelijkse schuldenlast van de staat Rusland wordt ondraaglijk.

Op donderdag 13 augustus roept George Soros op tot een roebeldevaluatie van 15 tot 25 procent. Precies datgene waar Berezovski, gezien zijn belangen als olie-exporteur, al langer op aandringt. Dat bij een val van de roebel praktisch alle Russische banken dreigen in te storten (door de plotselinge waardedaling van hun reserves) is een bijkomstigheid.

De oproep van Soros veroorzaakt een tuimeling van de aandelenbeurs met twintig procent. UES keldert naar 8 dollarcent. De toestand is onhoudbaar. Er komt geen devaluatie van de roebel, zegt Jeltsin. En hij is niet van plan zijn vakantie te onderbreken. “Als ik naar Moskou terugkeer, brengt dat onrust met zich mee”, zegt hij profetisch. Op zaterdag is hij terug. Hij ontvangt Tsjoebais en Kirijenko en zonder zelf een woord tot het volk te richten, laat hij op maandag de roebel los: de munt mag maximaal 50 procent devalueren. Om de banken te redden, kondigt Rusland tegelijk een betalingsstop aan van 90 dagen op buitenlandse leningen. De privatisering van Rosneft is op de lange baan geschoven. De handel in staatsobligaties ligt stil; schuldeisers moeten jaren op hun geld wachten. Moskou heeft de deur naar de wereld voor drie maanden dichtgeslagen.

Alleen de aandelenbeurs werkt nog, zij het nagenoeg zonder spelers. Dinsdag zegt Natalja dat UES niet nog dieper kan vallen dan 7 dollarcent. “Lager kan niet.” Woensdag sluit het aandeel op 6 cent. Ik kan 1.500 dollar terugkrijgen. Ik kan ook, net als de 147 miljoen Russen, wachten op wat komen gaat.