Dordtse Museum van Gijn in oude glorie hersteld

Volgend jaar sluit het Museum van Gijn zijn deuren om voor 10 miljoen gulden te worden gerestaureerd en verbouwd. In het jaar 2000 zal het museum precies zo zijn als toen de laatste bewoner van het pand, Van Gijn, het in 1922 achterliet.

DORDRECHT, 22 AUG. Als de zware voordeur openzwaait,trekt een vlaag buitenlucht langs de bezoekers naar binnen. In de door architect Constantijn Muysken (1843-1922) ontworpen rode salon rechts van de ingang staan de receptiebalie en kapstokken tussen gescheurde wandbespanningen en beschadigde schilderingen. In de jaren vijftig werd de schouw uit het historische interieur gesloopt en de wanden betimmerd met spaanplaat. “'Zo'n interieur heeft mijn moeder thuis ook' moeten ze gedacht hebben”, zegt J.M. de Groot, directeur van het Museum van Gijn, over de weinig subtiele ingrepen van een voorganger.

Het Dordtse museum, dat vorig jaar tien miljoen gulden voor restauratie en verbouwing kreeg toegewezen door de gemeente, zal tussen maart 1999 en midden 2000 in oude glorie hersteld worden. Het monumentale patriciërshuis werd in 1729 aan de Nieuwe Haven gebouwd in opdracht van de Dordtse magistraat en koopman Johan van Neurenberg (1696-1749). Het pand bleef in handen van de familie totdat bankier en verzamelaar Mr. Simon van Gijn het pand in 1864 kocht. Na zijn dood in 1922 werd het huis als museum opengesteld voor publiek. Het museum is vermaard om zijn collectie historische en topografische prenten, omvangrijke verzameling negentiende-eeuwse poppenhuizen, scheepsmodellen en origineel negentiende-eeuwse interieurs.

Dat van Gijn het authentieke interieur van zijn woonhuis op waarde wist te schatten en bovendien een vooruitziende blik had, blijkt uit het feit dat hij voor zijn dood alle vertrekken gedetailleerd op foto's liet vastleggen. “In het afgelopen decennium is de interesse voor het unieke karakter van authentieke historische interieurs gegroeid”, aldus de Groot. “De indeling en aankleding van studeerkamer, bibliotheek en eetkamer zijn bij eerdere restauraties aan de hand van van Gijns foto's gereconstrueerd.”

De museumdirecteur beschouwt de op handen zijnde restauratie als het sluitstuk van de interieurreconstructie. “Het huis zal precies weer zo zijn als toen Van Gijn er woonde. Zelfs de originele vloerkleden, kitscherig aandoenende toonkasten met glas en porselein en portretfoto's van Van Gijn zullen aanwezig zijn. Alleen het oude, massieve fornuis hebben we niet meer kunnen achterhalen. Een vroegere museumdirecteur heeft het weggegooid, omdat het niet zou passen in de rest van het achttiende-eeuwse keukeninterieur.”

Op de eerste verdieping zal de kolossale badkamer, die aan de slaapkamer grenst en momenteel is afgesloten, in zijn oude staat hersteld worden. De dertien-kleurige wandbespanning uit 1885 zal het boudoirgedeelte onderscheiden van het betegelde badkamergedeelte, waar een negentiende-eeuws bad op pootjes zal worden geplaatst. De zogenoemde 'Renaissancekamer', die nu het kale decor vormt voor lang lopende exposities, zal na de verbouwing plaats bieden aan een zeldzaam zeventiende-eeuws interieur met goudleerbehang, schouw en plafondschilderingen van Augustinus Terwesten (1649-1711). Het interieur, oorspronkelijk afkomstig uit koopmanshuis 'De Rozijnkorf' in Dordrecht, werd in 1990 bij toeval herontdekt in een Wassenaarse villa, waar het was ingebouwd.

De verbouwing en restauratie omvatten niet alleen het huidige museum maar ook de aan weerszijde gelegen panden, die deel uitmaken van het legaat van van Gijn. Nieuwe Haven 30 zal na de verbouwing onderdak bieden aan de ingang van het museum, een luchtsluis, trappenhuis, lift, museumcafé en het prentenkabinet. Op nummer 28, waar tot tien jaar geleden het speelgoedmuseum was gehuisvest, zullen de collectie '40-'45 en een werk- en restauratieruimte worden ondergebracht.

Het gemeentebestuur heeft ook één miljoen gulden uitgetrokken voor de bouw van een depot op het terrein van het Dordrechts Museum. Het depot omvat straks 400 vierkante meter opslagruimte en zal gebruikt worden door zowel het Dordrechts Museum als het Museum van Gijn, die sinds begin dit jaar nauw samenwerken. De Groot: “Tot voor kort moest materiaal dat niet kon worden tentoongesteld worden opgeslagen op de zolder van het pand. Na de verbouwing willen we daar onze speelgoedcollectie neerzetten.”

Tijdens de restauratie zullen de museumstukken worden opgeslagen in een speciaal geconditioneerde ruimte. De Groot ziet tegen de verhuizing op: “Het is een bijna militaire operatie. Sommige stukken, zoals het model van VOC-schip Bleiswyk dat nog voorzien is van zijn originele tuigage, zijn bijzonder fragiel. Ik ben bijna geneigd te zeggen dat de bouwvakkers er maar omheen moeten werken.”

    • Edo Dijksterhuis