HANDVEST TEGEN DE VERLOEDERING

Met Willem II hoopt coach Co Adriaanse ook dit seizoen te bewijzen dat aanvallend voetbal loont. “Het ontbreekt de meeste coaches aan moed”, oordeelt de 51-jarige Amsterdammer, die het aantal buitenlandse spelers per club wil limiteren. “Want het Nederlandse talent staat achteraan in de file.”

Met gemengde gevoelens trapt Co Adriaanse morgen met Willem II af in de Amsterdamse Arena tegen de club die hij eeuwig lief heeft. “Ik kom naar Ajax om mijn eigen religie te bestrijden”, zegt hij, in zijn kantoor in Tilburg. “Vijf jaar lang heb ik bij Ajax als directeur van de jeugdopleiding het evangelie van aanvallend voetbal gepredikt en natuurlijk draagt Willem II de sporen van mijn verleden.” Maar Willem II spiegelt zich aan een multinational in de wetenschap dat het nooit zijn gelijke zal zijn.

Adriaanse, lachend: “Vanwege blessures en de schorsing voor Prommayon moet ik de Ajacied Kinkladze laten bewaken door Erwin Hermes, nota bene een tot rechtsback omgeturnde aanvaller die zo bij de amateurs van Rijnsburgse Boys vandaan komt. Dan praat je dus over een duel tussen 13.000 gulden en talloze miljoenen.” Maar zou Willem II daarom zijn principes moeten verloochenen? Ook zonder zijn vertrokken vedetten Konterman, Kolkka, Van der Vegt en Wijnhard wil Adriaanse dat de nummer 5 van Nederland het publiek blijft vermaken. “Het ontbreekt de meeste coaches aan moed.”

Zoals PSV de Johan Cruijff Schaal veroverde, deed de 51-jarige Amsterdammer pijn aan de ogen. “Foppe de Haan had een mooie term voor het laffe spel van PSV. Reageervoetbal in optima forma. Ik noemde dat vroeger kameleonvoetbal, je volledig aanpassen aan de tegenstander. Ik heb het meeste genoten van Ajax, van de technische vaardigheden van de spelers. Ik kreeg echter de indruk dat Kinkladze en Wamberto een contract hadden gesloten waarin stond dat ze alleen voor de assist waren aangenomen.”

We kijken naar de opstelling van Willem II op het grote prikbord, waar al even exotische namen op prijken. Fronsend gaat Adriaanse het rijtje langs: twee Finnen (Hyypiä en Koskinen), een Tsjech (Galásek), een Hongaar (Szekér), een Marokkaan (de van Udinese gehuurde Ramzi), een aanvaller uit Gambia (Ceesay) en één uit Burkina Faso, Sanou. Zeven buitenlandse voetballers in een selectie van 23 spelers, dat valt nog mee. “Maar ik vind het eigenlijk al te veel”, zegt Adriaanse. “Willem II zou alleen buitenlandse spelers moeten aantrekken die duidelijk beter zijn dan Nederlanders. Hyypiä en Galásek springen er uit, Széker nog niet, zo'n voetballer kun je ook uit Nederland halen. Ramzi heeft het in zich, Ceesay weer niet. Hij is veel te gemakzuchtig, spreekt ook nog steeds geen Nederlands.”

Soms denkt hij met weemoed terug aan zijn jeugd in Amsterdam bij de Volewijckers, toen clubliefde nog bestond. Geen enkele supporter van de Mosveld-Baby's die het in zijn hoofd zou halen in de stad naar Blauw-Wit te gaan kijken. “Bovendien mochten bij Volewijckers alleen jongens uit Noord spelen. Die grenzen zijn stelselmatig verruimd. Van het stadsdeel schoven we op naar de stad en de provincie tot aan een verenigd Europa met een Superliga. Die ontwikkeling valt niet tegen te houden. Als gymleraar aan de Cabotschool plukte ik de talenten zo van het beroemde Balboapleintje, waar Gullit en Rijkaard als voetballer werden geboren. Nu scouten we over de hele wereld.

