Hollands Dagboek: Henk van Veldhuizen

Henk van Veldhuizen (52) werkte als stedebouw- kundige bij de Rijksdienst voor de Monumenten- zorg en als projectleider stadsvernieuwing in Leeuwarden en Amsterdam. Sinds 1990 is hij projectmanager voor woningbouw en infrastructuur bij de gemeente Amsterdam en vanaf 1994 voor IJburg, waarvan de aanleg deze week is begonnen.

Woensdag 12 augustus

Ik sta al vroeg in de ochtend op de punt van het Zeeburgereiland in Amsterdam-Oost. Onder een waterig zonnetje neemt het baggerschip Herik 41 voorzichtig de eerste hapjes uit de modder op de bodem van het IJmeer, de waterplas tussen Amsterdam en Almere. Hier liggen straks zes eilanden met huizen voor veertigduizend mensen plus winkels, scholen, bedrijfjes, havens en werven. Een woonwijk aan het IJsselmeer, waar je per tram naar het strand kunt. De eerste wijk in de wereld op zelfgemaakte eilanden. En de enige wijk ter wereld waarover is gestemd. Dit is dus een bijzondere dag.

Dat heb ik me niet gerealiseerd. We hebben geen taart, er zijn geen vlaggen en we zijn verbaasd over de belangstelling van de media.

Ik pendel de hele dag tussen het IJmeer en het projectbureau aan de Weesperstraat. Daar zie ik om 12 uur het persbericht van de Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer. De Vereniging gaat bij de Raad van State in beroep tegen de aanleg van IJburg. Lastig. Voel desondanks bewondering voor deze vechtjassen. Dat de aanleg onrechtmatig zou zijn, zoals de VBIJ zegt, klopt gelukkig niet. Zolang de Raad van State het goed vindt mogen we doorwerken. Voor de zekerheid bel ik met onze advocaat en geef zijn bericht door aan journalisten.

Het plan voor IJburg is niet nieuw. Al in 1965 tekende de stedenbouwer Jaap Bakema een Stad op Pampus in het IJmeer. Maar zijn plan bleef in de la, want Amsterdam ging de Bijlmer bouwen. Jac P. Thijsse, de oprichter van Natuurmonumenten, steunde Bakema. Hij vreesde het volbouwen van het groen tot Utrecht en pleitte voor stadsuitbreiding in het IJmeer. Toch is IJburg niet meer dan het achterneefje van het Pampusplan. Veel kleiner, minder steen en beton, meer groen en water. Een eilandengroep en geen bandstad.

Aan het eind van de middag ga ik voor de laatste keer naar het IJmeer. Nu er werk in uitvoering is, hebben we een bootje nodig voor het vervoer van onze technici en bezoekers. Maarten heeft er eentje gevonden. Een oude sloep, met opbouw van staal en hout en onder het dek een Mercedes-motor. Degelijk, plomp en langzaam, kortom de goede eigenschappen voor een gemeentelijk schip. We keuren het bootje goed.

Om 7 uur ben ik thuis. Tamara is terug! Zij is mijn vriendin en ik ben nogal gek op haar. De afgelopen week heeft ze kleine bergbeklimmertjes opgeleid in de Oostenrijkse Alpen en we vieren haar thuiskomst met een fles harswijn in het open raam van mijn verdieping.

Donderdag

Op de leestafel liggen de kranten klaar. Mijn kantoor is een onopvallend gebouw aan de Weesperstraat, waar dertig stedenbouwkundige ontwerpers, landschapsarchitecten, technici, planeconomen en projectleiders aan IJburg werken. Ik heb de dagelijkse leiding in deze plannenfabriek. De afgelopen jaren heb ik op leuke en vervelende bureaus gewerkt en dit is een erg leuk bureau.

In de krant het voorpaginabericht dat Almere een kabelbaan naar Amsterdam wil aanleggen over het IJmeer. Je kunt dan met een snelheid van 21 kilometer per uur van Almere Centrum naar Amsterdam Noord, aldus Het Parool. Dit kan voor IJburg belangrijk zijn! Een snelle berekening brengt me tot de conclusie dat de reis per gondel ongeveer een uur gaat duren. Terwijl je nu per trein in 23 minuten van Almere Centrum in Amsterdam bent. Dan sta je bovendien op het Centraal Station en niet in winderig Noord. Kortom: dit is onzin.

Wat is toch aan de hand met het openbaar vervoer in Nederland? Als je wilt weten hoe het treinen-, metro-, tram- en busnet er over pakweg 25 jaar uit zal zien, weet niemand dat. De vervoersbedrijven denken alleen maar aan de exploitatie van hun treinen en bussen. De gemeenten zijn te klein om aan vervoersplanning te kunnen doen. De vervoersregio's zijn niet democratisch gekozen. En het rijk heeft besloten zijn bevoegdheden te decentraliseren. Het openbaar vervoer is dus van niemand. 'We' moeten de Noordelijke Randstad bereikbaar houden, zeggen paginagrote advertenties, maar wie zijn in hemelsnaam 'we'? Zijn het soms de nationale Willy Wortels die periodiek hun kabelbanen, people-movers, onbemande voertuigen, ondergrondse vacuümbuizen en andere luchtballonnen lanceren? Wat zou het goed zijn als minister Netelenbos iets van de regeldrift van haar vorige ministerie zou overbrengen op haar nieuwe sector. Dan mag ze van mij morgen stoppen met die advertenties.

Ga voor vertrek nog even op zoek naar de gemeentelijke onderhandelaar met het rijk over de aankoop van het IJmeer. Robert heeft voor de plas van IJburg een symbolisch bedrag geboden, maar Domeinen vindt dat niets. Wij dachten dat met de contracten tussen rijk en gemeente in 1994 alle financiële zaken waren afgewikkeld. Toch vraagt Den Haag, waar een gezonde Hollandse koopmansgeest regeert, een bedrag van zestig miljoen gulden voor het modderige water. De tijd waarin er kabinetten vielen op het verschil tussen de gebruikswaarde en marktwaarde bij de aankoop van bouwgrond, ligt wel erg ver achter ons.

Ik kan Robert niet vinden. Maar naast directielid van het Amsterdamse Grondbedrijf is hij ook fluitist van de salsaband 'Tranvia Latina' en ben ik de bassist. We repeteren 's avonds en spreken elkaar om 9 uur in het oefencentrum. Tranvia Latina is een wereldband. Dat krijg je met dertien mensen uit vijf landen en de voertalen Frans, Engels en Nederlands. De band speelt als de spreekwoordelijke trein, met de drie zangeressen als locomotief. Repetities zijn een feest, de groove van deze muziek is eindeloos en de contrabas is het mooiste instrument dat er bestaat.

Vrijdag

Begin wat later. Tranvia Latina-disease.

Vandaag is het stukkenbespreekdag. Yolanda heeft zich verdiept in het toekomstig bouwverkeer in IJburg. Straks rijdt er elke vijf minuten een vrachtauto door de wijk, waar dan duizenden mensen wonen, winkelen en naar school gaan. Dat vraagt om bouwroutes en - misschien - aparte bouwwegen en bruggen. Yolanda heeft een aantal oplossingen opgeschreven. Dit plan zit goed in elkaar, we besluiten het voor te leggen aan de bouwers van de eerste eilanden.

Herman is de projectleider van deze eilanden. Zijn programma van eisen voor de eerste woonbuurten is klaar. Huizen, parkeerplaatsen, fietspaden, stadsverwarming, zonne-energie, waterzuivering, natuur, alles staat er in. Dit gaat de deur uit.

Met Milène praat ik over de projectcommunicatie. Er is een nieuwe tentoonstelling geopend in de Zuiderkerk, aan de Internetsite wordt gewerkt en er komen twee nieuwsbrieven. Probleem is dat we niet meer de enige afzender van nieuws zijn, de bouwconsortia nemen taken over. Maar zij studeren nog op de positionering van IJburg en hun marketingstrategie. Lastig voor Milène, we kunnen geen compleet communicatieplan maken. Dan maar een half plan.

Aan het eind van de dag ben ik moe. Het valt niet mee om overal verstand van te hebben.

's Avonds bel ik met vader. Ik maak me zorgen over zijn gezondheid en over moeder die veel werk moet verzetten. Hij vraagt of ik nog eens met hem mee ga naar de kerk. We maken een afspraak.

Zaterdag

Het is bewolkt, winderig en miezerig, kortom: fietsweer. De racefiets brengt ons via Purmerend en Edam aan het IJsselmeer. Tussen Japanse en Spaanse toeristen tuffen we met het veerbootje over de Gouwzee van Volendam naar Marken. Daar is het platbodemdag, er liggen zeker vijftien botters in de haven met aan boord veel oude bekenden. Terug over de dijk naar Durgerdam slaan we de terassen maar over. IJburg ligt weliswaar op meer dan een kilometer van het dorp, maar de Durgerdammers zijn er niet blij mee en ze zijn goed in het onthouden van gezichten.

Ons vroegere studentenbandje 'Peter de Vries' bestaat al dertig jaar, maar carrières, gezinsomstandigheden en aftakeling van de leden leiden onherroepelijk tot erosie van het orkest. Zo af en toe zijn nieuwe stukken en arrangementen, nieuwe muzikanten en nieuwe contacten nodig. Met saxofonist Philip kijk ik waar het repertoire moet worden opgefrist. We zingen arrangementen aan de eettafel in de tuin.