“De markt is oververhit geraakt. Vroeger kreeg de trainer nog altijd een gulden meer aan salaris dan zijn best betaalde speler. Nu mag ik al blij zijn als ik een gulden meer krijg dan mijn slechtst betaalde voetballer. Gelukkig is autoriteit niet afhankelijk van het bedrag op het loonstrookje, al zijn de verhoudingen in deze maatschappij zoekgeraakt. Ik geloof nog in discipline. In dat opzicht zou ik graag weer de gymleraar willen zijn die in zijn lokaal zijn eigen wetten stelt. Kinderen die met messen op straat lopen, die op school eerst door een metaaldetector moeten lopen om ze te kunnen controleren op wapenbezit; we tolereren het en verwonderen ons niet meer.”

Noodgedwongen richt Adriaanse zijn handvest tegen de verloedering eerst op het voetbal. Namens de vereniging Coaches Betaald Voetbal (CBV) luidt hij de noodklok voor het behoud van de eigen identiteit. De CBV organiseert in januari volgend jaar een symposium over het voetbal van de 21ste eeuw. Met FC Utrecht-collega Mark Wotte werkt Adriaanse aan een nota over het jeugdvoetbal. “De vernieuwingen moeten van het CBV komen en niet van de KNVB, want dat is een te log lichaam”, meent Adriaanse. “De basis van onze voetbalcultuur is zo sterk dat we voortdurend talenten zullen produceren. Aan die continuïteit hoeven we niet te twijfelen.

“Binnen de CBV heerst wel grote zorg over de ontplooiing van het talent en zijn perspectieven. De fabriek staat er, de machines draaien volop. Maar het talent dondert van de lopende band, als een kuiken dat te vroeg wordt uitgebroed. Daardoor missen Nederlandse jeugdspelers twee jaar van hun opleiding. Hun ontwikkeling wordt geremd, omdat ze bij de A-selectie aansluiten in een file van gemiddeld 23 spelers voor hen. De commerciële belangen zijn ook te groot om gevestigde namen er uit te gooien ten gunste van een onbekende jeugdspeler.

“Kluivert kon doorbreken, omdat Ajax net naast Ronaldo greep en de club dus een plekje vrij had in de spits. Anders had Patrick nu wellicht dozen lopen sjouwen in een fabriek in Amsterdam-Noord. We gunnen het talent echter geen tijd meer, het moet meteen presteren anders halen we iemand anders. Het is een internationale trend die we snel de kop in moeten drukken. Ik denk dat we het aantal buitenlandse spelers per club moeten limiteren. Ik geloof niet dat het publiek zich zal afkeren van een Ajax zonder de broertjes De Boer of van een Chelsea met negen buitenlandse spelers, zolang de club en zijn speelstijl maar herkenbaar blijven.

“Maar we moeten voorkomen dat talenten al op hun 19de of 20ste besluiten naar het buitenland te gaan waar ze vervolgens verpieteren op de reservebank, zoals Wooter, Musampa en Makaay. Die jongens zijn er niet beter van geworden. De stagnerende doorstroming van jong talent heeft tevens zijn weerslag op de nationale ploeg. Tot het WK van 2002 voorzie ik geen problemen. Maar als ik de huidige jeugdelftallen analyseer, kan ik geen Nederlands elftal formeren voor het EK in 2004 en het WK in 2006.”

In navolging van CBV-voorzitter Jan Reker pleit Adriaanse ook voor een rem op de toevloed van buitenlandse coaches bij Nederlandse clubs. “Omdat het gevaar dreigt dat de typisch Nederlandse stijl van aanvallend voetbal langzaam zal wegebben onder invloed van buitenlandse coaches, die veel behoudender denken. Nederlandse talenten worden verdrongen door buitenlandse coaches. Vijf van de achttien clubs in de eredivisie worden getraind door een buitenlander, terwijl Nederland de beste trainersopleiding heeft. Wat PSV nu heeft gedaan, deugt alleen al bedrijfsmatig niet. De moderne manager wordt voor drie tot vijf jaar aangesteld en niet voor één seizoen.