Zondag

Zus op bezoek. En, drie uur later, een broertje. Jeaol komt bijkletsen, Laurens bijkletsen en logeren. Hij woont te ver van het openbaar vervoer om zijn ochtendvlucht te halen. Verder de drie w's van weekend: winkelen, wassen en werken.

Maandag

Berichten over IJburg in de media leiden altijd tot uitpuilende brievenbussen op het projectbureau. Paula, Ank, Hennie en Margreet zijn de hele dag bezig met de aanmeldingen van bewoners. Inmiddels staan meer dan twaalfduizend mensen genoteerd voor IJburg. Ze krijgen geen voorrang bij de verhuur en verkoop van woningen, maar blijven wel op de hoogte van de plannen en de inschrijvingsmomenten. Voor veel Amsterdammers, gewend aan woningdistributie, volgnummers, urgenties en wachttijden, blijft het vreemd dat de gemeente niet meer bemiddelt. Berichten dat er in Nederland voldoende huizen staan, slaan in elk geval niet op de overspannen woonmarkt van Amsterdam.

's Middags bezoek van onze 23 private vrienden. Woningbouwverenigingen, projectontwikkelaars en beleggers die samenwerken in drie consortia, waarmee de gemeente in april een contract heeft gesloten over de eerste eilanden. Dat zijn het Haveneiland en de kleinere Rieteilanden. De gemeente zorgt voor het nieuwe land en de infrastructuur, de consortia bouwen de woningen, winkels, bedrijven en scholen. Nieuw is dat ze complete buurtplannen maken, inclusief de inrichting van de straten, parken en pleinen. Ik volg hun werk al enkele maanden met spanning. Welke ontwerpers kiezen ze, wie werken er verder aan de plannen, zijn ze op tijd klaar en hoe gaat het er uit zien? De eerste schetsen zijn goed, echte Amsterdamse beelden, maar zijn ze ook technisch haalbaar en betaalbaar?

Een half uur later het volgende eiland op tafel. Steigereiland. Totaal andere sfeer. Wonen op schepen en woonarken, zelfbouw op eigen kaveltjes of in casco's, huizen op pieren, dit is het wilde wonen. Hoe moet deze chaos werkelijkheid worden? Organisatie-adviseur Herman analyseert met ons het eiland. Hij vindt dat er veel ruimte moet zijn voor particulier initiatief. Niet te veel regels en geen grote organisaties, maar planning op maat.

Dinsdag

De provincie meldt dat het natuurconvenant IJmeer op 26 november wordt ondertekend. Dat zal tijd worden. Het convenant is al in maart door de drie partijen, Noord-Holland, Amsterdam en Natuurmonumenten, gepresenteerd. Er komt een fonds met vijftien miljoen gulden voor extra natuurontwikkelingsprojecten in het IJmeer. Onder die voorwaarde heeft ook Natuurmonumenten de aanleg van IJburg geaccepteerd. Oprichter Jac.P. Thijsse krijgt dus toch zijn zin.

De avond is voor Tamara en de Freeds en Sharps die zaterdag het Haarlems Jazzfestival een kwaliteitsimpuls gaan geven.

Woensdag 19 augustus

“Weet u zeker dat IJburg geen nieuwe Bijlmer wordt”, vraagt de journaliste van AT5 in het Gesprek van de Dag. En wat zeg je dan. Dat we niet zo'n scherp beeld hebben van 'het nieuwe wonen' als onze collega's in 1965? Dat we geen grote structuren maken zoals de woonblokken en wegen in de Bijlmermeer? Dat IJburg dus meer afwisseling en aanpassingsvermogen zal hebben dan het weerbarstige beton in Zuid-Oost? Dat we zoveel partijen aan tafel hebben dat we geen Bijlmer kunnen maken, zelfs als we het zouden willen? Bovendien vind ik de Bijlmer behalve mislukt ook behoorlijk interessant en spannend, maar dat is al helemaal niet uit te leggen. Dan maar kiezen voor eenvoud. IJburg wordt beter omdat we alles minder zeker weten.

Aan het IJmeer baggert de Herik 41 rustig door. Hij legt zijn hapjes modder in de naastgelegen beunbak en maakt ruimte voor het eerste laagje zand. Op de achtergrond het proefeiland uit 1994. In het voorjaar heeft daar een kolonie visdiefjes gebroed, afkomstig uit het Nieuwe Meer, nu liggen er bootjes op het strand. Natuurkenner Felders heeft de eerste ringslang naar het eiland zien zwemmen op weg naar de strekdam. Wordt hier ooit de Anas IJburgiensis ontdekt ? Of blijven het futen, koeten en kuifeenden?