“Het is een diskwalificatie van de Nederlandse trainersopleiding dat PSV heeft gekozen voor een tussenpaus. De beleidsbepalers bij PSV denken dat een man van 65 jaar met waarschijnlijk verouderde trainingsopvattingen meer talent heeft dan ervaren coaches als Ronald Spelbos, Wim Rijsbergen en Henk ten Cate, die direct beschikbaar waren. Maar in Eindhoven dwepen ze met Eric Gerets, een Belgische trainer die in Nederland zijn diploma mag halen. Heel vreemd allemaal, al heeft Gerets in België uiteraard een kunststuk afgeleverd door met Lierse landskampioen te worden. Maar dat wil niet zeggen dat alleen hij PSV zou kunnen leiden.”

Met gevoel voor ironie constateert Adriaanse dat de KNVB nog wel een Nederlander wil aanstellen als bondscoach. Dat kan volgens hem alleen Louis van Gaal zijn. Zijn lofzang: “Louis heeft de meeste spelers uit de huidige selectie opgeleid of gevormd. Van Gaal zal bovendien aanvallender spelen dan Hiddink op het WK. Hij heeft autoriteit, kan mensen motiveren, is tactisch sterk, kan goed organiseren en heeft bovendien een geweldige uitstraling. Ik denk dat Louis zijn werkzaamheden bij Barcelona uitstekend kan combineren met het Nederlands elftal.

“Van Gaal zou de oefenwedstrijden van Oranje kunnen plannen op de avonden dat Spanje moet spelen in de kwalificatie voor het EK. Dan kan Louis de training bij Barcelona overlaten aan Gerard van der Lem en desnoods met Ronald Koeman als assistent de wedstrijd van het Nederlands elftal coachen. In Nederland spelen nog slechts twee internationals, Van der Sar en Ooijer, en over hun prestaties hoeft Van Gaal slechts de desbetreffende clubcoaches te bellen. Louis moet wel iemand benoemen die de internationals in het buitenland kan volgen. Dat zou Ronald Spelbos kunnen zijn of Johan Neeskens, die zijn allebei nog in dienst van de KNVB.”

Al tijdens het WK voorspelde Adriaanse dat de mythe van Johan Cruijff zal vervagen als Van Gaal het Nederlands elftal onder zijn hoede neemt. Of breekt Cruijff zijn eigen mythe af door Van Gaal zo openlijk te kleineren? Adriaanse: “Cruijff heeft al twee keer eerder de kans gehad het Nederlands elftal te coachen en ook nu doet hij het niet. Dat betekent niet dat Johan zijn mond moet houden. Maar uitspraken als: 'Louis moet eerst nog een beetje bijleren' vind ik ronduit beledigend voor het vakmanschap van Van Gaal.

“Louis kan zich niet verdedigen tegen de rancuneuze uitlatingen van Cruijff. Daarom neem ik het voor hem op. Ik heb met eigen ogen kunnen zien hoe Van Gaal bij Barcelona niet alleen het elftal naar zijn hand zette, maar tevens de structuur van de club. In een jaar tijd heeft Louis de kleedkamers laten verbouwen, heeft hij nieuwe ruimtes voor de medische staf en de fysiotherapie laten ontwerpen en zijn in het stadion allerlei kantoren uit de grond gestampt. Typisch Louis, geen enkel detail ontgaat hem.

“Als je ziet wat Van Gaal in vijf jaar tijd bij Ajax heeft gepresteerd en wat hij bij Barcelona in een seizoen tot stand heeft gebracht, dan moet je daar meer respect voor tonen dan Cruijff heeft gedaan. Ik ben ervan overtuigd dat Johan Wim Jansen alleen maar heeft gepusht als nieuwe bondscoach om Van Gaal tegen te houden en niet omdat hij Jansen zo goed vindt. Ik ben dan ook blij dat Jansen heeft bedankt voor die functie, want iedereen is blijkbaar vergeten hoe verdedigend hij Feyenoord liet spelen. Op zo'n bondscoach zit toch niemand te wachten? Nee, ik ben niet benaderd door de KNVB. Maar elke trainer behalve Johan Cruijff zou graag het Nederlands elftal willen coachen.”

    • Robèrt Misset